Knarsende mechaniekjes van Ossip

Dit is nou een echte zolderkamerkunstenaar, en dat is niet oneerbiedig bedoeld. Integendeel. De Haagse kunstenaar Ossip bouwt al jaren van roestig ijzerdraad en vergeelde boeken een wereld die los lijkt te staan van enige andere werkelijkheid. Uit boeken knipt hij foto’s die hij op karton plakt, met schijnbaar verstrooide aantekeningen – ‘appelmoes’ staat nog ergens in een kantlijn.

De uitgeknipte foto’s laat hij balanceren op steeltjes, balletjes klei als contragewichtjes. De galeriehoudster blaast tegen één ervan, maar zat er echt stof? Je verwacht het, bij deze kunst die er stokoud uitziet. Zachtjes zwaait het kunstwerk terug, krakerig.

Ossips werk kan grimmig zijn – foto’s van mismaaktheid, uitgekraste ogen – nu is het luchtiger. Pin-ups tonen een Parijse elegantie, uitgeknipte dijen verworden op steeltjes tot larven. Het is een mysterieuze l’art pour l’art, waarvan hooguit Ossip de betekenis weet. Deels is het zelfs abstract, dikke lijmklodders en tekenachtige draadjes verknoopt tot ruwe eindjes.

Onverwacht loopt Ossip de galerie binnen: hij komt een werk ophalen, een naakte vrouw wiens armen hij heeft vervangen door een bewegend derde been. Moet dat worden afgesteld, vraag ik, want veel van zijn werken zijn mechaniekjes – eentje kan zelfs hinniken. Maar nee, de expositie was te vol dus deze moet weg.

Het Haags Gemeentemuseum toonde zijn werk eens als een drukke ateliersituatie, nu is het leeg en stil. Dat past bij de fragiliteit van zijn draadwerkjes. Al zie je ook haast in de expositie, herhalingen, wat zowel schwung als wisselvalligheid oplevert. ‘Moet dit nou’, lijkt een vermoeid kijkend mannetje te denken dat uit een boek tevoorschijn veert. Er zijn genoeg juweeltjes, zoals de magiër van Jeroen Bosch die verknipt opstijgt naar grote hoogten waar hij een naakte dame ontmoet. Beide zijn afgedankte fotoportretjes, tot leven gewekt, hoewel verdoemd tot een machinaal en monotoon bestaan.

In hun onbeholpenheid hebben zijn machines toch iets menselijks, draaiend en knarsend, als iemand die almaar blijft proberen. „Het is allemaal doodernstig hoor,” zegt Ossip – met een glimlach op zijn gezicht.