Laatste klassieke galeriehouder; aimabel en chique

foto jacob van essen/ hoge noorden

‘Nu kan ik dood. Alles heeft zijn juiste plaats gevonden.” Dat zei oud-galeriehouder Adriaan van Ravesteijn anderhalf jaar geleden in een vraaggesprek met Het Parool. Samen met Geert van Beijeren (1933-2005), meer dan veertig jaar zijn wederhelft en compagnon in de kunst, had Van Ravesteijn alle 1.200 kunstwerken uit hun gezamenlijke privéverzameling ondergebracht bij vooraanstaande musea als Kröller-Müller, Museum Boijmans Van Beuningen en het Museum of Modern Art in New York. Zijn taak zat erop, vond de aan een spierziekte lijdende kunstverkoper. Hij was „een wrak in een rolstoel”, zei hij met kenmerkende zelfspot.

Vrijdag werd bekend dat Van Ravesteijn op 6 januari is overleden, bijna tien jaar na Van Beijeren. Samen hebben ze met hun in 1968 in Amsterdam geopende galerie Art & Project het kunstklimaat in Nederland een nauwelijks te overschatten impuls gegeven. Ze introduceerden ‘moeilijke’, maar spraakmakende conceptuele en minimalistische kunst van weinig bekende kunstenaars die niet veel later wereldberoemd werden, zoals Carl Andre, John Baldessari, Francesco Clemente, Gilbert & George, Richard Long en Lawrence Weiner. Ook belangrijke Nederlandse kunstenaars als Stanley Brouwn, Daan van Golden, Ger van Elk, Peter Struycken en Carel Visser behoorden tot de vaste kern van de galerie.

„Adriaan en Geert hebben ons leren kijken, en de taal van de moderne kunst een beetje leren verstaan”, zeiden Martijn en Jeanette Sanders onlangs in een vraaggesprek met deze krant, naar aanleiding van de tentoonstelling van hun privéverzameling in het Stedelijk Museum Amsterdam. Vele kunstliefhebbers zullen het hen nazeggen.

In 2001 ging de avantgarde-galerie dicht en besteedden de twee hun tijd aan het onderbrengen van hun collectie. Verkoop was nooit een optie. Veel kunst uit hun verzameling was in hun galerie voor het eerst getoond en hun soms door de kunstenaars cadeau gedaan. Dat schepte verplichtingen.

Wim van Krimpen, oud-directeur van het Gemeentemuseum Den Haag, noemt Van Ravesteijn de laatste klassieke galeriehouder in Nederland. „Hij was medebepalend voor het kunstbeleid aan het eind van de vorige eeuw. Intelligent, aimabel en chique en met een verfijnd gevoel voor humor. Een collega en vriend tegelijk, een zeldzaam mens.”

Afgelopen zomer werd Van Ravesteijn vanwege zijn belangeloze en royale schenkingen van kunstwerken benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau.