Een stille date met alcohol Weet dat je een alcoholverslaving hebt als je:

Je bent 19 jaar en je drinkt anderhalve fles wijn op een avond. Het verhaal van een meisje dat hulp zoekt.

Er liggen zes opgerookte sigaretten in de asbak en de kat loopt weg van de bank door mijn rare bewegingen. Pas als ik erover nadenk, merk ik dat ik de muziek op mijn mobiel harder heb gezet met elke slok witte wijn. De snerpende tonen galmen door mijn oren en zelfs door mijn hersenen, omdat de oortjes niet zo goed zijn als ze leken in het begin. Boven ligt mijn moeder te slapen en beneden, hier, is het koud. We zijn samen in het huis, ik ben alleen in mijn wereld. Ik knijp het filter van de sigaret bijna kapot tussen mijn vingers uit onwillekeurige frustratie. Om elf uur ’s avonds tikt de klok plotseling sneller. Het wordt laat, maar voor mij staat de tijd stil.

Ik zoek naar een woord

Ik heb stad en land afgezocht naar een woord, een artikel, een item of wat dan ook, over een negentienjarige alcoholist. Of over een negentienjarige die alcohol net iets te fijn vindt voor een langere tijd dan alleen vandaag.

Er was niets. Alleen een schamele ‘mijn moeder is alcoholist’, of ‘mijn vader houdt drank niet in de hand’ van de betreffende tieners die met de onverantwoordelijkheid van hun ouders kampen. Maar dat weten we al. Moeders kunnen een wijntje te veel drinken, en vaders hebben hun drankgebruik niet helemaal in de hand.

Hoe zit het met mij? Waarom zit ik nu al met anderhalve fles wijn in mijn bloedbaan en voel ik nog steeds niet de rust die ik volgens mij verdien? En waarom kan ik daar niets over vinden? Over ons, die urenlang in discussie zijn met de duivel over het eerste drankje. Misschien omdat wij, de kleine groep die ’s avonds het liefst een stille date met alcohol wil hebben, overdag prima functioneren. Maar zodra de klok negen slaat, gaat er een knop om en zijn we weer alleen. Met zijn allen in verschillende huizen met waarschijnlijk verschillende voorkeuren voor verschillende soorten drank, en toch alleen.

Ik wil niet huilen maar ik doe het toch

Mijn alcoholgebruik gaat gepaard met zo veel dingen. Het voelen van alles of het voelen van niets, het heftig ervaren van goede muziek, en als gevolg het huilen. Het constante huilen over dingen waar ik helemaal niet om wil huilen, maar toch doe. Maar er is geen grens, geen stem in mijn hoofd die fluistert dat het genoeg is wanneer ik eenmaal begonnen ben. Mijn hoofd wordt leeg als er maar genoeg alcohol in zit.

En met twee drankjes of meer wil ik erover praten. Emoties nemen de overhand, maar tegelijkertijd golven de excuses door mijn hoofd. Iedereen drinkt toch weleens te veel? Drank is toch sociaal geaccepteerd? Er is niets mis met ons – het is gemakkelijker om het over ons te hebben dan over mij – en wanneer alle excuses aan de winnende hand zijn laten we ons door onze wiebelige benen naar bed brengen om de volgende ochtend met een onderdrukt schuldgevoel wakker te worden. We gaan naar ons werk, en we gaan naar school, hopend dat we ooit weer goed terechtkomen, maar wanneer?

Dit is toch geen alcoholisme?

We onderschatten hoe sterk alcohol kan zijn. Drink eens anderhalve fles wijn als je lichaam een goede gewenning heeft bereikt, en gooi je hoofd naar achteren op de leuning van de bank terwijl je naar een nummer luistert. Dit is geen alcoholisme, zul je denken, dit is een geweldig moment waarop ik alles te weten kom wat ik nog niet wist. De pijn die ik niet wist te erkennen, zal nu naar boven komen om mee om te gaan. Dit is geen alcoholisme. Dit is de volledige uiteenzetting van mijn emoties. Elke keer kom ik aan op dat moment. Negentien jaar oud met niemand die het alcoholmisbruik tolereert of accepteert, of ook maar een schamele, pijnlijke glimlach toont wanneer ik een biertje open in onschuld. Ze weten echter slechts een fractie, niet het hele verhaal. Ik ben alleen.

Wat mij dwarszit is het label ‘slecht’ op een wijntje. Waarom drank noodzakelijk iets slechts moet zijn. Ik voel me er beter door, ongeacht wat anderen denken. Drank is een natuurlijk medicijn voor de verschrikkelijkste psychische gebreken die de mensheid niet zou willen zien. We moeten zo nodig normaal zijn. Drank maakt ons normaal. Drank maakt mij normaal. Ik word misschien boos om de kleinste dingen, maar kan het mij werkelijk kwalijk worden genomen dat ik emoties toon die al zo lang onder een stoflaagje in de achterkant van mijn hoofd verblijven?

Dat is echter de alcoholist in mij die praat. De alcoholist in ons, want we zijn niet alleen. Het volgende wijntje proost ik op jullie, met het voornemen dat het de laatste is.

(naam en adres bekend bij de redactie)

Reageren? denken@nrc.nl