Hoe lang blijft voetbal hier nog eerlijk?

Ze stortte zich op een onderwerp dat volgens haar de dood van het voetbal zou kunnen worden: matchfixing.

Bijzonder hoogleraar Marjan Olfers (45) deed anderhalf jaar geleden een grootschalig onderzoek naar omkoping in de Nederlandse sportwereld.
Bijzonder hoogleraar Marjan Olfers (45) deed anderhalf jaar geleden een grootschalig onderzoek naar omkoping in de Nederlandse sportwereld. Foto David van Dam

Marjan Olfers is een jaar of achttien als ze tussen de fruitautomaten en pokertafels staat. Haar eerste bezoek aan een casino. In haar zak: de 25 gulden die ze van haar vader heeft gekregen. Om te gokken. Maar ze zet niks in, ze weet een betere bestemming voor het geld. „Ik vroeg of ik er een boek van mocht kopen.” Want die „rare wereld” is niet de hare. Zo eindigt haar eerste en laatste bezoek aan een casino.

Nu zit Marjan Olfers (45) in de bar van het Hilton in Amsterdam. Het is kort na de verdachte oefenwedstrijd tussen sc Heerenveen en Standard Luik die mogelijk is gefixt. De Spaanse scheidsrechter gaf de ene strafschop na de andere en liet de Belgische club in de slotfase ook nog een penalty overnemen. Tot woede van Heerenveen. De Friese club stapte van het veld, waarna coach Dwight Lodeweges opmerkte dat het leek alsof er een bepaalde uitslag nodig was. Omgekochte arbiter?

Matchfixing is het terrein van Olfers, als bijzonder hoogleraar sport en recht aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Anderhalf jaar geleden deed ze een grootschalig onderzoek naar omkoping in de Nederlandse sport. De belangrijkste conclusie: wedstrijdmanipulatie komt niet veel voor in Nederland. Maar: de dreiging is er. „Onze competitie heeft nog veel geloofwaardigheid, en dat maakt het enorm aanlokkelijk voor fixers. Maar er hoeft maar één scheidsrechter te zijn die tien duels heeft gefixt en de geloofwaardigheid in de sport neemt af.”

Ze is een charmante verschijning in de door mannen gedomineerde voetbalwereld. Innemend, maar ook fel. Ze vocht als lid van de raad van commissarissen van Ajax een harde strijd uit met clubicoon Johan Cruijff. Bij Ajax is ze inmiddels al drie jaar weg. Nu wordt haar tijd opgeslokt door omkoping in het voetbal.

Ze maakt zich grote zorgen over de volkssport. Matchfixing is de dood van het voetbal, zegt ze. „In een aantal landen is het al de dood. In Aziatische landen en op de Balkan. Er worden wedstrijden gespeeld waar niemand op de tribune zit.” Want wie koopt er nog een kaartje voor een wedstrijd waarvan je vermoedt dat de uitslag al vaststaat. „Voetbal wordt dan show. Zoals het afgesproken werk in het showworstelen.”

Olfers verwijst vaker naar de Balkan. Ze heeft een vakantiehuis in Kroatië, dat uitkijkt op het stadion van Hajduk Split en sprak daar mensen die lijden onder de geldzucht van de gokmaffia. Zeker, ook zij verwerpt de spelers die dat veroorzaken, maar wel met oog voor hun situatie.

„Verplaats je maar eens in de Kroatische sporter die al zes maanden zijn salaris niet krijgt en wel zijn kinderen moet onderhouden, de hypotheek moet betalen en zijn verzekeringen. In Nederland is er dan bescherming. Wij hebben een goede voetbalbond en vakbond VVCS, die voor de spelers zorgt. Ook als ze schulden of andere problemen hebben. In landen als Kroatië bestaat dat niet.” Voor een speler die daar vergeefs op zijn geld wacht, is de verleiding volgens haar een stuk groter om te zwichten voor een matchfixer.

In die landen zijn diverse voorbeelden van manipulatie bekend. In Nederland is niet één voetballer hiervoor veroordeeld. Vaak blijft het bij onbevestigde vermoedens, zoals in de volgende voorbeelden.

Handsbal

In 1993 hebben spelers van Telstar onderling ruzie. Aanleiding: twee ‘fouten’ van verdediger Jan Mulder. Eerst een handsbal en een strafschop, daarna een eigen doelpunt. Daardoor verliest Telstar van FC Zwolle met 1-2. Dikke pech of is het sabotage zoals zijn medespelers beweren? Niemand die het kon bewijzen.

