Opinie

Vluchteling Feda A. heeft de schijn tegen

Het is het goed recht van iedere Nederlander een ruimhartiger vluchtelingenbeleid te bepleiten, en het een schande te vinden als de overheid uitgeprocedeerde asielzoekers onderdak of medische voorzieningen ontzegt. Maar soms neemt de loffelijke verontwaardiging vreemde vormen aan, zoals eerder deze maand bij de uitwijzing van de Afghaan Feda A. Die is, na achttien jaar in Nederland, op het vliegtuig naar Kabul gezet omdat hij had gediend bij de Khad, een van de vele geheime diensten in Afghanistan die na de rivaliserende communistische staatsgrepen van 1978 en 1979 op grote schaal hebben gemoord en gemarteld.

Het is een episode die door de Russische interventie van 1979 en de talrijke oorlogen daarna in dit arme land een beetje op de achtergrond is geraakt. De Afghaanse communisten hebben geprobeerd hun land te ‘moderniseren’ op een manier die doet denken aan Stalins collectivisering van de landbouw, Mao’s Grote Sprong Voorwaarts of het regime van Pol Pot in Cambodja. Daarnaast gingen de rivaliserende communisten elkaar te lijf.

Honderdduizenden zijn zo het slachtoffer geworden van terreur, marteling en massale executies – boeren in de oorlogsgebieden niet alleen, maar ook talrijke leden van de middenklasse in de grote steden. Afghaanse vluchtelingen in het Westen, dus ook Nederland, behoren meestal tot die middenklasse, die veelal communistisch was georiënteerd. Zowel de daders als de slachtoffers onder hen hebben meestal de benen genomen toen in 1992 islamitische milities Kabul veroverden en er aan het communistische bestuur definitief een einde kwam. Lange tijd was het moeilijk hun doopceel te lichten, maar na de westerse interventie van 2001 in Afghanistan zijn geleidelijk aan meer documenten opgedoken. Sommige Afghanen zijn ook zo onvoorzichtig geweest bij een asielaanvraag in Nederland hun eigen betrokkenheid bij de diensten die de terreur organiseerden, als grond te noemen.

Artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag zegt dat aan personen die mogelijk betrokken zijn bij oorlogsmisdaden of schending van mensenrechten, geen vluchtelingenstatus hoeft te worden verleend. Feda A. valt, als werknemer van de Khad, ruimschoots onder deze bepaling. In Afghanistan is sinds een paar jaar een algehele amnestie voor oorlogsmisdadigers van kracht, maar justitie in Nederland is natuurlijk gehouden oorlogsmisdaden en dergelijke, die niet verjaren, te vervolgen.

Dat is ook gebeurd, in vier gevallen. Resultaat: een veroordeling tot twaalf jaar, eentje tot negen jaar en een vrijspraak. Een vierde verdachte, wiens handtekening onder duizenden orders tot ‘transport’ – in feite massa-executie – had gestaan, overleed tijdens het vooronderzoek. Het is natuurlijk niet gezegd dat Feda A. ook zulke zaken ten laste kunnen worden gelegd. Maar hij heeft de schijn tegen, de Nederlandse justitie heeft nog meer te doen en in Afghanistan geldt amnestie.

Zouden de goedbedoelende Nederlanders die zich nu zo kwaad hebben gemaakt over de uitwijzing van Feda A. ook overlopen van bewondering voor de Latijns-Amerikaanse dictaturen die na 1945 op grote schaal Duitse nazi's hebben toegelaten, zonder verdere vragen? Ik denk het niet. Nederland is geen Paraguay.