Samsom valt Wilders aan, Asscher prijst hem

PvdA-leider Samsom had gisteren een ongelukkige avond, tijdens het debat over de aanslagen in Parijs.

Twee debatten vonden er gisteravond in de Tweede Kamer plaats over de Parijse aanslagen. Het ene tussen Wilders en alle andere politieke leiders. Het andere tussen de oppositie en de zwakste schakel van het kabinet, minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD).

Beide debatten leverden voor de beleidsdiscussie weinig nieuws op. Maar beide lieten ook zien dat de nationale eenheid, waartoe vorige week ook in Nederland werd opgeroepen, in Den Haag alweer over zijn uiterste gebruiksdatum heen is. Vrijheid, gelijkheid en iets minder broederschap.

PvdA-leider Samsom, toch al verzwakt, beleefde van alle politici de ongelukkigste avond. In de eerste interruptie van het debat merkte hij op dat Wilders’ positionering „precies hetzelfde is als wat de terroristen doen. Haat, angst en verdeeldheid zaaien”. Hoewel Wilders, aldus Samsom, „met andere wapens” strijdt, „namelijk het woord”.

Wilders noemde Samsom „een zieke geest”, de rest van de Kamer bleef angstvallig stil. Vanuit de PVV-fractie werd verontwaardigd gereageerd. En Samsom zag zich gedwongen te benadrukken dat zijn eerdere „vergelijking gewoon niet opgaat”.

Wilders gaf daarna andere kritische vragenstellers ook het volle pond. Zo noemde hij Zijlstra „een onnozele gans” toen de fractievoorzitter van de VVD – vergeefs – probeerde te achterhalen wat de PVV precies met „de-islamiseren” bedoelt.

Binnenlands politiek debat

Alle bombast kon niet verhullen dat de PVV-leider gisteravond milder was dan hij zich in de aanloop naar het debat opstelde. Hij herhaalde niet dat Nederland „in oorlog” met de islam is. Hij benadrukte enkele malen dat „niet alle moslims terroristen zijn”. De rituele motie van wantrouwen bleef achterwege. En toen Rutte hem verweet dat „zijn grote woorden niet bijdragen aan de oplossing van dit probleem”, reageerde de PVV-leider niet eens.

Vicepremier Asscher (PvdA) was de enige coalitiepoliticus die voor de totaal omgekeerde benadering koos: hij noemde Wilders „moedig, op zijn manier” voor zijn bijdrage aan het islamdebat. Ook daarop deed Wilders er het zwijgen toe.

De grote nationale tegenstelling over de Parijse aanslagen werd in de loop van de avond vervangen door een strikt binnenlands politiek debat over maatregelen om een aanslag hier te voorkomen.

Hier lagen vooral de VVD'ers Zijlstra en Opstelten onder vuur. Zijlstra had voorafgaand aan het debat voorgesteld het oorlogsrecht toe te passen op moslimterroristen en de politie uit te rusten met zwaardere wapens ter voorkoming van aanslagen. Inzake beide voorstellen wisten Buma (CDA) en Pechtold (D66) Zijlstra's partijgenoot Opstelten zover te krijgen dat het in de praktijk om ideeën ging die binnen afzienbare termijn niet in te voeren zijn.

Opstelten, die in een eerder terreurdebat vorig najaar een zwakke indruk maakte, werd uit de wind gehouden door Rutte, die laat op de avond zo handig was de meeste beleidsvragen alvast voor Opstelten te beantwoorden.

Maar voorbij middernacht liep het alsnog bijna mis toen Pechtold alsnog op hoge toon heldere antwoorden van Opstelten eiste. De minister reageerde korzelig. Het incident werd na afloop getypeerd als een aankondiging: vooral D66 en CDA lieten merken dat hun vertrouwen in de minister van Veiligheid en Justitie niet erg groot meer is.

De drie constructieve oppositiepartijen (D66, CU, SGP) hielden eraan vast dat de AIVD extra fondsen nodig heeft om te anticiperen op de mogelijkheid van een plotseling concrete terreurdreiging. Rutte ontraadde een motie van de drie hierover.

Dit laatste accentueerde een klein maar opmerkelijk politieke puntje in het debat: dat de premier, hoewel minister Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) aanwezig was, het recht claimde alle vragen over de AIVD te beantwoorden. Plasterk zat erbij en zweeg – de hele avond.