Inworp

Begin 2006 schiet FC Groningen-speler Danny Buijs de bal direct na de aftrap over de zijlijn in de uitwedstrijd tegen RBC. Zonder aanleiding. Mogelijk onkunde, maar tegelijk curieus wetende dat het mogelijk is om te wedden welke club de eerste inworp of hoekschop mag nemen. Paul Gascoigne deed ooit hetzelfde. De Engelsman gaf later toe dat hij op zijn eigen wedstrijd had gewed.

Knipoog

Het beruchte knikje van Domagoj Vida. In het Champions League-duel met Olympique Lyon in 2011 knipoogde de speler van Dinamo Zagreb naar een tegenstander nadat deze de 1-5 had gemaakt. Het werd 1-7, waardoor Ajax op doelsaldo werd gepasseerd door Lyon. Een bizarre Europese voetbalavond. Later doken foto’s op van Vida in een gokkantoor. Een fraudeur?

Veel van die beelden kijkt Olfers terug. Zoals ze dat ook deed na het oefenduel Heerenveen tegen Standard. Bij zulke verdachte duels is het haast ondoenlijk om er strakke conclusies aan te verbinden. „De bewijsbaarheid is verschrikkelijk moeilijk. Wie heeft er de prikkel om naar voren te treden? Ik heb materiaal voor tien spannende jongensboeken. Maar het gaat erom: wat is bewijsbaar? Ook bij verdachte bewegingen op de gokmarkt heb je nog geen direct bewijs.”

Ander probleem is de strafrechtelijke vervolging van matchfixers. Die laat te wensen over. Olfers zag tijdens haar onderzoek dat het Openbaar Ministerie onvoldoende doet met ‘restinformatie’. Bijvoorbeeld als er in onderzoek naar drugshandel of prostitutie bij toeval wordt gestuit op voetbalfraude, maar er geen vervolg aan wordt gegeven. Het heeft simpelweg geen prioriteit. „Waar zit het gevoel van onveiligheid bij mensen? Meer bij diefstal, bedreiging, inbraak dan bij wedstrijdvervalsing.” En reken niet op harde bewijsvoering van sportbonden. Zij zijn beperkt in hun onderzoek, zegt Olfers. „Tapverslagen krijgen sportorganisaties niet.”

Zo loopt er volgens Olfers geen onderzoek naar een verdacht duel in de topklasse, het twee na hoogste niveau in Nederland. Een invloedrijk persoon zou de kleedkamer zijn binnengekomen met de eis dat de tegenstander moest winnen. De spelers weigerden, maar verloren wel, is te lezen in haar onderzoek. In het amateurvoetbal komt dit vaker voor. Vooral rond het slot van de competitie. Het credo: wij de winst, jullie een krat bier.

Profs wensen een grotere tegenprestatie, maar omkoopbaar zijn ze. Tenminste, dat blijkt uit Olfers’ onderzoek. Van de 732 respondenten geloofde ruim een kwart dat matchfixing zich had voorgedaan in zijn of haar sport. Meest vatbaar zouden voetballers in de eerste divisie zijn. „Die krijgen niet veel betaald. Vijf- of tienduizend euro kan voor zo’n speler een hoop geld zijn. Vooral voor iemand die alimentatie betaalt of gokschulden heeft.”

Sporters gokken veel, stelt Olfers. Sommigen zelfs op eigen wedstrijden. Het is niet toegestaan, maar wie komt erachter als ze wedden dat ze zelf gaan winnen? „Dat betekent alleen maar dat ze nog meer hun best doen.” En toch, het geeft een ongemakkelijk gevoel. De kans bestaat dat de speler een keer een gelijkspel aankruist, en dan begeeft hij zich op het foute pad.

Olfers vindt daarom dat gokken op de eigen sport verboden moet worden. Ook is ze voor een inperking van het aanbod. Net als de Nederlandse voetbalbond, die wil dat er niet op oefenduels kan worden gegokt. Olfers gaat nog een stap verder. „Wedden op inworpen, hoekschoppen en rode en gele kaarten - moeten we dat willen? Ik vind dat verwerpelijk. Het gaat volstrekt in tegen de integriteit van de sport.”