‘Het totale gebrek aan poeha vind ik mooi'

Rutger Wolfson (45) beleeft volgende week zijn laatste IFFR als directeur. Na acht jaar vindt hij het mooi geweest. Wolfson over zíjn Rotterdam.

WOUDESTEIN

„De oude gebouwen op de campus van de Erasmus Universiteit, zoals het hoofdgebouw waar economie wordt gedoceerd. De stijl heet New Brutalism en die naam past wel goed. Ik kwam er als klein kind al, mijn vader was hoogleraar op de universiteit. Daarna ging ik er zelf studeren. Nu kom ik er nog wel eens vanwege mijn werk. Het is een soort primitieve betonfantasie. Als je de andere gebouwen wegdenkt, creëert het een andere werkelijkheid. Het heeft een uitgesproken sciencefictionachtige sfeer, de menselijke maat lijkt er zoek.”

BAHRAT LACHMANSINGH

„Op de Middellandstraat heb je een winkel met allerlei religieuze relikwieën. Kaarsen uit de Rooms-Katholieke Kerk, Hindi-benodigdheden, voodoopoppetjes en olie voor als je in je slaapkamer bepaalde resultaten wilt bereiken. Ik stapte er bij toeval naar binnen. Ik vind het fijn om verrast te worden, dat kan in een grote stad. Ik houd ook van films die plotseling veranderen, zoals bij een van mijn lievelingsfilms van David Cronenberg, eXistenZ. In die film is er een spelwereld naast de gewone wereld, en heb je niet meer door wat er nu echt is en wat niet waar is.”

ENERGIEHAL, PARKZICHT

„Ze bestaan niet meer, de plaatsen waar alleen gabbermuziek werd gedraaid. Ik was geen gabber vroeger, maar maakte de stroming bewust mee. Het is de enige stroming die volledig is ontstaan in Rotterdam. Liverpool heeft The Beatles, of eigenlijk heeft heel Engeland de popmuziek, en Rotterdam heeft de gabber. Met ontbloot bovenlijf en kale kop opgaan in iets heel lelijks eigenlijk. Die harde, monotone muziek fascineert mensen zodanig, dat ze heel lang willen blijven op die plek. Ik vind het stoer dat zoiets uit Rotterdam komt. Tegenwoordig moet je naar De Kuip om nog een paar van die oude gabbers te zien. Maar er is geen plek meer waar deze muziek gevierd wordt.”

SCHMIDT ZEEVIS

„Of eigenlijk meer: daar waar een hoge concentratie van wederopbouw-Rotterdammers bij elkaar komen, leeftijd 60 tot 80 jaar. Zoals toen het nieuwe station werd geopend, dan gaan ze allemaal even kijken. Ze blijven de opbouw volgen. De sfeer onderling vind ik fantastisch, met van die botte humor. Alles wat leuk is, wordt negatief gekwalificeerd. Een leuke avond is een kutavond. Het totale gebrek aan poeha, dat vind ik mooi.”