Nee, dames, dít onderzoek vereist talent!

Vrouwen zijn ondervertegenwoordigd in vakgebieden waar wetenschappers zelf van denken dat er aangeboren talent voor nodig is.

Vrouwen zijn ondervertegenwoordigd in de wetenschap, maar in sommige wetenschapsgebieden zijn ze meer ondervertegenwoordigd dan in andere. In de Verenigde Staten is het aandeel vrouwen dat recent in moleculaire biologie en neurowetenschappen promoveert bijvoorbeeld ruim twee keer zo groot als in natuurkunde en computerwetenschappen (daar is het nog geen 20 procent). Ook in de sociale en geesteswetenschappen zijn grote verschillen tussen vakgebieden: het aandeel vrouwen onder de recent gepromoveerden in psychologie en kunstgeschiedenis is ruim twee keer zo groot als dat in economie en filosofie (nog geen 35 procent). In Nederland bestaan grofweg vergelijkbare verschillen.

Hoe dat komt? Vrouwen zijn vooral ondervertegenwoordigd in vakgebieden waar wetenschappers zelf denken dat die aangeboren talent vereisen. Dat laten Amerikaanse onderzoekers deze week zien in Science. Ze vroegen ruim 1.800 wetenschappers (van promovendus tot hoogleraar) uit 30 disciplines hoe ze over hun vakgebied dachten en hoe anderen in het vakgebied erover dachten. Ze vroegen niet alleen in hoeverre er „een speciale vaardigheid die niet aangeleerd kan worden” voor nodig is, maar ook hoeveel uur per week mensen in hun vakgebied gemiddeld werkten en in hoeverre het systematisch of empathisch denken vereist. Het stereotype idee is dat vrouwen minder uren willen of kunnen maken, en dat ze niet systematisch en wel empathisch denken. De antwoorden op die laatste vragen hingen niet samen met een ondervertegenwoordiging van vrouwen.

En het is ook niet zo dat vrouwen afvielen omdat alleen de beste kandidaat-promovendi werden aangenomen en dat dat vaker mannen waren. Naarmate vakgebieden selectiever waren, naarmate ze dus een kleiner percentage aannamen van de kandidaten die zich aanmeldden, waren er eerder méér vrouwen.

De wetenschappers kunnen met deze onderzoeksopzet geen oorzakelijk verband aantonen. Maar ze denken dat de ondervertegenwoordiging van vrouwen in sommige vakgebieden in elk geval deels komt door het stereotiepe idee dat vrouwen niet het mysterieuze ‘talent’ bezitten dat in die disciplines nodig is.

„Een stereotiep beeld, want er is geen bewijs dat er zulke verschillen tussen de disciplines zijn”, zegt Naomi Ellemers, hoogleraar sociale en organisatiepsychologie te Leiden. Volgens haar is ook een andere, „vrij banale” verklaring mogelijk: „Het onderzoek laat ook zien dat bij de disciplines waar ‘talent’ zo belangrijk wordt gevonden, vrouwen niet welkom zijn en niet geschikt worden geacht. Maar dat is niet erg politiek correct om te zeggen. Misschien gaat het hier dus wel gewoon om een rationalisatie van het onderbuikgevoel ‘we moeten ze niet’. En dat dit soort stereotiepe verwachtingen leidt tot uitsluiting en dat vrouwen ook zelf minder graag en goed in die gebieden werken, was al bekend.”