‘Kijk, psalm 14, de psalm tegen de angst’

Na de aanslag op de kosjere supermarkt krijgen de leerlingen van École Lucien de Hirsch weer les. Maar net als andere joodse scholen nu beschermd door militairen.

Ilan Benhanou haalt een extra keppeltje uit zijn zak en geeft dat aan zijn vriend. „Zet jij die ook even op?” Dan pakt hij, een jonge magere man in een zwart leren jack, zijn mobieltje en begint in rap tempo zangerig een Hebreeuwse tekst te declameren. Af en toe hapert hij even. Dan helpt een blik op zijn schermpje om te zien hoe de tekst verder gaat.

„Dit is de psalm van David”, legt een oudere man met een wollen muts later uit. Hij was erbij komen staan en souffleerde de geïmproviseerde voorzanger af en toe. Nu pakt hij zijn meegenomen psalmenboek erbij. „Kijk, psalm 14. De psalm tegen de angst. Dit zingen wij Joden als er iets ernstigs is gebeurd.”

De naam van de plaats des onheils waar we staan, Hyper Cacher, staat in schreefloze witte letters op een onheilspellend zwarte achtergrond. In het afgezette gebied voor de kosjere supermarkt waar bij een gijzeling vorige week vrijdag vier Joden werden doodgeschoten, getuigen glasscherven van het geweld. Niemand weet waarom er in deze lege ruimte nog een oude fiets tegen een boompje is blijven staan.

„Terreur is terreur”, zegt Ilan als hij zijn mobieltje en het keppeltje van zijn vriend weer in zijn zak heeft gestopt . „Maar er is wel verschil tussen wat er woensdag bij Charlie Hebdo is gebeurd en vrijdag hier. De vier mensen die hier zijn doodgeschoten, zijn alleen maar gedood omdat ze Jood waren. Iedere Jood in Frankrijk had een doelwit kunnen zijn.”

Is hij bang geworden na de aanslag? Hij haalt zijn schouders op. Bang niet. Maar van Frankrijk, het land waar hij is geboren, heeft hij genoeg. Hij werkt nu nog in de horeca, maar wil in juli vertrekken. Naar Israël.

Ook Robert Amanou, de man met het psalmenboek, zegt niet banger te zijn geworden na de gijzeling van vrijdag. „De dader was een voyou, een schoft die door Islamitische Staat was betaald. We moeten niet bang zijn omdat hij zegt te moorden uit naam van de islam. Hij was geen moslim. Hij was een voyou.” In één adem voegt hij eraan toe dat in Frans-Joodse kringen het verhaal gaat dat afgelopen maandag 52.000 mensen informatie hebben opgevraagd over hoe dat eigenlijk gaat, verhuizen naar Israël.

Voor de dranghekken staan honderden waxinelichtjes, bijna allemaal uitgeblazen door de ijzige wind. Er liggen stapels bloemen, foto’s van de slachtoffers, tekenen van solidariteit. „Ik ben moslim en ik ben gekomen om jullie verdriet te delen”, staat met grote groene letters op een stuk bruin karton. Op de muur is een uitspraak geplakt die premier Valls dinsdag deed: „Frankrijk wil niet dat de Joden bang zijn en de moslims beschaamd.”

Maar voor de École Lucien de Hirsch, de oudste nog bestaande joodse school van Europa in het noorden van Parijs, lopen vier soldaten heen en weer, de mitrailleur in de aanslag. Bij een zij-uitgang staat ook een koppel, en elders lopen er nog vier rond. „We weten immers dat ze op ons willen schieten”, zegt directeur Paul Fitoussi. Maar het gevaar kwam nu erg dichtbij. Nadat de broers Kouachi een bloedbad hadden aangericht bij Charlie Hebdo, vluchtten ze in de richting van deze school. Op nog geen honderd meter stapten ze uit hun vluchtauto.

Dan is er nog het onderzoek naar waarom Coulibaly, de gijzelnemer bij de supermarkt, donderdagmorgen een jonge agente doodschoot in een voorstad van Parijs. Er zijn sterke aanwijzingen dat hij van plan was een nabijgelegen school met veel Joodse kinderen binnen te gaan, maar werd gestoord door de agente.

Frankrijk neemt de dreiging zeer serieus. Afgelopen maandag is een speciale prefect aangesteld, Patrice Latron, om de bescherming van de 717 joodse doelen in Frankrijk te coördineren. Daarbij worden 4.700 agenten, gendarmes en militairen ingezet. „Het is maar goed dat er zo’n krachtige reactie is van de Franse regering”, zegt Fitoussi, net terug van overleg met Latron. „Ik ben historicus en ik weet hoe zoiets gaat. Je zag het gebeuren. Eerst gescheld, dan kleinere geweldsincidenten, en nu deze moorden. Na alles wat er de afgelopen jaren is gebeurd, was dit helaas geen verrassing.”

De ouders halen hun kinderen nu binnen op, er staan militairen voor de deur, maar verder is er weinig veranderd. „Maandag is een paar kinderen thuisgebleven, maar dinsdag was iedereen er weer. Ik wil dat het schoolleven gewoon doorgaat”, zegt Fitoussi. „We moeten de terroristen niet twee keer laten winnen.” Wel komen er over een paar weken psychologen naar school om met de kinderen te praten.

De school ligt vlak tegen de wijk aan waar de broers Kouachi hun jihadistische netwerk hadden. „We hebben nooit problemen gehad met mensen uit die buurt”, zegt Fitoussi. „We proberen met scholen daar uitstapjes te organiseren. Met veel moslims hebben we heel goede relaties. Maar dat neemt niet weg dat er steeds meer ruimte komt voor antisemitisme in Frankrijk.”

Franse Joden voelen zich nu van twee kanten onder druk staan. Er is een oude onderstroom van antisemitisme bij extreem-rechts. En er is een anti-zionistisch antisemitisme onder radicale moslims. „Ik weet echt niet welke van de twee gevaarlijker is voor ons”, zegt Fitoussi. „Ik weet alleen dat het gevaar van antisemitisme nu erg groot is.”

Fitoussi heeft wel gehoord van mannen die hun keppeltje afdoen op straat. Zelf vindt hij dat niet nodig. Een aantal van zijn jonge scholieren en een paar van de schaarse vaders die hen komen afhalen, draagt ook gewoon een keppeltje. „Het is fijn dat er bewaking is bij school, en dat moet ook zo blijven”, zegt Fitoussi. „Maar we laten ons niet door angst regeren.”