Topblad Nature onderdeel van megafusie

Nature-uitgever Macmillan gaat samen met grote wetenschappelijke uitgever Springer.

Het prestigieuze tijdschrift Nature krijgt een nieuwe uitgever. Het Duitse Springer en het Britse Macmillan kondigden gisteren aan dat ze gaan fuseren. Springer is de op een na grootste wetenschappelijke uitgever ter wereld, na het Brits-Nederlandse Elsevier.

Door de fusie ontstaat een bedrijf met een omzet van 1,5 miljard euro en 13.000 werknemers. Het moederbedrijf van Macmillan, het Duitse familiebedrijf Holtzbrinck Publishing Group, krijgt een meerderheidsbelang van 53 procent. Topman van het fusiebedrijf wordt de Nederlander Derk Haank, de huidige CEO van Springer, die ook bij Elsevier heeft gewerkt. Behalve hun tijdschriften voegen Springer en Macmillan ook hun divisies voor leer- en tekstboeken samen.

Volgens Leo Waaijers, voormalig bibliothecaris van de Technische Universiteit Delft en de Wageningen Universiteit, voegt Springer nu „een admiraalsboot” toe aan zijn vloot van ruim 1.500 wetenschappelijke tijdschriften. Daarmee doelt hij op Nature. „Springer had wel topbladen, maar nog geen vlaggenschip.”

Bibliotheekmedewerker Wouter Gerritsma van de Wageningen Universiteit schrijft op zijn blog vandaag dat Springer ook op een andere manier kan profiteren van de reputatie van Nature. Dat blad ontvangt jaarlijks bijna elfduizend artikelen, maar wijst meer dan 90 procent af. Die kunnen nu hun weg vinden naar een Springertijdschrift.

De machtsbundeling van Springer en Macmillan anticipeert op een grote verschuiving in het uitgeven van wetenschappelijke artikelen. Digitalisering en internet zetten de markt op hun kop, net als eerder is gebeurd met muziek, vliegreizen en kleding. Open access, het online gratis beschikbaar maken van wetenschappelijke kennis, is het nieuwe model.

Springer wordt gezien als voorloper op dit gebied. Het maakte als eerste grote commerciële uitgever de beweging naar open access, met de overname van het Britse BioMed Central in 2008. Die geeft inmiddels 272 online tijdschriften uit. Nature Publishing Group, onderdeel van Macmillan, nam twee jaar geleden een meerderheidsbelang in het Zwitserse Frontiers, dat nu 51 openaccesstijdschriften uitgeeft.

Openaccessuitgevers werken volgens een nieuw model. Voorafgaand aan publicatie betaalt een onderzoeker een bedrag aan de uitgever, waarna een artikel wordt gepubliceerd en voor iedereen vrij toegankelijk is. In het traditionele model publiceren tijdschriften wetenschappelijke artikelen, en neemt de geïnteresseerde lezer een abonnement om toegang te krijgen tot de kennis.

Op dit traditionele model is groeiende kritiek van onder meer universiteitsbibliotheken. Uitgevers bieden hun hele tijdschriftenportefeuille als één pakket aan, de big deals. En tegen snel stijgende prijzen. Omdat de uitgevers de toptijdschriften bezitten – waarin wetenschappers zo graag publiceren, omdat het bepalend is voor hun carrière – dwingen ze af dat zij het auteursrecht overnemen. „In dit model zijn de uitgevers monopolisten”, zegt Waaijers. Met de overgang naar open access raken ze dat monopolie langzaam kwijt, is het idee.

In het snel veranderende uitgeverslandschap zijn agressieve open access uitgevers in het voordeel, schreef het Canadese adviesbureau Science Metrix in 2013 in een onderzoek naar de ontwikkelingen van open access. Uitgevers die vasthouden aan oude gewoonten verliezen waarschijnlijk marktaandeel. De grote vraag daarbij is of, en hoe, het publicatiegedrag van de miljoenen onderzoekers zich ontwikkelt.