Verschil maak je in de zaal, niet op de PlayStation

Voetballen in de zaal is van zijn stoffige imago af. Cristiano Ronaldo, Messi en Neymar leerden er allen voetballen. Ajax zet nu ook in op zaalvoetbal.

Ajax was afgelopen weekend gastheer van zaalvoetbaltoernooi Amsterdam Youth Indoor. Eerder raadden profclubs zaalvoetballen juist af. Foto Maurice Boyer
Ajax was afgelopen weekend gastheer van zaalvoetbaltoernooi Amsterdam Youth Indoor. Eerder raadden profclubs zaalvoetballen juist af. Foto Maurice Boyer

De heersers in het voetbal zijn de heersers in de kleine ruimte. Rap, wendbaar en altijd oog voor een opening in een dichte defensie. Dat zijn de kwaliteiten waarmee middenvelders Xavi Hernández, Lionel Messi en Andrés Iniesta het verschil maken bij FC Barcelona. Zegt Nederlands zaalvoetbalinternational Mohamed Attaibi (27). „Bij Ajax en Feyenoord maken spelers keuzes waarbij ik denk: dat kon anders. Staan ze onder druk, dan schieten ze de bal al snel naar voren. In de zaal leer je de bal vast te houden.”

Zaalvoetbal is waardevol voor een carrière op het veld, wil Attaibi maar zeggen. De Argentijn Messi en zijn Spaanse kompanen speelden in hun jeugd veel in de zaal, evenals de deze week tot FIFA-voetballer van het jaar verkozen Cristiano Ronaldo. In Nederland daarentegen spelen kinderen bijna alleen op (kunst)gras, terwijl ze ondertussen minder op straat voetballen. Gevolg: minder vaardige spelers.

Tot die conclusie zijn ze ook bij Ajax gekomen. Mede door de nauwe betrokkenheid van clubicoon Johan Cruijff die hamert op het terugbrengen van de straatcultuur. De club experimenteert al ruim een jaar met zaalvoetbal, in de leeftijd 8 tot met 12 jaar. Afgelopen weekend was de club gastheer van de Amsterdam Youth Indoor, een zaalvoetbaltoernooi voor de jeugd waaraan zowel Nederlandse als buitenlandse profclubs deelnamen.

Ajax wil zaalvoetbal op de agenda zetten, zegt hoofd jeugdopleidingen Wim Jonk op de clubsite. Ook hij verwijst naar sterren als Cristiano Ronaldo, Neymar en Messi. „Zij hebben veel baat gehad bij het spelen in de zaal. Ik herken dat uit mijn eigen jeugd: zaalvoetballen heeft mij geholpen een betere veldvoetballer te worden.”

Minstens zo zwaar weegt het argument dat de jeugd minder op straat voetbalt, nu sport op de PlayStation misschien wel even populair is. Volgens Jonk zie je dat terug op het niveau van de jeugd, die technisch en motorisch minder vaardig is.

De zaal hoort bij het moderne voetbal

Terwijl het moderne voetbal volgens de oud-speler van Ajax juist vraagt om snelle passing onder druk, in steeds kleinere ruimtes. Zie hier de pijnlijke paradox: Nederlandse talenten handhaven zich steeds minder goed in de kleine ruimte, terwijl daarin juist het verschil wordt gemaakt.

Waarom kan zaalvoetbal helpen om deze ontwikkeling tegen te gaan?

Het antwoord kan worden gegeven in Topsportcentrum Almere, waar het Nederlands zaalvoetbalteam afgelopen week een oefeninterland speelt tegen Servië. Wie verwacht dat het spel wordt gedomineerd door dribbelaars die met trucs illusies opwekken zoals Hans Klok dat kan, komt bedrogen uit. De bal gaat juist snel in het rond, van voet naar voet.

„De grootste misvatting is dat het bij zaalvoetbal draait om trucs en lopen met de bal”, zegt bondscoach Marcel Loosveld nadat zijn multiculturele ploeg met 3-2 heeft verloren. „Het echte werk doet de man zonder bal.” Die creëert ruimte waarvan anderen profiteren.

Naast vrijlopen doen spelers meer kwaliteiten op in de zaal. Meer balcontacten, waardoor de controle verbetert, tweebenigheid, speloverzicht houden en passing. Loosveld: „En pas inspelen als een tegenstander op je afloopt en je geen keuze hebt. Daardoor komt er ruimte vrij voor je medespelers.”

Het is bijna of Loosveld grootheid Pelé citeert, die ooit zei: „In de zaal ontwikkelde ik mijn balcontrole, reactievermogen, dribbel en passing. Het was heel, heel belangrijk.”

Blessuregevaar wordt overdreven

Een betere propagandist kan Hans Schelling zich haast niet wensen. Hij is manager zaalvoetbal bij de KNVB en kreeg bij zijn aanstelling in 2011 de opdracht om meer leden te werven en de sport een positievere uitstraling te geven.

Vorig jaar resulteerde dat in pilots waaraan meerdere profclubs deelnamen. De reacties waren goed, zegt Schelling. Onder andere PSV, Feyenoord, Ajax omarmen het zaalvoetbal. Na die mededeling volgt een zucht: „En toch zijn er nog steeds trainers die geloven dat zaalvoetbal blessures oplevert. Een hardnekkig misverstand.”

De stroeve ondergrond zou al snel leiden tot liesklachten en verzwikte enkels. Maar volgens Schelling geldt dat meer voor oudere, ongetrainde beoefenaars. En toch gold de zaal lang als verboden terrein voor veldvoetballers. Zaalinternational Attaibi, die voor zijn carrière in de zaal in de jeugd bij Ajax speelde, herinnert zich dat vooral oudere jeugd bij Ajax werd verzocht om de zaal te mijden. De club hield graag controle. „Op die leeftijd hebben sommigen ook al een contract. Dan gelden andere belangen”, zegt Attaibi.

De vraag is of de bezorgdheid terecht is. Edwin Goedhart, oud-clubarts bij Ajax en Vitesse en nu bondsarts bij de KNVB, zegt dat de blessuregevoeligheid van zaalvoetbal niet moet worden overdreven. Vooral niet bij jonge kinderen met soepele spieren en gewrichten. „Alleen bij de leeftijdscategorie 12 tot en met 16 jaar moet je wat voorzichtiger zijn en individueel doseren”, zegt hij. „Dat is de fase van de groeispurt. Voor hen is het een extra belasting voor hun pezen als ze veel moeten wisselen tussen gras, kunstgras en de zaal.”

Als het aan Mohamed Attaibi ligt, mag Ajax hem gerust bellen voor eventuele medewerking. „Ik zou graag betrokken zijn bij dit initiatief”, zegt de oud-Ajacied. Open sollicitatie? Hij grinnikt. „Zeker.”