Indische gans redt het niet om over de Himalaya te vliegen

Foto Charles Bishop

Geen enkele vogel vliegt tijdens de trek zo hoog als de Indische gans (Anser indicus). De trek van de ganzen over de Himalaya, tussen Mongolië en overwinteringsgebieden in India, is beroemd.

Het verhaal wil dat de ganzen over de achtduizenders vliegen, maar dat is niet zo. Enkele jaren geleden volgde een onderzoeksteam 91 trekkende Indische ganzen met zenders. Die ganzen haalden de 8.000 meter bij lange na niet – de resultaten stonden in oktober 2012 in Proceedings of the Royal Society B.

De hoogste gans in dat onderzoek haalde een vlieghoogte van 7.290 meter. Bijna altijd wisten de ganzen onder de 5.500 meter te blijven, door dicht bij de grond in de dalen te vliegen. Dat blijft een prestatie, want het is veel hoger dan wat een gans of eend boven Nederland haalt (circa 2 km hoogte).

Uit een vervolgonderzoek dat deze week in Science staat – van grotendeels dezelfde mensen – blijkt dat de Indische ganzen een vlieghoogte van 8 kilometer helemaal niet zouden kunnen volhouden. Onderzoekers onder leiding van Bangor University in Wales implanteerden bij dertig Indische ganzen een geavanceerde sensor. Het was een vrij groot apparaat (7 cm lang en 32 gram zwaar) dat lichaamstemperatuur, luchtdruk, hartslag en versnelling van de ganzen mat. De ganzen kregen ook een halsband met een nummer. Uiteindelijk werden 17 ganzen na de trek zo weer opgespoord, en bij 7 van hen had de sensor voldoende data verzameld.

De biologen konden uit de gegevens berekenen hoe vaak de ganzen met hun vleugels sloegen, hoe veel kracht ze uitoefenden en hoeveel zuurstof ze verbruikten. Die benodigde kracht bleek op 5.000 meter 1,7 maal zo hoog als op zeeniveau – een sterkere toename dan theoretisch verwacht. Een vlucht op 8 kilometer zou de ganzen snel uitputten.