Wilders’ PVV in isolement

Het parlement heeft gesproken, de woede en verontwaardiging over de aanslagen van vorige week in Parijs zijn nu ook in de volksvertegenwoordiging geventileerd. Het is goed dat de Tweede Kamer, zoals eerder al het kabinet, van zich laat horen als er zich gebeurtenissen hebben voorgedaan die de maatschappij diep schokken.

Maar bij die woorden, kwalitatief variërend van retoriek tot retorica, bleef het gisteravond en vannacht. Dat is ook logisch, want het kabinet heeft al een Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme; dit werd eind augustus naar de Kamer gezonden. Met daarin 38 voorstellen, ten dele nieuw maar grotendeels een herhaling van eerdere plannen. „Het tandje erbij”, waarover minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) kort na de dodelijke aanslagen sprak, bleek nu niet meer te betekenen, volgens dezelfde bewindsman, dan „dat we met elkaar vol ambitie dat programma uitvoeren”.

In politiek opzicht viel het toenemende isolement op waarin de PVV zich begeeft. Leider Wilders kreeg de confrontatie die hij zocht. Als er in Nederland een aanslag wordt gepleegd „heeft het kabinet bloed aan de handen”, zei hij. Toen fractieleider Samsom van de PvdA hem, nogal grof, verweet „hetzelfde te doen als terroristen: haat en angst zaaien”, maar dan „met het woord”, pareerde Wilders: „Zo’n vraag kan alleen maar uit een zieke geest komen.” Hoewel de PVV zich weet gesteund door voor haar gunstige peilingen, voorspelde CDA’er Buma Wilders dat hij over tien jaar net zo weinig zal hebben bereikt als in de afgelopen tien jaar, namelijk niets. Dat was weliswaar een onderschatting van de invloed die de PVV op het politieke en maatschappelijke debat in Nederland had en heeft, in praktische zin kan het gaan kloppen: het is moeilijk voor te stellen dat er bij andere partijen nog animo bestaat om met deze PVV op een of andere manier een coalitie te vormen.

Daardoor viel des te meer de beheerste inbreng op van de fractie Van Klaveren/Bontes, het duo dat zich bij volgende verkiezingen onder de naam ‘Voor Nederland’ als electorale concurrent van de PVV hoopt te ontpoppen. Al diverse Statenleden van de PVV zijn overgelopen naar deze nieuwe groepering. Inhoudelijk is het verschil met de PVV niet groot, maar fractieleider Van Klaveren verkoos gisteravond het zakelijke boven de belediging.

Krenkend daarentegen was de minachtende wijze waarop Wilders het Turks-Nederlandse Kamerlid Kuzu, moslim en afvallig PvdA’er, bejegende: „Het is vooral pijnlijk om u daar te zien staan.” Op diens „onzin” wenste de PVV-leider niet in te gaan. Uit democratisch oogpunt was het netjes dat de Tweede Kamer ervoor koos niet dezelfde houding tegenover Wilders aan te nemen.