De onbekende mol

Een van de grootste misverstanden over wetenschap is dat in een volwassen wetenschappelijke discipline alles goed is uitgezocht. Zo staat het in encyclopedie en schoolboek. Daarin wordt systematisch de bekende kennis opgesomd.

Maar in feite is het bouwwerk van de wetenschap een vorm van retorica. Het lijkt volledig doordat de gaten onzichtbaar blijven. Ze zijn onzichtbaar omdat we de gaten (nog) niet zien, omdat het ons (nog) niet interesseert, of omdat we denken dat het in die gaten wel net zo zal zijn als in naburige kennisgebieden waar we wel kennis over hebben. We denken dus dat we de wereld kennen, maar bij nader inzien is het vrijwel altijd anders.

Deze week is er in deze bijlage een biologisch gat opengegaan waarin een mol blijkt te zitten. Daar zullen we wel alles vanaf weten toch, zo’n normaal diertje dat iedereen kent. Vergeet het maar. In feite weten we vooral hoe we ze dood kunnen maken. En zelfs dat lukt vaak niet. Hester van Santen schrijft nu hoe ze overleven met bizar weinig zuurstof en hoe absurd oud ze worden.

Het is een cliché dat de belangrijkste resultaat van alle onderzoek is dat meer onderzoek nodig is. Maar het is waar. Financiering, economische belangen en persoonlijke belangstelling zijn bepalend voor de keuze welke gaten in de kennis worden onderzocht. De mollenschade is duidelijk niet groot genoeg voor een grootscheeps Europees Mol Kennis Initiatief. In de medische wetenschap zijn gewone maar niet ernstige ziektes ook niet erg interessant voor onderzoek. Verkoudheid, eeltvorming, wrattenbestrijding, schijnzwangerschap. En gezondheid wordt natuurlijk helemaal niet onderzocht. Daar valt ook weinig aan te verdienen. Pas sinds ebola zijn de neglected tropical diseases een beetje in de belangstelling geraakt: ernstige tropische ziekten waar weinig blanken aan dood gaan.

In de biologie zijn veel dieren als de mol. Van welke dieren we nog meer niks weten is nog niet zo duidelijk.