Een ‘nee, tenzij’ tegen het opkopen van staatsschuld

Aanstaande donderdag beleeft de Europese Centrale Bank de belangrijkste bestuursvergadering in haar bijna zeventienjarig bestaan. Het staat zo goed als vast dat zij dan in principe besluit over het al dan niet opkopen van staatsleningen van alle eurolanden, in het kader van het monetaire beleid. Het bedrag kan fors worden: op de financiële markten wordt gerekend op rond de 500 miljard euro. Daarmee treedt de ECB laat in de voetsporen van de Amerikaanse, de Britse en de Japanse centrale banken. Die pasten deze vorm van ‘kwantitatieve verruiming’ (quantitative easing, QE) al eerder toe.

Het gaat hier om een paardenmiddel, bedoeld om de kredietverlening en daarmee de economie vlot te trekken. De ECB verlaagde sinds het uitbreken van de crisis een van haar rentes al tot iets onder nul. Zij verschafte de banksector grootschalig geldmiddelen en kocht al hypotheek- en andersoortige commerciële leningen op. En in het diepst van de eurocrisis opende zij de mogelijkheid om rechtstreeks staatsleningen op te kopen van wankelende eurolanden, in samenhang met hervormingsplannen van die lidstaten.

Dat laatste was een vorm van crisismanagement. De nu voorgenomen vorm van QE is anders van karakter: hij is een onderdeel van monetair beleid. Het gaat hier om steunaankopen van staatsleningen van alle eurolanden, over de gehele linie en zonder voorwaarden. Zo worden de rentevoeten op deze leningen omlaag gedrukt.

Het is onduidelijk hoe effectief dit beleid zal zijn. In de VS spelen de financiële markten een grotere rol bij kredietverlening dan de banken, die juist in de eurozone domineren. Het is niet gezegd dat het omlaag drukken van de rentes op de financiële markten, door het opkopen van staatsleningen, overal in de eurozone zal doorsijpelen naar de banken en dus de economie.

Bovendien is het QE-plan in wezen zeer politiek: allereerst gaat het hier, ook al is het strikt monetair bedoeld, om feitelijke steun voor de regeringen van de eurolanden die hun rentes zien dalen zonder dat daar hervormingen of andere eisen tegenover staan.

Daar bovenop ontstaat er een lotsverbondenheid in de eurozone. De ECB is een gemeenschappelijke onderneming. Als zij staatsleningen van alle eurolanden opkoopt, dan kan zij verlies lijden als een van die eurolanden in gebreke blijft bij rente en aflossing. Daarmee wordt dit dan een verliespost voor de overige eurolanden.

Niet doen dan maar? Het is wellicht te laat om principieel te zijn. Op de financiële markten wordt al zodanig op het ECB-besluit vooruitgelopen dat de rentes op staatsleningen tot recordlaagten zijn gedaald en de koers van de euro is gedaald. Met name ECB-topman Mario Draghi heeft door opeenvolgende openbare uitspraken een reeks van voldongen feiten en verwachtingen gecreëerd. Dat was handig om de sceptici over QE binnen de ECB, waaronder Duitsland en Nederland, buitenspel te zetten. Feit is nu dat afzien van het beleid tot schade zou leiden. Slim, maar fraai is het niet.

Dus als QE, dat sowieso op een (zuidelijke) meerderheid binnen de ECB kan rekenen, dan toch onontkoombaar is? Dan moet het compromis zijn dat het opkopen van staatsleningen voor rekening komt van elke nationale centrale bank afzonderlijk. Dat betekent dat eventuele verliezen ook voor nationale rekening komen.

Dat is aannemelijk de enige manier om de noordelijke landen in het besluit mee te krijgen. Zonder hun steun kan het, gezien de stemverhoudingen, ook. Maar het zou onbestaanbaar en uiterst schadelijk zijn als de zwaarste beslissing ooit van de ECB tegen hun wil zou worden doorgedrukt.