Die lege ruimte ligt er niet voor niets

Het Stadionplein is een luxe zee van ruimte. Bouwen dus. Of had die leegte een doel? „Hier wordt moord op Berlage gepleegd.”

Het Stadionplein in 1934. „Stedebouw gaat over de ruimte tussen de dingen”, zeggen tegenstanders van bijbouwen.
Het Stadionplein in 1934. „Stedebouw gaat over de ruimte tussen de dingen”, zeggen tegenstanders van bijbouwen. Foto ANP

Hoe de meeste Amsterdammers het Stadionplein zullen kennen: als een rommelige gang waardoor je de stad binnen stommelt. Als een parkeerveld, met een paar onhandig geplaatste stoplichten. Als een tussenstop bij de Febo, op weg naar een serieuzere bestemming.

Maar het karakteristieke Febo-gebouwtje is afgebroken, het plein is een bouwput en er staan projectontwikkelaars te trappelen met nieuwe plannen waar zijzelf en de stad economisch heus beter van zullen worden.

Dat is het lot van rommelige plekjes in en om een stad-in-groei: geen bestuurder kan zich veroorloven ze ongemoeid te laten. De tijd dat krakers delen van de verkommerende stad overeind moesten houden, ligt ver achter ons. Elk jaar komen er 10.000 inwoners bij. Ruimte is schaars.

Dan lijkt die zee van ruimte ( 15.000 m2) tegenover de ingang van het Olympisch Stadion een luxe die de stad zich niet kan permitteren. Begin jaren ’90 besloot deelraad Oud-Zuid dat er bijgebouwd kon worden op het plein.

Deze week schoven in de commissie ruimtelijke ordening twee mannen aan die heel anders naar het Stadionplein kijken. Namelijk als een bestaand, bedoeld en gepland onderdeel van de stad in het algemeen en van Berlages Plan Zuid in het bijzonder. Architect Fred Schoen en Egbert Rozeboom namens de Stichting Een Open Stadionplein ergeren zich al jaren aan het gemak waarmee bestuurders en ambtenaren dit ereplein voor het stadion in officiële stukken wegzetten als een ‘wagenplein’, een 19de-eeuwse variant op een Park & Ride. Ze wijzen erop dat Berlage ook de overkant van het Zuider Amstelkanaal wilde bebouwen en dat dit zonder de crisis van de jaren ’30 ook zeker was gebeurd. Dan had iedereen gezien dat het plein ín een buurt lag, en niet aan de rand ervan.

Wat ontbreekt, zeggen zij in de raadscommissie, is een masterplan. Rozeboom: „De som van de cultuurhistorische waarden van de hele Stadionbuurt is groter dan de som van de individuele elementen.” Wat ze impliceren is dat de bestaande stad wel kan worden aangepast en veranderd, maar dan met oog voor de bedoeling van onze voorouders. Schoen: „Hier wordt moord op Berlage gepleegd.”

Wilt u tornen aan een democratisch genomen besluit, vroeg een raadslid woensdag aan Schoen en Rozeboom. Democratisch besluit, kaatsten ze terug. Ja, democratisch uit naam van de bewoners van stadsdeel Oud-Zuid. Maar dit stadion en zijn voorplein zijn niet van Oud-Zuidbewoners alleen – net zo min als die alleen mochten beslissen over ‘hun’ Museumplein.

Dat kruimelige stukje gras aan de Stadionkade, waar de bebouwing even de adem in lijkt te hebben gehouden. Schoen vroeg aan een paar mensen wat ze dachten dat het was. Een uitlaatstrook? Een miniplantsoentje? Nee, de gevel houdt halt om de bewust ontworpen zichtas niet te verstoren. Leg maar een liniaal over de Amstelveenseweg voor en achter het plein, en zie hoe de streep keurig over dat stukje loopt. Daarlangs kijk je de stad in en uit. „Stedebouw gaat over de ruimte tussen de dingen”, zegt Schoen.

Rozeboom zet onder zijn e-mail een mooi citaat van Winston Churchill. „Wij vormen onze woonplaatsen en later vormen onze woonplaatsen ons.”