Klimaatverandering

Afgelopen woensdag was het om twaalf uur ’s middags, terwijl de zon in het zenith stond, bijna nacht. De auto’s hadden hun lichten aan, mijn verre overbuurman aan de andere kant van het water had zijn schemerlamp aangestoken en op dat ogenblik voorspelde het zwerk niets dan onheil. Om te beginnen ging het geweldig regenen. Eerst dacht ik even dat er een nieuwe Zondvloed was uitgebroken, dat ergens in een haven een Noach bezig was zich in te schepen. Zulke associaties heb je bij wolkbreuken.

En toen schoot me een verhaal van de sciencefictionschrijver Ray Bradbury (1920-2012) te binnen. Een clubje ruimtevaarders is geland op Venus en al gauw ontdekken ze dat het op deze planeet altijd regent. Het staat in de verhalenbundel The Illustrated Man, verschenen in 1951.

Nu meldt het weerbericht dat we een bijzonder zachte winter hebben, misschien wel de zachtste ooit sinds de metingen begonnen. En daarvan zie je op de televisie dan weer wonderbaarlijke bewijzen. Planten die nu al in bloei staan, terwijl ze dat pas in maart horen te doen. Binnenkort wordt het eerste lammetje geboren, wel voldragen maar de schapen zijn ook al veel te vroeg met de voortplanting begonnen.

En verder meldde de televisie dat ergens in het noorden van het land een muizenplaag is uitgebroken. Een sombere boer staat in een bruine vlakte die eens zijn groene weiland was. Overal hebben de nijvere muizen holletjes gegraven en de wortels van het gras opgegeten. Tenslotte nog een luchtopname waarop je de agrarische verwoesting ziet. Het komt allemaal door het uitzonderlijk warme weer.

Ik heb altijd een sympathie voor die dieren gehad. Zelfs eens een muis die in een kooitje met lokaas gevangen was, het leven gered. Wat gaat u ermee doen, vroeg ik deze buurman. Verdrinken, zei hij. Ik rende naar mijn moeder. Daar komt niets van in, zei ze. Samen gingen we naar de muizenvanger. Hij was bereid het diertje over te dragen op voorwaarde dat het pas honderd meter verder zou worden vrijgelaten. Zo is het gebeurd. Nog altijd ben ik bereid, dierenlevens te redden, al is het van een vlieg. Een muizenklem die dichtklapt als de gevangene aan het lokaas begint te knagen en hem de nek breekt, blijft een wreedaardige machine. Wat zal er met de muizen in dat dorre weiland gebeuren? Daar wordt binnenkort een massamoord voltrokken. En ja, de mens moet ook leven.

Een jaar of tien geleden hadden we een uitzonderlijk warme zomer. De duurzame klimaatverandering was al een punt van discussie. In een column schreef ik dat nu iedere dag werd bewezen dat de partij van de verandering gelijk had. Daarop kreeg ik een stortvloed van tegenspraak, beledigingen, scheldpartijen, ook van types die ik voor keurige mensen had aangezien. Een leerzame ervaring. Het zal me benieuwen wat we dit jaar voor zomer krijgen.

En nu de steeds pranger wordende vraag. Wat voor klimaat gaan onze kinderen en kleinkinderen tegemoet? Meer regen? Meer droogte? Het hangt ervan af waar je woont. Het gezelschap van Ray Bradbury’s verhaal op Venus was geestelijk niet bestand tegen de onophoudelijke regen. Die kwam ook daar uit laag hangende donkere wolken. Nooit zag je de zon. Dat moet verschrikkelijk zijn. Wat doet het weer in het algemeen met je levenslust? De taal geeft al aanwijzingen. Als het een groot deel van de dag motregent zeggen we dat het druilerig weer is. Wat is een druiloor? Volgens de Grote Van Dale een ‘lusteloos, lijzig persoon’. Druilen betekent ‘overal tegenop zien, lusteloos zijn, geen energie vertonen’. Tot dusver is dit een druilerige winter. Niet uitgesloten dat de toestand van het weer zich op langere termijn meedeelt aan de geest van de massa. Dan kunnen we binnen zekere tijd een druilerig volk worden, althans ’s winters.

De zon heeft op de menselijke geest een effect volstrekt tegengesteld aan dat van de regen. Als je zegt dat de zon is doorgebroken, wil je daarmee laten weten dat het met het druilen is afgelopen. Betere tijden zijn aangebroken! Maar we moeten niet overdrijven. Als het door de klimaatverandering straks omstreeks eind mei met het druilen is afgelopen, begint aan een wolkenloze hemel de hele dag de zon te schijnen en dat duurt tot eind oktober. Nederland verandert in de zomer in een soort Afrika. Wat moeten we dan van ons volkskarakter verwachten? Van de druilerige winter in de uitspattende zomer? Hebben we al niet genoeg uitspattingen? Dat is de vraag niet. Van de klimaatverandering valt alles te verwachten.