Fulltime in het donker

Wat drijft de filmfestivalfanaat? „Na vier films achter elkaar gebeurt er iets geks met je hersenen.”

Gemma Venhuizen Robin Utrecht

Urenlang in een donkere zaal zitten. Niet mogen praten, nauwelijks kunnen bewegen, omringd door onbekenden – eigenlijk klinkt filmbezoek niet bepaald aanlokkelijk. Toch doen we het. Massaal. In 2014 gingen er in Nederland 30,8 miljoen mensen naar de bioscoop.

De een gaat nu en dan een avondje. De ander, in het bezit van een Cineville-pas of Pathé Unlimited Card, wellicht wekelijks. Frequenties die in het niet vallen bij die van de filmfestivalfanaat.

Ook op het IFFR kom je ze tegen: de fervente kijkers voor wie zes festivalfilms per dag geen uitzondering is. Trouwe bezoekers, die hun dagschema’s tot op de minuut nauwkeurig volplannen, al dan niet tijdens de speciale programma-puzzeldag die IFFR dit jaar speciaal voor hen organiseert. Liefhebbers die niet alleen talloze filmdialogen uit hun hoofd kennen, maar ook thuis zijn in de festivaletiquette: welk voedsel not done is in de bioscoopzaal, hoe je zonder geluid je neus kunt snuiten tijdens een emotionele film.

Wat drijft die festivalfanatici? Is film kijken voor hen een verslaving, een vlucht uit de realiteit? „Integendeel”, volgens Dan Hassler-Forest, filmwetenschapper en ‘assistant professor of popular culture, cultural theory, and zombies’ aan de Universiteit van Amsterdam. „Voor de meeste bezoekers is het kijken naar die films niet bedoeld als escapisme, maar als moment van reflectie. Een mogelijkheid om de wijze waarop de wereld is georganiseerd te spiegelen aan je eigen belevingswereld. In die zin maken films je eerder bewust van je omgeving dan dat ze je ervan afleiden.”

Juist zo’n divers festival als het IFFR kan verdieping brengen, meent Hassler-Forest. „Als je eerst een tragikomedie uit Zuid-Korea kijkt en dan een documentaire uit Hongarije, heb je niet eens de kans om te blijven hangen in een schijnwereld.”

Ook de grote hoeveelheid indrukken die je als frequent kijker meekrijgt, ziet hij niet als probleem. „Tegenwoordig hebben we de hele dag door beeldschermen om ons heen. We checken internet op onze smartphone, kijken tussendoor naar Game of Thrones op een tablet en hebben dan ook nog de computer aanstaan. We zijn eraan gewend om veel beelden te kunnen verwerken.” Toch benadrukt Hassler-Forest dat er bij het kijken van zo’n vier films achter elkaar wel „iets geks” met je hersenen kan gebeuren. „Een beetje alsof je verdovende middelen hebt gebruikt. Maar zolang je het niet te vaak doet, is het geen ramp.”

Die mening deelt psychologe Esther Hemelrijk. „Het hangt ervan af om welke reden je kijkt. Als je het voor de lol doet, en niet om een leegte op te vullen of om problemen te vergeten, is het prima. Maar het kan natuurlijk dwangmatig worden. Soms kunnen mensen niet meer stoppen met kijken – dat zie je bij tv-series bijvoorbeeld vaak. Dan spreken we van binge watching, en kan het kijken echt een probleem worden.”

Hassler-Forest: „De kracht van festivals is juist de sociale kant. Mensen spreken met elkaar af om erheen te gaan, discussiëren tussendoor ook over de films – het gonst van de menselijke activiteit. Wat dat betreft is thuis televisie kijken eenzamer.”