Opinie

Je suis Charlie Superstar

is uitgegroeid tot de slogan van de morele consensus. Ironisch genoeg precies het soort heilig huisje dat satire omver moet blazen, zegt Christiaan Weijts.

Je mag het natuurlijk niet zeggen, maar ik ben dat hele Je suis Charlie-gedoe wel een tikkeltje beu. Zoals je drie jaar geleden meestreed in de Arabische Lente door je profielfotootje groen te kleuren, zo kun je jezelf nu ridderen in de oorlog van het vrije woord met die ene toverspreuk: Je suis Charlie.

‘Charlie’ is een bijvoeglijk naamwoord geworden, uit het rijtje kosjer, diervriendelijk en halal. ‘Die uitspraak is niet erg Charlie’. Of: ‘Is die krant wel 100 procent Charlie?’ Nu circuleren er lijsten van welke kranten wel en welke niet de nieuwe Mohammedcartoon publiceerden. Wie zijn er goed of fout in de oorlog? Voor alle media en moslims geldt vanaf nu: wie niet Charlie is, is IS.

‘Je suis Charlie’ groeide uit tot de mondiale slogan van de morele consensus, en de ironie is dat ze daarmee is verworden tot precies datgene wat satire altijd wil ontmaskeren, beschimpen en beschadigen. Satire laat het tochten door de kieren van elk gevestigd instituut, of het nu een religie, regering of royalty is. Satire bevecht clichés, goede smaak, decorum, kitsch en collectieve claims op het morele gelijk.

Een echte Charlie neemt het Charlieïsme op de hak.

Samen met de afschuw om de aanslag proefde je in onze media ook iets van opwinding: ineens was de journalistiek, onze kwakkelende beroepstak met z’n dalende oplagen, een wapen in de strijd. We waren allemaal heroïsche verdedigers van de vrijheid. En daar hoefden we niet eens iets voor te doen.

Laten we eerlijk zijn: onze satire is in het algemeen geen werkelijk ondermijnend wapen meer, ongetwijfeld omdat we geen bedreigende taboes meer hebben. Het christendom speelt geen rol van betekenis meer, de vrouwen zijn wel zo’n beetje uitgeëmancipeerd, de homo’s net zo.

Van sociaal zwaard is satire grotendeels veranderd in divertissement. De Willy-filmpjes van Lucky TV zijn bijvoorbeeld geen aanval op de macht. Je mag aannemen dat de koning er thuis zelf om grinnikt.

De enigen die je nog effectief kunt shockeren zijn sommige moslims, voor wie religie nog absoluut is, vrouwen nog minderwaardig zijn en homo’s eng. Maar die lui zullen heus niet door wat tekeningetjes de Verlichting meemaken die wij ze zo gunnen. Zelfs zulke satire – áls je die al ergens geplaatst krijgt – is dus vooral amusement: gemaakt voor gelijkgestemden om onderling om te lachen.

In het beste geval inspireert zulke humor afvalligen om zelf wat grappiger te zijn, zodat de Verlichting uit de eigen gelederen komt. Ik heb mezelf afgevraagd: als ik tekenaar was, zou ik daar dan mijn leven voor durven te wagen? Ik hoefde geen seconde te aarzelen. Het antwoord was nee.

Je ne suis pas du tout Charlie.