Niet iedereen is een redelijke D66-burger

Lisbeth Imbo, hoofdredacteur van het Vlaamse dagblad De Morgen, sprak begin dit jaar haar wens voor 2015 uit: minder framing. Framing is een ‘sluipend gif’, meent zij, en namens haar krant nam zij zich voor in 2015 ‘vaker die grijze kantlijn’ op te zoeken. Het is de vraag of Lisbeth Imbo echt begrijpt wat framing is, als een Vlaamse politicus wordt vergeleken met een bewaker uit Schindler’s List, dan is dat geen ‘framing’ maar tendentieuze journalistiek en zwartmakerij. Er zijn veel vooroordelen over framing. ‘Wij houden er niet zo van,’ hoorde ik een voorlichter van een ministerie onlangs zeggen, ‘je wordt genaaid.’ We worden als krantenlezer ongetwijfeld regelmatig ‘genaaid’, maar dat heeft weinig met framing te maken. Als een minister die op het gevangeniswezen wil bezuinigen van een ‘sober regime’ spreekt en de oppositie zegt ‘het is terug naar water en brood’ – wie wordt er dan ‘genaaid’? Als de regering van ‘hervorming’ spreekt en de oppositie noemt het ‘afbraak’ – wie wordt er dan ‘genaaid’?

Lisbeth Imbo wil graag ‘de grijze kantlijn’ opzoeken, want daar zou ‘de waarheid’ liggen. Als abonnee zou ik een wenkbrauw optrekken.

Framing wordt vaak verklaard als aanpassing van de politiek aan het mediasysteem, maar het is ook iets anders. Politiek is steeds meer verworden tot beleid, het politieke debat gaat niet over waar het heen moet met de samenleving, maar over een procent meer of minder. De moderne politicus zit in de machinekamer, ‘aan de knoppen’, met de koers van het schip houdt hij zich nauwelijks bezig. Als de moderne politicus een langetermijnvisie ontvouwt, is dat geen blauwdruk (het woord alleen al!) maar een gesuikerd Coca Cola-visioen, louter bedoeld om de kiezer gerust te stellen dat de spreker deugt. Geen wonder dat ze allemaal hetzelfde vertellen. De bestuurlijke klasse heeft naar zijn eigen evenbeeld een protoburger gecreëerd, in deze krant laatst zo raak beschreven door Bas Blokker als de redelijke, zelfredzame D66-burger, ijkpersoon van alle beleid. Voor zover mensen niet aan dit profiel voldoen, is er corrigerend beleid om bij te spijkeren of compenserend beleid om de lacunes op te vullen. Iedereen is in principe overal toe in staat tenzij hij ‘iets heeft’, dan gaan we dat verhelpen. Dan gaat er een seintje naar de machinekamer om aan een knop te draaien. Zo ontstond een politiek discours dat geen verschil duldt. Eén taal, één verhaal, van toepassing op iedereen. Het enige onderscheid dat rest, is het onderscheid van het frisdrankschap in de supermarkt: vormgeving, kleurnuances. Kies mij, nee, kies mij, al komen we allemaal uit dezelfde fabriek. In Trouw bepleitte de bestuurskundige Paul Frissen onlangs een afscheid van dit denken: „Geen paternalisme, geen grenzeloze beleidsambities, geen beelden van een goede samenleving van geëmancipeerde burgers, maar een repertoire waarin de mogelijkheden om verschil te maken maximaal zijn.”

Framing is de poging om precies dat te doen: verschil te maken. Om te ontsnappen uit de dominante conversatie, een stap achteruit te doen en de vraag te stellen: wat vínden wij hier eigenlijk van? Gaat dit gesprek wel over het juiste onderwerp? Wat is hier écht aan de hand? Framing, integere framing, is een terugkeer naar de ideologie. De poging om van beleid weer politiek te maken. Technocraten zullen zich hier tegen verzetten, zij hebben hun analyse gemaakt, zij hebben het probleem gedefinieerd, de politiek hoeft alleen nog ‘ja’, ‘nee’ of iets daartussenin te zeggen. Maar een journalist, een journalist die wil nadenken, tenminste, zou die ontwikkeling juist moeten toejuichen. Want áls er een ‘waarheid’ is, dan is het wat oprijst uit de botsing der opinies.