Snacken in A’dam: eindelijk wat te kiezen

In buitenlandse steden zag je hem al volop, en nu komt ie ook naar Amsterdam: de foodtruck. Voor wie op straat wil snacken is er straks eindelijk een alternatief voor die eeuwige hotdog.

Foto’s Rien Zilvold, Amaury Miller

Verfijnd kan je het Amsterdamse straatvoedsel niet noemen. Haring, oliebollen, hotdogs en een verdwaalde friettent. Daar blijft het wel bij. Maar dat gaat snel veranderen. De gemeente mikt op een „innovatief voedselaanbod” en geeft ondernemers voor het eerst de ruimte om eten te verkopen vanuit ‘foodtrucks’, een fenomeen dat uit de Verenigde Staten is komen overwaaien. Met vijftien tot twintig geplande standplaatsen voor een periode van twee jaar zou Amsterdam weleens een klein streetfood-paradijs kunnen worden.

Foodtrucks zijn in een paar jaar immens populair geworden. Ze bieden culinair verantwoorde hapjes, vaak gemaakt van duurzame producten. En ze staan op uit hun voegen barstende festivals als de Rollende Keukens (Amsterdam), TrekFoodTruckfestival (Utrecht) en Rotterdamse Kost (Rotterdam). Kenmerkend voor de foodtruck-trend is de samensmelting van kookstijlen – denk aan: briekroketten met frambozenjam of pitabroodjes met vegetarische gyros – en de vrolijke presentatie in bijvoorbeeld oldtimers of hippiebusjes. Anders dan in de grote Amerikaanse steden – waar de trucks daadwerkelijk aan straatverkoop doen – mogen de hippe wagens in Nederland alleen op festivals of overdekte markthallen staan.

Het programma ‘Lekker eten op de Amsterdamse straten’ moet daar verandering in brengen. De voedselwagens krijgen een standplaats in de stadsdelen Nieuw-West, West, Oost en Zuid (inclusief één plaats op de Zuidas). Het is nog een proef: blijkt die na twee jaar succesvol dan krijgen foodtrucks meer ruimte in de stad. Cateraar Lotte Wouters van The Food Line Up heeft er de afgelopen jaren intensief voor gelobbyd: „Nu krijgen foodtruckers eindelijk de kans om te laten zien dat het Amsterdamse straatvoedsel gezonder, lekkerder en kleurrijker kan.” Het huidige aanbod „getuigt van weinig inspiratie”, vindt Wouters. „Ongezond, en die lelijke hotdogkarretjes fleuren de stad bepaald niet op.”

Binnenkort wijzen de stadsdelen de locaties voor de wagens aan. Daarbij staat of valt de proef, denken veel foodtruckers. „Als ik alleen op een dood punt in Sloterdijk kan staan, vraag ik geen vergunning aan”, zegt Steff Veldkamp, uitbater van vegetarische voedselwagens Vleesch noch Visch. Ook is het nog onduidelijk welke bereidingswijzen worden toegestaan. De huidige straatverkopers mogen alleen niet-bederfelijke waar in de kar hebben, vandaar de ingeblikte hotdogs. Wouters: „Versheid is cruciaal voor de smaak, vitamines en beleving. Het is wel de bedoeling dat de regels voor de foodtrucks worden opgerekt, maar hoe ver zullen ze gaan? Ik zie de gemeente niet snel een vergunning afgeven voor open houtvuren.”

Hotdogimperium

Verdrijft de quinoakok straks de hotdogkar uit het Amsterdamse straatbeeld? Zo’n vaart zal het niet lopen, denkt Ruud Vuur (51), eigenaar van een klein hotdogimperium in de stad. Hij beheert 16 roulatieplekken voor hotdogkarren, verhuurt die karren aan vergunninghouders, levert de worsten via zijn hotdoggroothandel en treedt op als woordvoerder van de Amsterdamse hotdogverkopers. „Ik ben huiverig voor die foodtrucks”, zegt Vuur, „maar ik ben niet bang dat ze onze plekken inpikken.” Vergunningen worden verleend voor het leven, „die pakken ze ons niet zomaar af”. Toch is dat wat de gemeente het liefst wil, zegt hij. „Ze willen ons weg hebben, dat is mij met zoveel woorden verteld.” Vuurs rode hotdogkramen zouden het straatbeeld ontsieren. Dat resulteerde vorig jaar in allerlei „pesterijen”. Vergunninghouders moeten altijd zelf aanwezig zijn in de kar – „kwam de politie ineens controleren als een vergunninghouder tien minuten van zijn plek was”.

„Ik vind het ook niks, die rode kartonnen dozen op de Dam”, beaamt Vuur. Daarom is hij bezig in zijn werkplaats met nieuwe karren. Het felle rood wordt bruin, er komt minder tekst op en ze worden versierd met oud-Amsterdamse taferelen.

Maar dat er behoefte zou zijn aan gezond, duurzaam straatvoedsel, daar gelooft Vuur niet in. „Mensen willen gewoon een vieze, vette bek op straat. Als ik broodjes gezond kon verkopen, had ik dat allang gedaan.” Die nieuwe vergunningen? Oneerlijke concurrentie. „Mensen staan dertig jaar op de wachtlijst voor een vaste standplaats. En nu komen deze jongens daar ineens tussendoor.” Dat er voor de foodtrucks andere regels gaan gelden, vindt hij ook concurrentievervalsing. „Wij mogen niet bakken en braden.”

Voorlopig zit Vuur nog goed. Zijn kramen staan voornamelijk in het centrum en juist dat stadsdeel doet niet mee aan de proef. In de binnenstad staan al te veel voedselkramen, vindt het stadsdeelbestuur. Bovendien is het centrum met zijn nauwe straten slecht toegankelijk voor de brandweer. „Als je daar met gasflessen in de weer gaat, wordt het gauw gevaarlijk”, zegt oud-PvdA-raadslid Rik Winsemius, die het initiatiefvoorstel voor foodtrucks vorig jaar indiende. Toch sluit hij niet uit dat als de tweejarige proef succesvol blijkt, ook in het centrum een aantal foodtrucks mogen staan, „op plaatsen waar de brandweer goed bij kan”.

„Het is een gemiste kans”, zegt cateraar Wouters. „Het centrum is doorspekt met vette fastfood en vaak de enige wijk waar toeristen komen. Gezond streetfood had een mooi uithangbord voor Amsterdam kunnen zijn.”