In Algerije werd de islam anti-Frans

De Britse historicus Andrew Hussey ziet de terreuracties in Frankrijk als onderdeel van een lange oorlog van ‘soldaten’ van Noord-Afrikaanse oorsprong tegen Frankrijk, die sinds Napoleon al gaande zou zijn.

26 november 2007, politie vuurt traangas en rubberen kogels af, in de Parijse voorstad Villiers le Bell
26 november 2007, politie vuurt traangas en rubberen kogels af, in de Parijse voorstad Villiers le Bell Foto Max Philippe de Poulpiquet/ EPA

Het was vorige week niet de eerste keer dat de Fransen het meemaakten: agenten die jagen op terroristen en een ontknoping live op tv. Het leek wel een citaat, zoals de Frans-Algerijnse broers Chérif en Saïd Kouachi aan hun einde kwamen terwijl ze op de vlucht waren na hun aanslag op de redactie van weekblad Charlie Hebdo in Parijs.

In september 1995 verschanste de Frans-Algerijnse terrorist Khaled Kelkal zich in een bos bij Lyon, nadat hij bij een schietpartij aan de politie was ontkomen. Kelkal had in de maanden ervoor een schok veroorzaakt met opzienbarende aanslagen. De grootste was in augustus op metrostation Saint-Michel in Parijs: 8 doden en meer dan 150 gewonden. Hij was lid van de GIA, de moslimterreurbeweging die in de jaren negentig in Algerije huishield. Uiteindelijk schoot de politie Kelkal dood. ‘Maak hem af’, hoorde je een agent op tv roepen, terwijl de gewonde Kelkal op de politie richtte.

De Britse historicus Andrew Hussey vertelt de scène na in The French Intifada. Er is de afgelopen jaren veel geschreven over de spanningen in de Franse banlieues, het koloniale trauma, radicalisering onder Franse moslims, en ook over de eeuwenlange verwevenheid tussen Frankrijk en de islam. Prachtige studies soms, zoals Gilles Keppels Quatre-vingt-treize uit 2012, over de islam van de banlieue.

Maar Hussey ligt nu vooraan, buiten Frankrijk althans, al was het maar omdat zijn essay de recentste Engelstalige poging is de Franse complexen te begrijpen. En dan ook nog ronkend samengevat als een ‘lange oorlog’ van ‘soldaten’ van Noord-Afrikaanse oorsprong tegen Frankrijk, die al gaande zou zijn sinds Napoleon in 1798 Egypte binnenviel. Hebben we wat gemist?

Van een historicus mag niet worden verwacht dat hij de radicalisering van terroristen kan verklaren. Maar Husseys these is dat er in Frankrijk meer aan de hand is dan de aantrekkingskracht van terreurbewegingen in het Midden-Oosten. Hij vergelijkt de verhouding tussen Frankrijk en de Arabische wereld met die van een ‘disfunctioneel gezin’: intiem en dubbelzinnig, doortrokken van een verlangen naar erkenning, maar ook van geweld en vernedering. Hij ziet in de Franse voorsteden een echo van de koloniale tijd, een habitus van nihilistische wraak op de ‘beschaving’ die als een ‘Europese uitvinding’ gezien wordt.

Hussey scheert losjes langs thema’s als wraak, antisemitisme en de aantrekkelijkheid van de islam voor anti-Franse crimineeltjes. Hij leunt op impressies en generalisaties. Wanneer hij in 2005 rellende banlieue-jongens op het Gare du Nord tegenkomt, hoort hij ze ‘fuck France’ roepen. Dat niemand dit optekent, ziet Hussey als bewijs dat de religieus-politieke betekenis in de Franse verslagen werd onderschat. Maar een paar zinnen verder beweert hij dat het, ook in de media, in die dagen gebruikelijk werd over ‘de Franse intifada’ te spreken. Toch niet zo onderschat dus?

In werkelijkheid is de omschrijving ‘intifada’ in Frankrijk niet gebruikelijk, maar omstreden. Ze verwijst ook niet naar de (eeuwenlange) Franse worsteling met moslims, zoals Hussey suggereert, maar naar de import van het Midden-Oostenconflict.

Hussey heeft oog voor het antisemitisme in de cités, de woontorens voor de armen in de voorsteden. Hij gaat op bezoek in Bagneux, waar in 2006 de telefoonverkoper Ilan Halimi werd gemarteld en vermoord omdat hij joods was. Hun aanvoerder, Youssouf Fofana, is intussen in de gevangenis een moslimradicaal geworden.

Hussey onderzoekt dit antisemitisme niet, hij vertelt er slordig over. Zo meldt hij dat rapper Adb al Malek van de antisemitische schrijver Céline houdt. Ja, maar Hussey zelf ook! En Malek, een soort poëtische Franse Ali B., is al evenmin een antisemitische activist als de Britse historicus zelf, die eerder schreef over Camus en Noord-Afrikaanse literatuur.

Wat Hussey wil, blijkt pas als hij de oversteek maakt, van Frankrijk naar Algerije en van heden naar verleden. Dan volgen boeiende en met gevoel geschreven hoofdstukken over de innige wurggreep waarin Frankrijk Noord-Afrika neemt vanaf de inval in Algerije in 1830. In het Algiers van 1937 laat hij je mee wandelen door de oude Kashba terwijl iets lager de Fransen ordelijk een moderne stad aanleggen. Dit wordt het decor voor wat verder de geschiedenis domineert: Franse militairen plegen massamoord, Algerijnen hakken hoofden af. De islam, in Algerije van oudsher los en zachtmoedig beleden, krijgt in de lange Franse tijd een steeds feller karakter. Rond 1900 formuleert de islamgeleerde Shayk Salih Al-Sharif de eerste opdrachten om ‘ongelovigen’ het land uit te zetten. Tegen de tijd dat de onafhankelijkheid een feit is, in 1962, is het allang gebruikelijk dat vijanden met veel geweld en uit naam van de islam worden bestreden.

Daar zal vooral Algerije nog veel onder lijden. Maar ook in de Franse voorsteden blijft het giftige mengsel van eigen makelij nog steeds werkzaam: slachtofferschap, uitsluiting en vernedering (politie!) en anti-Franse gevoelens. Als Khaled Kelkal in 1995 door de politie is doodgeschoten, wordt hij een held in Franse voorsteden en gevangenissen. Hussey schrijft in een somber slothoofdstuk over de grote moslimpopulatie in Franse gevangenissen, hoe ook Mohammed Merah een held wordt, nadat die in 2012 in Toulouse en Montauban zeven mensen heeft vermoord, militairen en joodse Fransen.

Blijken moet nog hoe het de reputatie van de gebroeders Kouachi en van Coulibaly, de gijzelnemer in de joodse supermarkt vorige week, vergaat. De band met Algerije is losser geworden, Syrië en Al-Qaeda vormen een nieuwe achtergrond. Maar met de recente aanslagen gaat ook een Franse geschiedenis verder: die van bloedige verwevenheid met de Arabische wereld.