Jihadi’s zitten op aparte afdeling in cel en dat kan averechts uitpakken

Nederlandse jihadisten zitten opgesloten in een extra strenge terroristenafdeling, in 2005 opgericht voor de Hofstadgroep. Hoe wijs is dat?

Moslimprotest op het Plein in Den Haag tegen de terroristenafdelingen van gevangenissen in Vught en Rotterdam. De betogers zijn het niet eens met het extra strenge regime.
Moslimprotest op het Plein in Den Haag tegen de terroristenafdelingen van gevangenissen in Vught en Rotterdam. De betogers zijn het niet eens met het extra strenge regime. Foto ANP

Terroristen worden in Nederland apart van andere gevangenen opgesloten. Er is veel kritiek op, van gevangenen zelf maar ook van wetenschappers. Die zeggen dat radicalen alleen maar radicaler worden als je ze met elkaar opsluit.

De terroristenafdeling (TA) is in 2005 opgericht voor de Hofstadgroep. Leden van die terroristische groep zaten eerst vast in een ‘gewone’ gevangenis. Toen er signalen kwamen dat zij medegevangenen probeerden te ronselen voor hun radicale gedachtegoed, werden ze samen gehuisvest in speciale afdelingen in Rotterdam en Vught.

De laatste jaren liep de TA langzaam leeg, omdat er weinig nieuwe terroristen bijkwamen. Sommige ex-Hofstadleden zwoeren hun radicale ideologie af na opsluiting in de TA, anderen bleven radicaal. Sinds er eind 2012 Nederlandse jongeren naar Syrië gaan voor de jihad, stroomt de TA vol met Syriëgangers en verdachte jihadronselaars.

Het regime in de TA is extra streng. Gevangen eten alleen in hun cel. Ze mogen tien minuten per week bellen naar een persoon waarvan de identiteit lang van tevoren moet worden doorgegeven. Bezoekers mogen alleen worden begroet met een handdruk; eens in de zes weken mogen gevangenen knuffelen met hun kind. Na het bezoek worden zij ‘gevisiteerd’, dit betekent dat zij voorover moeten bukken en hun billen moeten spreiden. Dit ervaren de gedetineerden als ‘vernederend’ – een van de redenen waarom een aantal terrorismeverdachten uit Vught vorige maand in hongerstaking ging. Enkele dagen later stopten zij ermee, omdat het regime wat werd versoepeld. Ze mogen nu vaker samen recreëren en ook samen naar het vrijdaggebed.

Het samen opsluiten van (verdachte) terroristen kan averechts werken, zegt criminoloog Tinka Veldhuis van de Universiteit Leiden, die onderzoek deed naar de terrorismeafdeling. „Ze zitten bij elkaar omdat ze radicale ideeën hebben, dat is wat hen bindt. Dus ligt het voor de hand dat ze het daarover gaan hebben en elkaar gaan bevestigen in hun ideeën. Het risico is dat ze elkaar verder opstoken.”

Daarnaast kan de TA reïntegratie bemoeilijken, zegt Veldhuis, omdat gedetineerden het stempel ‘terrorist’ krijgen opgeplakt en na hun vrijlating door de samenleving worden buitengesloten. Volgens Veldhuis zou het beter zijn als de overheid per gedetineerde een risicoanalyse maakt en vervolgens beslist onder welk regime hij wordt geplaatst. „Zo neem je ook terrorismeverdachten de wind uit de zeilen, omdat ze overheid niet van discriminatie kunnen beschuldigen omdat zij net als iedere andere gedetineerde worden behandeld.”