While you were sleeping... in Asia

Uniqlo uit Japan belooft beterschap bij Chinese ateliers

Wat gebeurde er in Azië terwijl je sliep? Onze correspondenten praten je bij.

Uniqlo uit Japan is wat H&M in Europa is: goedkope kleding, altijd eenvoudig genoeg om bruikbaar te zijn, maar modieus genoeg om leuk te zijn. En waar H&M de afgelopen jaren voorkwam in schandalen over erbarmelijke arbeidsomstandigheden in Bangladesh, heeft Uniqlo problemen met fabrieken in China.

Daar wil de Japanse keten nu werk van maken. Uniqlo belooft dat de arbeidsomstandigheden in twee fabrieken in de Zuid-Chinese Guangdong-provincie verbeterd worden. Dat schrijft The Wall Street Journal vandaag.

In de fabrieken wordt slecht betaald, moeten werknemers te veel overuren maken en krijgen ze arbitraire boetes opgelegd. Dat blijkt uit een rapport  van de Hongkongse NGO SACOM (Students and Scholars Against Corporate Misbehavior).

Een directeur van Uniqlo zegt in The Wall Street Journal dat er strikt toezicht komt op de twee fabrieken om zeker te stellen dat de waarden en standaarden die Uniqlo hooghoudt nageleefd worden.

De goedkope Chinese ateliers zijn overigens wel lucratief. Afgelopen kwartaal steeg de winst van Uniqlo met 64 procent tot bijna 70 miljard yen (517 miljoen euro).

Chinese overheid wordt durfinvesteerder

De Chinese regering wil meedoen in de snelle wereld van de durfinvesteerders. Er komt een fonds ter waarde van 40 miljard yuan (6 miljard euro) om te investeren in ontluikende industrieën in China. Dat schrijft Financial Times.

Het doel van het nieuwe fonds is om de private sector in China meer ruimte te geven en een grotere rol te laten spelen bij de economische ontwikkeling van het land. Een aanzienlijk deel van de groei is nu gebaseerd op de staat die staatsbedrijven grote infrastructuurprojecten laat uitvoeren, gefinancierd met staatsgeld.

De Chinese regering liet in een verklaring weten dat dit “een belangrijke stap is” om ontluikende sectoren in de toekomst tot wasdom te laten komen. De afgelopen jaren is private equity enorm gegroeid in China. Veel rijke kinderen van oude partijbazen - vaak in het westen opgeleid aan dure Amerikaanse universiteiten - kiezen er voor om voor dit soort investeringsmaatschappijen te werken.

Ingenieurs en aannemers met horizondrang welkom in Indonesië

Likkebaardend kijken ingenieurs en aannemers naar de nieuwe plannen van de Indonesische regering. De Nationale Ontwikkelingsmaatschappij zal de komende dagen de plannen voor de komende vijf jaar bekendmaken. Nikkei Asian Review weet dat er in ieder geval voor 5.500 biljoen roepia (400 miljard euro) aan infrastructuurprojecten bijzit.

Vierentwintig havens worden uitgebreid, er worden nieuwe wegen aangelegd en er komen nieuwe waterzuiveringsinstallaties, aldus de Japanse krant.

Het past allemaal in de plannen van de ambitieuze president Joko Widodo om van Indonesië een belangrijke maritieme natie met goede logistiek te maken. De groei moet de komende jaren omhoog van 5 naar 7 procent per jaar. Doorgaans wordt de brakke staat van wegen, havens en vliegvelden gezien als een enorme belemmering voor het land dat met een grote (245 miljoen inwoners) en jonge bevolking (mediaanleeftijd onder de 30 jaar) veel economische potentie heeft.

De kans is groot dat er fel gestreden wordt om deze projecten in het land met de grootste economie van Zuidoost-Azië. Zuid-Koreaanse, Japanse en Nederlandse ingenieurs en aannemers azen continu op nieuwe projecten in Indonesië. De vraag is altijd of de plannen waargemaakt worden.

Corruptie bij aanbestedingen of juist vertragende anti-corruptie controles maken het werken in Indonesië moeizaam. Ook is het land enorm gedecentraliseerd waardoor veel overheden, bestuurders en belanghebbenden inspraak hebben voordat een plan uiteindelijk uitgevoerd wordt.