Wees maar niet bang. Ze maken echt geen kinderen dood hoor

De aanslagen in Parijs zijn ook in de klas veelbesproken. Veel kinderen zijn bang. In een Rotterdamse vmbo-brugklas stellen ze elkaar gerust.

Op de Rotterdamse school De Hef worden de aanslagen in de klas besproken. Foto Robin Utrecht
Op de Rotterdamse school De Hef worden de aanslagen in de klas besproken. Foto Robin Utrecht

Een Turkse jongen achter in de klas is bang. Bang dat moslimterroristen „flippen” als ze dit artikel in de krant lezen. „En dan een aanslag op ons plegen.”

„Waarom zouden ze dat doen”, vraagt mentor Manon van Kerkhof aan de jongen. „Omdat wij moslims zijn. En het niet eens zijn met de terroristen”, legt hij uit. De twaalf andere leerlingen – van wie er negen moslim zijn– knikken. De kinderen zitten in een vmbo-brugklas aan het Rotterdams Vakcollege de Hef. „Mensen worden gedood om het hebben van een mening”, zegt een Marokkaans meisje. Om die reden wil niemand met zijn of haar naam in de krant. En absoluut niet herkenbaar op de foto.

Een Turks-Nederlands meisje probeert klasgenoten gerust te stellen. „Ze maken echt geen kinderen dood, hoor.” Een meisje van Marokkaanse komaf reageert: „De tekenaars hadden niets misdaan, wij ook niet. Dus het kan toch.”

De aanslagen in Parijs houden de gemoederen bezig op De Hef, een school met leerlingen van veertig verschillende nationaliteiten, in een achterstandsbuurt op Zuid. De leraren luisteren naar wat de jongeren bezighoudt. Iedere dag, tussen half 9 en 9 uur, praten mentoren met hun leerlingen. Ze praten over alledaagse dingen, maar ook over actuele gebeurtenissen.

Dat is belangrijk, zegt directeur Selma Klinkhamer. „Wij willen jongeren helpen een mening te vormen. Zodat ze antwoorden vinden op gebeurtenissen in de wereld.” En, vervolgt ze, krachtige burgers worden. „Die niet in de criminaliteit terechtkomen. Of gaan radicaliseren.” Ze legt uit dat jongeren zich moeten kunnen weren in de samenleving en niet mogen vervreemden. „Zeker als je in deze buurt opgroeit.”

De extremisten zetten ons voor schut

Een Turks-Nederlandse leerling van Van Kerkhof zegt dat haar ouders stonden te schelden voor de tv toen ze de beelden van de aanslagen in Parijs zagen. „Die extremisten zetten ons voor schut”, legt ze uit. „En ze gebruiken de islam voor hun daden. Dat vinden mijn ouders vreselijk.” Een klasgenoot vertelt dat haar ouders ook boos waren. „De islam is een mooi geloof en nergens in de Koran staat dat je mag doden.”

Maar het is natuurlijk niet leuk dat de tekenaars onze profeet Mohammed hebben beledigd, zegt een van de leerlingen. Vind je het dan terecht dat redacteuren van het blad Charlie Hebdo zijn vermoord, vraagt mentor Van Kerkhof. „Natuurlijk niet”, zegt de jongen. Van Kerkhof vraagt aan de klas wat zij hadden gedaan om de tekenaars hun ongenoegen duidelijk te maken. „Ik was in staking gegaan.” „Ik had een gesprek aangevraagd met de tekenaars.” „En ik had een klacht ingediend bij het blad.”

Wij hebben een Nederlands paspoort

Nu worden nog meer mensen anti-moslim, vreest een leerling. „Dat gaat Wilders ook weer gebruiken.” PVV-leider Geert Wilders is zeer omstreden bij de leerlingen. Iedereen praat door elkaar heen als zijn naam valt. Toen Wilders begin vorig jaar zei dat hij „minder Marokkanen” in het land wilde, kwamen de leerlingen aangeslagen naar school, vertelt de mentor.

„Ik lag er wakker van ’s nachts”, zegt een meisje van Turkse komaf. „Ik dacht: straks moeten wij hier ook weg. En waar gaan we dan heen?” „Ze kunnen ons niet zomaar wegsturen”, meent een klasgenoot van Marokkaanse afkomst. „We hebben gewoon een Nederlands paspoort.”

De Turkse ouders van het meisje hadden haar gerustgesteld. Ze zouden Nederland niet hoeven te verlaten. „Onze ouders doen vies werk dat Nederlanders niet willen doen. Mijn moeder werkt in een fabriek en mijn vader in een magazijn.”

Wilders moet weten dat moslims gewone mensen zijn. Sommigen zijn goed, sommigen zijn slecht, zegt een leerling. Ze vinden het „eng” dat Wilders „beroemd” is en „de baas”. Sommige jongens op straat vinden dat hij dood moet, vertellen de leerlingen. Van Kerkhof vraagt of dat de problemen zou oplossen. Het is even stil „Nee, het zou alles alleen maar erger maken.”

Vorige week toonden twee leerlingen uit hogere klassen begrip voor de aanslagplegers. Directeur Klinkhamer vertelt dat de school meteen met de scholieren in gesprek ging. „Je moet naar ze luisteren. En kijken of je ze met argumenten op andere ideeën kan brengen.” Straf geven heeft geen zin. „Dat werkt averechts. Dan gaan ze zich nog meer verzetten. Of durven ze nooit meer iets te zeggen.” De Hef betrok de ouders van de leerlingen erbij. „Zodat thuis het gesprek verder gevoerd kan worden. Dat is belangrijk.” En als Klinkhamer het gevoel krijgt dat iemand toch radicaliseert? „Dan bellen we een speciale afdeling daarvoor van de gemeente.”