Afrika is werkterrein voor coaches tweede garnituur

Drie van zestien teams bij Afrika Cup hebben coach uit eigen land

Spaanstalige enclave
Spaanstalige enclave

Toptrainers koesteren hun grote voetballers uit Afrika, maar mijden het continent als de pest. Een Afrikaans werkterrein? De Van Gaals en Mourinho’s van deze wereld moeten er niet aan denken; hun sterke afkeer grenst aan minachting. En zo begint het 30ste toernooi om de Afrika Cup vandaag opnieuw met bondscoaches van de tweede garnituur.

Hoe bekend is Paul Put of Claude Le Roy? Wel eens gehoord van Honour Janza, Esteban Becker of Michel Dussuyer? En wordt Hervé Renard nog herinnerd als winnende coach van de Afrika Cup in 2012? Zij missen de naam en faam van collega-bondscoaches als Joachim Löw of Guus Hiddink. Voor trainers van hun statuur is Afrika evenwel een aantrekkelijk internationaal speelveld met een riant salaris; de mindere faciliteiten en grillen van bondsvoorzitters en sportministers voor lief nemend.

Hollandse school

Vanzelfsprekend kent Afrika de Hollandse school en worden Nederlandse toptrainers vaak benaderd. Maar niemand die zich eraan waagt. Bondscoach van Senegal of Zambia geldt niet als een aanbeveling op hun cv. Zo kon het gebeuren dat trainers als Jo Bonfrère en Clemens Westerhof met Nigeriaanse topvoetballers mochten werken en Arie Haan het slechts één jaar uithield als nationale trainer van Kameroen. Maar wie herinnert zich nog de bondscoaches Jan Brouwer (Zambia), Mart Nooij (Mozambique) en Arie Schans (Namibië)?

De zestien bondscoaches die de komende drie weken in Equatoriaal Guinea, een Spaanstalige enclave aan de Afrikaanse zuidoostkust, hun land begeleiden zijn vogels van divers pluimage. De meest omstreden trainer is de Belg Paul Put van Burkina Faso, die in eigen land levenslang is geschorst wegens matchfixing. Voor dat vergrijp werd hij ook nog eens door de Brusselse rechtbank (bij verstek) veroordeeld tot twee jaar cel en een boete van 11.000 euro. De Belgische paria is in Burkina Faso echter een volksheld nadat hij twee jaar geleden het nationale voetbalelftal naar de tweede plaats bij de Afrika Cup had geleid.

De bekendste bondscoaches in Equatoriaal Guinea zijn de Belg Georges Leekens (Tunesië), de Fransman Alain Giresse (Senegal) en de Israëliër Avram Grant (Ghana). Trainers op hun retour, die ‘Afrika’ hebben aangegrepen om aan het werk te blijven. Maar dat valt niet mee, want Leekens beklaagde zich na aankomst in Equatoriaal Guinea al over de belabberde omstandigheden. Hij is met Tunesië ondergebracht in een hotel zonder elektriciteit, stromend water en internet. Je vraagt je af hoe Louis van Gaal op zo’n situatie zou reageren.

Broodroof

De aanwezigheid van blanke bondscoaches Afrika is bepaald niet onomstreden. Afrikaanse collega’s zien hun aanwezigheid als broodroof. Stephen Keshi, die in 2013 het dit jaar absente Nigeria naar winst in de Afrika Cup leidde, heeft zich fel uitsproken tegen de aanwezigheid van westerse trainers. „De blanke coaches komen alleen voor het geld naar Afrika. Wat zij doen kunnen wij evengoed. Ik ben geen racist, maar zo is de werkelijkheid”, zei de voormalige topspeler tegen de site African Football.

Zijn verbale uithaal vindt vooralsnog geen gehoor, want in Equatoriaal Guinea worden drie van de zestien teams geleid door een coach uit eigen land. Dat zijn: DR Congo (Jean Santos Muntubila), Zambia (Honour Janza) en Zuid-Afrika (Gordon Igesund).