Daling olieprijs is nog te pril

De recente koersval van ruwe olie jaagt een schok door de wereldeconomie. Van 115 dollar per vat nog afgelopen zomer kelderde de prijs van een vat Brent-olie naar 47 dollar gisteren. Olie is van groot belang voor de internationale economische activiteit. De prijs beïnvloedt een baaierd aan factoren, van de productiekosten voor de industrie tot de prijs van talloze producten – tot aan plastics toe. Van de koopkracht van de westerse consumenten, die plots meer geld overhebben voor andere zaken dan bijvoorbeeld benzine, tot de financiële positie van wankelende olieproducenten als Rusland of Venezuela. De kelderende prijs van olie draagt bij aan de daling van de toch al zeer lage inflatie in Europa en kan de rentabiliteit van alternatieve energiebronnen ondergraven.

Zo allesoverheersend als in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw is olie niet meer. De energie-intensiteit van met name de grote westerse economieën is behoorlijk afgenomen. De prijs van gas is al lang geleden ontkoppeld van die van olie, en is over het algemeen al laag. Met name in de Verenigde Staten, waar winning van schaliegas een explosieve groei heeft doorgemaakt. De resulterende prijsdruk op gas heeft daar vervolgens bijgedragen aan de overgang naar de winning van schalieolie. En die heeft de balans in de wereldwijde olie-industrie verstoord. De VS zijn hard op weg energieonafhankelijk te worden, met alle mogelijke toekomstige geopolitieke gevolgen, met name voor het Midden-Oosten.

Saoedi-Arabië heeft nu zijn traditionele rol laten varen als dé producent, die de olieprijs relatief stabiel hield. Het koninkrijk gaat nu, naar eigen zeggen, voor marktaandeel en heeft de productie bij een vallende olieprijs niet teruggeschroefd. Wat de precieze motieven daarvoor zijn is onderwerp van speculatie, maar het uit de markt drukken van Amerikaanse schalieolie is een voor de hand liggende reden.

De sterk gedaalde olieprijs verleidt inmiddels tot de bijstelling van allerlei beleidsvoornemens, van de inspanningen voor alternatieve energie, het op sterk water zetten van nieuwe winningsprojecten tot het afbouwen van energiesubsidies aan de industrie.

Maar het is tegelijk goed in te calculeren dat de lage olieprijs geen natuurverschijnsel is, maar mede het gevolg is van beleid en tactiek. Dat impliceert dat de huidige prijs geen stabiele factor is om langetermijnbeleid op te baseren. Dat laatste moet onafhankelijk zijn van dagkoersen en verder vooruitkijken dan een paar jaar. In de tussentijd moet de lage olieprijs, zeker in Europa, worden geïncasseerd als een welkome impuls voor de economie. Voor grotere plannen en gevolgtrekkingen is de ontwikkeling nog veel te pril.