Onbekend, onbemind en herdrukt

Goed, Jef Geeraerts leeft dus nog. Dat blijkt uit het alarmerende bericht op een literaire nieuwssite: ‘Vlamingen hebben totaal geen kennis van Vlaamse literatuur. Helft waant Jef Geeraerts dood’. Het Davidsfonds liet duizend Vlamingen een reeks vragen over hun literaire erfgoed beantwoorden. De resultaten waren, zoals het gaat in de enquêtebusiness, deplorabel. De grootste Vlaamse schrijfster aller tijden? Vier vijfde had geen idee, 10 procent kwam op Kristien Hemmerechts en 14 ondervraagden opteerde voor Saskia de Coster. Uit een klein tegenonderzoek in Amsterdam kwam overigens Maria Rosseels (1916-2005) naar voren – auteur van de roman met de op het oog literair-programmatische titel De dood van een non.

Het grote misverstand is dat dergelijke onderzoeken iets met literatuur te maken hebben – hooguit met de verspreiding van handboekkennis en het verlangen naar cultuurpessimistische zelfbevestiging. En er zijn altijd nog schrijvers die onbekender zijn, zoals Peter Akkerman. Akkerman (1952) debuteerde in 2001 met de dikke roman De val van Icarus, door uitgeverij Conserve destijds gepresenteerd in hun mooie gebonden debutenreeks met werk van Bernlef, Hermans en Reve. Het boek gaat over een zekere Sebastiaan Brandt – een leraar Duits van middelbare leeftijd die dagelijks een klassieke plaat beluistert, een sigaar rookt en een middagwandeling maakt. Op zondag blijft hij thuis, want die dag is het te druk met andere wandelaars. De sociale verplichtingen die dat met zich meebrengt, kan hij niet aan: ‘Hij zag op tegen de voortdurende staat van mobilisatie, waarin hij zijn lichaam moest houden voor een mogelijke groet.’

Het was het soort trage roman dat eigenlijk in 2001 al hopeloos verouderd was en dus amper aandacht kreeg – levensangst was al uit de mode. Behalve in NRC Handelsblad waar het, en hier piept een ijdel aapje uit de mouw, de eerste roman was waar ik een recensie over mocht schrijven. Nu blijkt Peter Akkerman deze herfst gestorven te zijn, wat ik weet omdat zijn vrienden een herdruk van het boek hebben laten maken en een website hebben opgericht.

In mijn oude exemplaar staan in de kantlijn dingen als ‘te ingewikkeld, wel cruciaal’, wat de zwakte van het boek adequaat omschrijft. Maar er staan veel streepjes bij mooie zinnen: ‘Zijn gezicht was als de trotse aankondiging van een autobaan, die al na tien kilometer overgaat in de oude, slecht geasfalteerde tweebaansweg.’ Van mij had Peter Akkerman meer romans mogen schrijven, maar als je De val van Icarus helemaal leest, begrijp je dat diens hele schrijverschap zich in deze 536 bladzijden heeft samengebald. We moeten hem maar zien als Icarus op het schilderij van Brueghel: hoog gevlogen, maar niet zo ver. Neergestort in zee, maar nog niet gezonken. Net voor het vergeten vastgelegd: zijn benen steken nog boven het water uit.