Moslims worden gediscrimineerd, maar melden het vaak niet

Veel reacties na ‘Parijs’. Sociale media berichten over discriminatie en bedreiging. Maar officiële meldingen van incidenten zijn er weinig, laat staan aangiftes.

Na de aanslagen in Parijs hebben zich in Nederland maar weinig incidenten voorgedaan rondom islamitische instellingen. Dat blijkt uit een rondgang van deze krant langs gemeenten, moslimorganisaties en moskeeën. De reacties lijken zich te richten op individuen. Moslims worden bedreigd, met bier overgoten en uitgescholden, blijkt uit meldingen op vooral sociale media.

Die meldingen zijn moeilijk te checken, en tot een aangifte of melding bij officiële instanties leiden de onlineberichten zelden. Toch worden de berichten massaal gedeeld op sociale media, en soms belanden ze in traditionele media. Op de Facebookpagina ‘Meld Islamafobie’ zijn veel discriminatiemeldingen geplaatst, soms anoniem en soms uit derde hand. Officiële instanties weten vaak van niks.

De reacties naar aanleiding van ‘Parijs’ zijn vooral verbaal en gericht op personen, constateert Marianne Vorthoren, directeur van de Stichting Platform Islamitische Organisaties Rijnmond (SPIOR). „De geweldsincidenten vallen mee. Laat dat vooral zo blijven.”

Vorthoren maakt zich wel zorgen over de toenemende discriminatie. „De meldingen op sociale media bewijzen dat er nog veel moet gebeuren. Triest genoeg.”

Ook Nourdeen Wildeman, spreker en blogger binnen de islamitische gemeenschap, ziet een toename van incidenten. „Het zijn vooral islamitische vrouwen die mikpunt van discriminatie zijn.”

Moskeeën in brand gestoken

De reacties in Frankrijk beperken zich niet tot verbale uitingen. Daar zijn islamitische instellingen in brand gestoken, beklad en bestookt met oefengranaten. In Zweden werden eind december drie moskeeën in brand gestoken. Sindsdien de aanslagen in Parijs worden alle moskeeën in Zweden extra beveiligd door de politie. De situatie in het land is gespannen.

In Duitsland wordt vooral gedemonstreerd. Daar gingen de afgelopen weken tienduizenden de straat op om te demonstreren voor of tegen de Pegida-beweging. Pegida staat voor „patriottische Europeanen tegen de islamisering van het avondland” – het Westen .

Gewelddadige aanslagen of demonstraties tegen moslims zijn in Nederland vrijwel uitgebleven. Alleen in Vlaardingen is vorige week donderdag een verfbom naar de Al-Heiramoskee gegooid. De Raad van Marokkaanse Moskeeën Nederland (RMMN) constateert dat de ongerustheid onder moslims is toegenomen, „maar gezien de omstandigheden lijkt het in Nederland mee te vallen”. Ook de RMMN stelt vast dat vooral moslima's het verbaal moeten ontgelden in Nederland.

Navraag bij de politie leert dat van veel scheldpartijen of andere voorvallen geen aangifte wordt gedaan. Verhalen over incidenten bereiken de politie alleen via de media. De Amsterdamse politiewoordvoerder Rob van der Veen: „Als deze mensen de volgende keer meer tijd steken in aangifte doen en minder aan het online zetten van hun verhaal, dan kunnen wij achter deze meldingen aan. Sociale media lossen dit niet op.”

Een verhaal dat veel gedeeld werd via internet en waarover commotie ontstond, ging over een buschauffeur van Connexxion die pas verder wilde rijden nadat een ingestapte moslima zich had uitgesproken tegen de aanslagen in Parijs. Het meisje weigerde dit. De buschauffeur wilde niet verder rijden en werd ontslagen, ter plekke. Het busbedrijf ontkent het ontslag en heeft navraag gedaan naar het incident, maar dit leverde niks op. „Dit is compleet verzonnen", aldus een woordvoerder.

Discriminatieregistratie

Ofschoon bij berichten op sociale media dus vraagtekens zijn te zetten, wijzen de discriminatiemeldingen er volgens Vorthoren (SPIOR) op dat registratie van discriminatie belangrijk is, en vooral dat die beter kan. „Veel moslims en moslimorganisaties doen nu geen aangifte als ze worden gediscrimineerd. De drempel is te hoog.” Volgens Vorthoren wordt nu maar een fractie gemeld van de islamofobie die zich in de samenleving voordoet.

Uit de jongste cijfers van de Anne Frankstichting, die racisme, rechts-extremisme en discriminatie registreert, blijkt dat in 2013 150 gevallen van moslimdiscriminatie zijn geregistreerd. Uitschelden komt verreweg het meest voor: dit betrof 115 van de 150 incidenten.

Bij Rotterdam Anti Discriminatie Raad (RADAR) kwamen in 2013 twintig meldingen binnen over discriminatie van moslims. Datzelfde jaar ontving Meldpunt Discriminatie regio Amsterdam 47 klachten. Vorig jaar waren dat er 42, en dit jaar tot nu toe drie.

Om de registratie te verbeteren, begint SPIOR met antidiscriminatiebureau RADAR een meldpunt voor discriminatie van moslims. Een meldpunt door moslims, voor moslims – zo hoopt Vorthoren de drempel te verlagen. „Wij zullen de meldingen heel gestructureerd behandelen. We registreren alles, zodat we een zo compleet en betrouwbaar mogelijk beeld hebben.”

Juist de betrouwbaarheid staat op dit moment onder druk, volgens Wildeman. „Niemand is gebaat bij foutieve berichtgeving. De kans bestaat dat daardoor geen realistisch beeld wordt geschetst. Wanneer berichten niet blijken te kloppen, doet dit af aan de verhalen die wel kloppen Daardoor bestaat de kans dat mensen denken dat er geen probleem is. Dat is er wel.”

Daar is ook Vorthoren bang voor. Dat door verzonnen meldingen de wel gegronde meldingen in twijfel worden getrokken.