Boris wordt steeds beter

Eén van de beste kinderboekenseries van de afgelopen tijd is die over Boer Boris. Schrijver Ted van Lieshout en illustrator Philip Hopman maakten er nu vier, de vijfde is op komst – maar komende week gaat deel twee uitbundig langskomen: Boer Boris gaat naar zee. Het is ‘Prentenboek van het jaar 2015’, wat voor een boek uit 2012 een malle titel is, maar zo heet nu eenmaal het boek dat een jury van jeugdbibliothecarissen koos als campagneboek voor de Nationale Voorleesdagen. Die beginnen woensdag.

Het is een uitstekende keuze, zeker als voorleesboek. We mogen wel stellen dat Van Lieshout met zijn Borisserie definitief slaagt in zijn verlangen om ‘terrein terug te veroveren’ op Annie M.G. Schmidt. Haar sublieme voorleesversjes maakten het kinderdichters onmogelijk zich in dat genre te bewegen, stelde Van Lieshout in 2013: niemand zou de vergelijking doorstaan.

Van Lieshout nu wel – deze versjes zijn even Schmidtiaans als eigen, en uiterst voorleesbaar door hun ijzeren metrum. In Boer Boris gaat naar zee pakt de kleuterboer (geen ouders, wel een zusje en broertje en een eigen boerderij) spullen in voor een dagje strand. De grap is dat de bepakking steeds reusachtiger wordt: ‘Hij neemt voor alle zekerheid ook alle kippen mee./ Die kunnen op de aanhangwagen, samen met de haan / en alle fijne meubeltjes die in het huisje staan.’

Het is een vrolijke boel, en een kennismaking met Boris die naar meer smaakt. Dat er meer Borisboeken zijn, is dus goed nieuws – en het is ook de reden dat de serie zo goed is. Achteraf bezien valt op hoezeer elke vorige Boris een voorstudie voor een nog betere volgende lijkt. Anders gezegd: ze worden niet sleets, maar steeds beter.

In Boer Boris in de sneeuw overtrof illustrator Hopman zichzelf door de warmte uit de vorige delen ook in koude winterse kleuren vol te houden. En Van Lieshout maakte van Boer Boris viert feest een lovenswaardig jongensboek, met Boris’ euforie over een nieuwe landbouwmachine. ‘O, het is zonneklaar:/ er is in nog geen honderd jaar/ zo’n goed, zo’n fijn, zo’n wonderbaar/ zo’n fabelachtig exemplaar / geweest als deze hakselaar!’