Geen gat in de dijk. Prachtig werk

Bij stormachtig weer zijn de dijkbewakers alert. Op pad met kantonnier Louwerse. „Fase drie – da’s echt de moeite.”

Adri Louwerse van waterschap Scheldestromen inspecteert de zeewering bij het ijzeren vuurtorentje van Westkapellle.
Adri Louwerse van waterschap Scheldestromen inspecteert de zeewering bij het ijzeren vuurtorentje van Westkapellle. Foto Merlin Daleman

Het stormt alleen bij vlagen, maar de wind is straf. Dijkbewaker Adri Louwerse stapt langs de golven van het Zeeuwse Westkapelle en inspecteert de zeewering. Hij schreeuwt om te worden verstaan. „We staan hier op een van de sterkste zeedijken van Nederland. Dat moet ook wel, want dit is het meest aangevallen stuk kust van het land.”

Het onstuimige weer van deze week heeft in Zeeland geen schade veroorzaakt. Alert waren ze bij waterschap Scheldestromen wel. In het noorden, langs de kust van Groningen, stond het water afgelopen weekeinde veel hoger dan normaal en daar hebben dijkbewakers enkele oorgangen in dijken, zogenoemde coupures, tot twee keer toe moeten sluiten. In Zeeland viel het mee.

Louwerse schikt zijn muts en staat naast ‘het ijzeren torentje’: een kleine vuurtoren op de dijk die schepen op de Westerschelde bij de navigatie helpt, net als de grote vuurtoren, oorspronkelijk een kerktoren. Louwerse: „De wind komt vandaag uit zuidwest tot zuid. Dat betekent géén opstuwing. Echt gevaarlijk is het vooral bij noordwesterstorm. Dan heeft de wind vrij spel en wordt het water de Westerschelde in geperst. Bovendien wordt dan de Oosterscheldekering gesloten en krijg je nog meer water.”

De dienstauto staat op de dijk. De 60-jarige Louwerse stapt in en wrijft zijn bril schoon. „Ik zag bijna niks meer.” De kantonnier drukt zijn laarzen met stalen neuzen op het gaspedaal, begint te rijden en vertelt. Dat hij sinds vijftien jaar medewerker beheer en onderhoud van het waterschap is, en „fantastisch werk” heeft. „Ik woon mijn hele leven al in Westkapelle. Als jongetje was ik altijd aan zee te vinden. Deed dingen die niet mochten. Vuurtje stoken. Hutten graven in de duinen. En vaak kwam ik met een nat pak thuis.”

De oude haven van Vlissingen nadert. Louwerse vertelt dat hij normaal gesproken een vijftig kilometer lange strook tussen de Veerse Dam en Vlissingen-Oost inspecteert, strekdammetjes en paalhoofden bijvoorbeeld. „Ik kijk of de palen nog goed zijn. Vul papieren in. En later zet ik de gegevens op mijn gemak in de iPad.”

Bij storm is alles anders. Dan trek je met vier ploegen van twee man langs een klein deel van de kust. „Er kunnen palen van de strekdammetjes in het water drijven en een gat hebben veroorzaakt. Er kunnen ook basaltblokken los zijn gekomen. Daaronder kan een gat zitten. Ik heb meegemaakt dat je over twee- of driehonderd vierkante meter de klei eronder zag liggen. Dat was begin jaren negentig, toen ik werkte bij een aannemer die de onderhoudswerken uitvoerde voor het waterschap. Toen zijn er snel stortsteen en asfalt overheen gelegd.”

Louwerse toont het boek met instructies bij hoge waterstanden. Een „staat van paraatheid” treedt in werking bij fase één, als de waterstanden bij Vlissingen 3,30 tot 3,70 meter boven NAP komen. „Dan gaan we ’s ochtends bij het eerste laagwater inspecteren. Kijken of er afslag van duinen of strand is.” Fase twee treedt in werking als het water 3,70 tot 4,10 meter boven NAP komt. „Dan gaan we ’s avonds ook wachtlopen. Als we iets zien, zoeken we alvast spullen bij elkaar. Zodat je de volgende dag meteen kunt beginnen met reparatie.”

De hoogste alarmfase is fase drie, vanaf 4,10 meter. „Dán wordt het echt de moeite.” Die fase werd ruim een jaar geleden bijna gehaald, tijdens de sinterklaasstorm in de nacht van 5 op 6 december 2013. Het water kwam tot 3,99 meter. De hoogste stand sinds de watersnoodramp in 1953.

Louwerse loopt in de oude haven van Vlissingen langs schotten die in de winterperiode permanent op een kademuur worden geplaatst. In de muur herinnert een steen aan hoe hoog het water hier op 1 februari 1953 stond: 4,55 meter.

Zit je als kantonnier eigenlijk niet voortdurend vooral te wachten op zulke hoge waterstanden? Louwerse: „Nou, het is wel spannend. Het is best bijzonder. Je weet: misschien maak ik dit hierna nooit meer mee.”