MaNOj Kamps brengt koor en percussie magisch samen

MaNOj Kamps

Hij heeft een slag om ademloos naar te kijken. Zijn ranke armen en handen beweegt hij zo vloeiend dat het lijkt alsof je sigarettenrook in de lucht op ziet lossen. Het is maar één van de talenten van MaNOj Kamps (Sri Lanka, 1988), die naast dirigent ook componist is. Cappella Amsterdam gaf hem de vrijheid een programma samen te stellen dat het koor gisteravond uitvoerde in het Muziekgebouw aan ’t IJ. Vanavond leidt hij Cappella in het Utrechtse TivoliVredenburg.

De uitnodiging was niet zomaar een aardig gebaar aan een jonge dirigent. Kamps is een van de grote beloften van zijn generatie. Helder en zonder kunstgrepen zette hij zijn ideeën uiteen in een mooi samengesteld programma rond Claude Vivier. Koorstukken wisselde hij in de eerste helft af met vier van Viviers door Balinese gamelan geïnspireerde Cinq chansons pour percussion, een raadselachtig boventonenspel waarin slagwerker Vitaly Medvedev de rol aannam van ceremoniemeester.

De oosterse percussie (onder meer met strijkstok aangestreken ketels) klonk lang uit en Kamps liet het koor vanaf het balkon steeds op het juiste moment inzetten, waardoor een eenheid ontstond en het publiek niet in de gelegenheid kwam te applaudiseren. Ook de verlichting droeg bij aan de spanning: vanachter de lattenbodemwanden van het Muziekgebouw kleurde het licht naar de teksten of titels van de stukken.

Laatste werk was Journal, een soort dagboek-opera in vier delen – kindertijd, liefde, dood en daarna. Het stuk vereist acteerwerk: er wordt gesnikt en gehijgd. Voor hevig gekreun waren de zangers iets te bleu, maar muzikaal was alles even goed afgewerkt.

    • Merlijn Kerkhof