Een laf compromis

Het klinkt onwaarschijnlijk, maar ik geniet enorm van de discussie over snorscooters in Amsterdam. Het gaat om het al dan niet weren van snorscooters van de fietspaden omdat deze relatief vaak bij (dodelijke) ongelukken betrokken zijn. Fietsers willen hun fietspaden daarom niet langer delen, maar de snorscooters willen weer niet naar de rijbaan verbannen worden omdat ze dan veel meer gevaar lopen. Ook is het dragen van een helm – wat dan noodzakelijk is – blijkbaar een nogal heikel punt. Op de een of andere manier gaat het hier al zeker vijf jaar over. De smakelijkheid van deze hele kwestie zit ’m in de onderliggende gevoeligheden, in de politieke blunders (in de chaos van de kerstcrisis rond de vrije artsenkeuze stemt de PvdA per ongeluk in met een motie van het CDA tegen de lokale helmplicht waardoor de discussie weer terug bij af is) en in de details. Een prachtig feitje dat door deze discussie boven tafel kwam is bijvoorbeeld dat de snorscooter populair is geworden toen in de jaren ’70 brommer rijdende vrouwen in opstand kwamen tegen de helmplicht omdat het hun kapsels zou verruïneren. Zeeuwse vrouwen zouden hier een voortrekkersrol in hebben gehad. De helm paste niet bij hun klederdracht. Als compromis kwam men met de snorfiets op de proppen. Wie niet harder ging dan 25 kilometer per uur hoefde heur haar of hoofdkap niet op te offeren voor de eigen veiligheid.

Ook bij de jongeren van nu schijnt ijdelheid een van de redenen te zijn waarom de snorscooter verkozen wordt boven de snellere variant waarbij een helm verplicht is. Volgens mij raken we hiermee meteen ook aan de kern van de discussie: de snorscooter is nooit uitgestegen boven dat waarvoor hij aanvankelijk in het leven is geroepen: een compromis. Een laf compromis. Een misvatting. Als je echt denkt dat je toffer bent als je niet bezweet, natgeregend en uitgeput aankomt op een feestje, zoals wij, hoofdstedelijke, arrogante fietsers, nu eenmaal – god weet waarom eigenlijk – ons entree plegen te maken, schud dan bij binnenkomst je welgecoiffeerde manen uit je helm en kom niet, denkend dat je born to be wild bent, aantuffen op je quasi-Vespa.

Volgens de wet bestaat de snorscooter niet eens en heet het gewoon nog steeds ‘snorfiets’. En bij dat woord denk je – terecht – meteen aan bejaarden, ANWB-echtparen of in elk geval iets met weinig seksuele lading. Dat kan niemands bedoeling zijn.

Ik begrijp heel goed dat er mensen zijn die ons – vaak onstuimige – fietsgedrag met argusogen bekijken en ik vind ook dat wij fietsers ons best wat socialer kunnen gedragen op de weg (beter kijken, licht aan, niet onderwijl sms’en of onnodig lang en/of langzaam op de niet officieel erkende, maar immer aanwezige linker fietsbaan rijden), maar als je fietsen te vermoeiend, te pauper, te suf, te langzaam, te stereotiep of te gevaarlijk vindt en een echte scooter weer te snel, te duur, te eng, te protserig of te belastend voor je kapsel, ga dan in vredesnaam lopen of neem het openbaar vervoer. Maar laat je snor staan.