Banken, stop die lobby, anders komt 2008 terug

Banken, verzekeraars, hypotheekgevers en pensioenfondsen moeten ophouden met hun lobby tegen extra buffers en strengere eisen en leennormen. Een economisch herstel op basis van zeepbellen en valse beloften leidt tot herhaling van de crisis van 2008, vindt Jeroen Dijsselbloem.

Een van de vragen die in de loop van 2014 bleef komen, was of de crisis nu voorbij is. Het economisch herstel gaat langzaam, maar de acute crises zoals bij banken of op de woningmarkt hebben we duidelijk achter ons gelaten. Belangrijker is de vraag of het herstel duurzaam is. Zijn we bereid lessen uit de crisis te trekken en er voor te zorgen dat niet opnieuw zeepbellen ontstaan?

Het kabinet heeft over een breed front maatregelen genomen om te zorgen dat onze financiële instellingen er duurzamer voor komen te staan. Stabiliteit, ook in tijden van crisis, is daarbij belangrijk. Risico’s nemen is soms onvermijdelijk. Maar financiële instellingen moeten altijd voorkomen dat ze hun kerntaken niet naar behoren kunnen uitvoeren omdat de risico’s niet meer door henzelf kunnen worden gedragen. Of dat de instellingen alleen overeind kunnen worden gehouden door de overheid (lees: de belastingbetaler).

Dat vergt maatregelen die nu worden doorgevoerd. Wat opvalt, is de massieve weerstand van de instellingen en betrokken sectoren omdat deze maatregelen onnodig beperkend zouden zijn. De lobby tegen extra kapitaalseisen voor banken, nieuwe solvabiliteitseisen voor verzekeraars, nieuwe rekenrente voor pensioenfondsen, nieuwe leennormen voor hypotheekverstrekkers is enorm en heeft ook de Eerste Kamer bereikt. Het gebeurt met gezochte en feitelijk onjuiste argumenten.

Ten eerste de verzekeraars. De sector verzet zich tegen hogere kapitaalseisen en liet een rapport opstellen door adviesbureau Towers Watson, waarin werd aangetoond dat in bepaalde gevallen de kapitaalseisen voor verzekeraars aanzienlijk hoger liggen dan die voor banken. Dat klopt en dat is ook terecht.

Levensverzekeraars bieden een levenspolis die een rendement garandeert op de inleg, de verzekeraar draagt het bijbehorende risico. Banken bieden spaarders veelal niet die zekerheid. De rente op een spaarrekening fluctueert immers meestal. Het werk van banken en levensverzekeraars is niet vergelijkbaar en dus moeten ze verschillende buffers aanhouden.

Ten tweede pensioenfondsen. Het nieuwe Financiële Toetsingskader (FTK) regelt stringentere eisen aan de fondsen maar biedt ze ook meer tijd om te herstellen als ze tegenslag hebben. De pensioenuitkeringen hoeven dan niet meer meteen omlaag, zoals we de afgelopen jaren zagen. De pensioenfondsen hebben zich echter verzet tegen het nieuwe FTK en hebben daarbij gepleit voor uitstel van de invoering van de nieuwe rekenrentemethode.

Met de nieuwe methode worden toekomstige verplichtingen op een prudentere manier berekend. Het argument tegen de nieuwe rekenrente is dat deze voor verzekeraars nog in ontwikkeling is en op een ander niveau zou uitkomen. Dat argument gaat voorbij aan de verschillen in toezichtkader tussen verzekeraars en pensioenfondsen en de onafhankelijkheid van De Nederlandsche Bank om rekenrente vast te stellen. De Eerste Kamer heeft uiteindelijk met moeite en nipt op tijd het nieuwe toezichtkader goedgekeurd maar steunde wel het verzet tegen de nieuwe rekenrente. Pensioenfondsen moeten eerlijk zijn tegenover hun betalers en ontvangers; tegenover hoge (gehoopte) rendementen staan ook meer risico’s. Dan moet je de risico’s wel kunnen dragen.

Ten derde de woningmarkt, waar sprake was van onverantwoorde overkreditering. De hypotheekrenteaftrek droeg bij aan hoge hypotheken en opdrijving van woningprijzen. Deze wordt nu geleidelijk versoberd. Nieuwe hypotheken moeten weer gewoon in 30 jaar afgelost.

Per 2015 worden de normen voor de hypotheek die je kunt krijgen verder versoberd. IJkpunten zijn je inkomen en de waarde van het huis. Een brede lobby van bouwers en de Vereniging Eigen Huis verzet zich hiertegen. Waarom doen we het? Ruim een derde van de huishoudens met een hypotheek staat ‘onder water’. We moeten beseffen dat veel huizen al direct bij afsluiting van de hypotheek minder waard waren dan het hypotheekbedrag. Dus al voor de crisis. Tot enkele jaren terug was dit ook toegestaan, met alle risico’s van dien. Via een verlaging van een procentpunt per jaar brengt het kabinet de norm terug tot 100 procent. Als je dus een hypotheek wil, moet je in de toekomst zelf ook weer geld meebrengen.

Ook bepaalt de hoogte van je inkomen hoeveel je kunt lenen. Nu nieuwe hypotheken weer in 30 jaar moeten worden afgelost, groeien de maandelijkse lasten. Het onafhankelijke NIBUD hield de leennormen opnieuw tegen het licht en stelde voor met de lagere inkomens iets voorzichtiger te worden. Voor inkomens tot 28.000 euro is de norm per 2015 3 tot 6,5 procentpunt lager. Critici voorspellen een nieuwe crisis in de woningmarkt, maar de echte vraag is ook hier of we bereid zijn de lessen van de vorige crisis langer dan een paar jaar vast te houden.

Tot slot de banken. De crisis in de Nederlandse bankensector was fors. De Nederlandse belastingbetaler heeft vele tientallen miljarden moeten uittrekken om de sector op de been te houden. Ondanks de enorme impact op samenleving en economie is er forse weerstand tegen de aangescherpte kapitaalseisen. Speciaal tegen de eis om tenminste 4 procent van de balans uit eigen vermogen te laten bestaan.

Het terugkerende argument tegen deze eis is dat het ten koste zou gaan van kredietverlening aan het midden- en kleinbedrijf. Echter, DNB laat in de studie Kredietverlening en bancair kapitaal zien dat banken in het basisscenario in staat zijn om aan alle eisen te voldoen en daarbij krediet te kunnen verlenen dat hoort bij de geraamde economische ontwikkeling.

Hoe kan dat? De bankensector maakte de afgelopen vier (crisis)jaren gemiddeld ruim 8 miljard euro winst vóór belastingen per jaar. De verwachting is dat dit met het economisch herstel de komende jaren verder verbetert. Ook na belastingen en heffingen rest dan een winst van ruim 5 miljard euro per jaar. Banken kunnen met deze winst de komende jaren hun eigen vermogen verder versterken zonder probleem voor de kredietverlening.

De echte vraag is of we bereid zijn de lessen van de crisis niet alleen te leren maar ook toe te passen. Ook als de gevolgen op korte termijn vervelend zijn. Maar wel in de wetenschap dat risico’s beter worden beheerst en veel draagbaarder worden. In de vaste overtuiging dat een economisch herstel op basis van nieuwe zeepbellen en valse beloften tot herhaling van 2008 leidt met opnieuw grote economische en maatschappelijke schade.