Achtergebleven in uitzichtloosheid

Sinds 2002 zit Mohamedou Ould Slahi vast in Guantánamo Bay, zonder ooit te zijn aangeklaagd. Hij vertelt uit de eerste hand wat ook beschreven staat in het recente Congresrapport over het geheime CIA-martelprogramma.

Een militaire bewaker toont een cel uit kamp 4 van terreurgevangenis Guantánamo Bay, juni 2006.
Een militaire bewaker toont een cel uit kamp 4 van terreurgevangenis Guantánamo Bay, juni 2006. Foto’s Paolo Pellegrin

NRC Handelsblad publiceert op de navolgende pagina’s een hoofdstuk uit Guantánamo Dagboek. Het boek, dat dinsdag wereldwijd gepubliceerd wordt, is het persoonlijke verhaal van de Guantánamo Bay-gevangene Mohamedou Ould Slahi (44). Het is voor het eerst dat een gevangene die nog altijd vast zit in het Amerikaanse detentiekamp op Cuba, een boek publiceert. Guantánamo Dagboek geeft niet alleen een unieke kijk op het dagelijks leven op ‘Gitmo’, het biedt ook inzicht in de logica van de Amerikaanse ‘oorlog tegen terreur’.

Het manuscript ontstond uit brieven naar zijn advocaat, die zeven jaar vocht om het vrijgegeven te krijgen. Sommige delen blijven gecensureerd. De zwarte balken zijn bijna een toegevoegde waarde. Ze illustreren hoe krampachtig en geheimzinnig de VS nog altijd omgaan met Gitmo.

Het verhaal van Slahi is typerend voor veel van de 127 overgebleven gevangenen. Zoals de meesten is ook hij nooit aangeklaagd voor een misdrijf. Alleen tegen de prominentste gevangenen, zoals Khalid Sheikh Mohammed, worden rechtszaken gevoerd. Nooit is Slahi vervolgd. Wat hem sinds zijn aankomst in 2002 rest, is geduldig te wachten tot het moment dat hij vrijkomt. Maar het is de vraag of dat ooit zal gebeuren. In 2010 besloot een federale rechtbank dat Slahi in aanmerking kwam voor vrijlating, maar tot vandaag is hij nog niet in vrijheid gesteld. President Obama wil de gevangenis sluiten, maar de kans dat dat gebeurt is nihil. Dit boek, ingeleid door mensenrechtenactivist Larry Siems, wil de aandacht vestigen op de uitzichtloosheid van de achtergebleven gevangenen.

Mohamedou Ould Slahi groeide op in Mauritanië, en vocht begin jaren negentig met Al-Qaeda in Afghanistan. Naar eigen zeggen brak hij met de terreurgroep, maar de Amerikaanse geheime dienst bracht hem in verband met een (mislukte) terreuraanslag in Los Angeles, in 2000. Hij werd na 11 september 2001 op talloze plekken gevangengehouden, ondermeer Jordanië en Afghanistan, waarna hij in augustus 2002 op Gitmo belandde.

Slahi vertelt uit de eerste hand wat ook beschreven staat in het recente Congresrapport over het geheime CIA-martelprogramma. Hij kreeg, zo schrijft hij, een luier om, mocht niet slapen, werd bedreigd, geslagen en seksueel geïntimideerd.

Maar Slahi beschrijft ook de dagelijkse omgang met medegedetineerden en bewakers. Met de bewakers gaat het over seks. Slahi krijgt te horen dat ze seks met meerdere partners hebben. ‘Hoe kun je een auto kopen zonder een testrit te maken?’, vraagt een bewaker. Slahi zegt dat hij dat niet begrijpt. ‘Jij bent homo’, zegt de bewaker.

Guantánamo Dagboek verschijnt op 20 januari in vertaling van Richard Kruis bij Meulenhoff Boekerij.