Het Kamerdebat over de aanslagen Parijs in quotes en twee momenten

(VLNR) Minister Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Ronald Plasterk, minister van Veiligheid en Justitie Ivo Opstelten, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Lodewijk Asscher en premier Mark Rutte tijdens het debat in de Tweede Kamer over de terroristische aanslagen in Parijs.
(VLNR) Minister Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Ronald Plasterk, minister van Veiligheid en Justitie Ivo Opstelten, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Lodewijk Asscher en premier Mark Rutte tijdens het debat in de Tweede Kamer over de terroristische aanslagen in Parijs. Foto ANP / Martijn Beekman

Het Kamerdebat naar aanleiding van de aanslagen in Parijs was weinig enerverend. Er waren slechts een paar momenten dat het even knetterde.

Echt spannend wilde het woensdagavond niet worden. De oppositie kreeg het niet voor elkaar om het kabinet te overreden om extra maatregelen te treffen om jihadisten aan te pakken en terrorisme te voorkomen.

De partijen waren eensgezind in de veroordeling van de aanslagen, maar verschilden in de nadruk op preventie of repressie als oplossing. Een paar quotes uit de diverse speeches op een rij.

PvdA: wij-zij
De PvdA wil geen ‘politieke wapenwedloop’, maar legde het accent op dialoog. PvdA-leider Samsom:

“Wie de eenheid wil bevorderen moet dan meer doen dan alleen verbindende woorden spreken. Die moet ook het wij-gevoel scherper en zorgvuldiger durven definiëren. We moeten dat lostrekken van afkomst en religie en vervangen door een wij-gevoel dat is gebaseerd op essentiële kernwaarden zoals vrijheid, tolerantie, emancipatie, vooruitgang en rechtvaardigheid. (..) Dat indringende gesprek moeten we aan. Overal. Op school, in het buurthuis, in de kerk, in de moskee.”

CDA: niet alleen woorden, ook daden

CDA-leider Buma viel vooral de aanpak van het terrorisme aan door het kabinet:

“Als we onze democratie echt willen verdedigen dan moeten we ook nee zeggen tegen imams die haat prediken, nee zeggen tegen jongeren die geweld verheerlijken, en nee zeggen tegen eventuele partijen die de sharia of het omverwerpen van de democratie prediken. (..) Het weerbaar maken van onze democratie vergt daden, niet alleen woorden.”

Wilders: het kabinet komt hier niet mee weg

PVV-leider Wilders gooide het volume omhoog en zei vooral heel ‘boos’ te zijn op het in gebreke blijven van het kabinet:

“Hoeveel doden moeten er nog volgen voordat het kwartje valt? Als er hier in Nederland een aanslag wordt gepleegd, dan heeft dit kabinet bloed aan zijn handen. U komt niet weg met: ich habe es nicht gewusst”.

SP: hoe kunnen jongeren zo radicaliseren?

SP-leider Roemer vroeg zich af hoe het kan dat we jongeren die radicaliseren uit het oog verliezen:

“We moeten blijven denken over hoe het toch kan dat er in ons land mensen opgroeien die zo ver afstaan van onze beschaving dat zij in staat zijn om zulke gruweldaden te plegen.”

D66: pak ongelijkheid aan
D66-leider Pechtold stelde het belang van gelijke kansen aan de orde:

“Wat als je opgroeit in de Franse banlieues? Word je dan niet per definitie anders behandeld alleen al vanwege je postcode?”

VVD: agenten beter bewapenen
VVD-fractievoorzitter Zijlstra hamerde vooral op zwaardere wapens voor de politie:

“We kunnen niet alles voorkomen. Hoeveel we ook doen, ook hier kan een aanslag plaatsvinden. Als we opschalen in dreigingsniveau, sturen we militairen met mitrailleurs. Maar als we specifieke objecten beschermen kunnen we het af met pistolen? De VVD denkt van niet.”

Het moment tussen Wilders en Samsom

Er waren twee momenten dat de toon van het debat wat scherper werd. Het eerste moment is vroeg in het debat tijdens de bijdrage van Wilders. Hij word geïnterrumpeerd door Samsom die hem vraagt of wat Wilders doet niet hetzelfde is als wat terroristen doen. Wilders verwijt Samsom vervolgens een ‘zieke geest’ te zijn:

https://www.youtube.com/watch?v=IUO_lxkIDP4

Volgens politiek redacteur Tom-Jan Meeus was de opmerking van Samsom een ‘pijnlijke fout’:

“Hij heeft natuurlijk niet zo heel veel momenten meer om zichzelf en de PvdA erbovenop te helpen, maar dit moment heeft niet geholpen.”

Het moment tussen Pechtold en Opstelten

Het tweede moment waarbij de sfeer wat verhit is als Pechtold Opstelten om duidelijkheid vraagt of Opstelten ook agenten zwaarder zou willen bewapenen. De minister zou dat in interviews hebben gezegd. Het is al aan het eind van de eerste termijn duidelijk dat Pechtold Opstelten op de korrel wilde nemen.

Opstelten antwoordt Pechtold dat hij ‘de zorgen van de politie serieus zal nemen’ en ‘dit zal bekijken’. Pechtold concludeert dat dit dus dan ‘ja’ betekent. ‘Nee’ zegt Opstelten weer, “dat zeg ik niet”. Pechtold is nu geïrriteerd:

“Ik stel toch een heldere vraag, ik wil heldere antwoorden.”

Opstelten repliceert tot hilariteit van de Kamer:

“Dat is het probleem met de heer Pechtold; de heer Pechtold heeft een stukje papier met een vraag. Maar hij moet misschien eens luisteren naar mijn antwoord.”

Pechtold herformuleert zijn vraag:

“Gaat u deze week agenten andere wapens geven ja of nee?”

Opstelten:

“Nee, we gaan bekijken wat nodig is.”

Foto ANP / Martijn Beekman

D66-fractievoorzitter Alexander Pechtold tijdens het debat in de Tweede Kamer in gesprek met minister Opstelten. Foto ANP / Martijn Beekman

Pechtold vindt dit toch weer een te vaag antwoord. Hij wil van de minister een duidelijk ja of nee en stelt hem even later de vraag nog eens, wat leidt tot de volgende conversatie:

Opstelten:“We gaan in overleg met de politie, de bonden en de korpsleiding. Het kan dus tot iets leiden.”

Pechtold:”Is de inzet van dit kabinet om de gewone agent te bewapenen met automatische wapens?”

Opstelten:“Maar dat is de verkeerde vraag. U stelt de vraag, maar u bent niet tevreden met het antwoord, stel dan een andere vraag.”

Pechtold:“Het kabinet heeft toch een beleidslijn? Wat is de inzet van dit kabinet: om de gewone agent te bewapenen met automatische wapens ja of nee?”

Opstelten:“Als u dat zo vraagt, is het nee. Maar we gaan wel kijken of de bewapening op dit moment voldoet. Ik heb een standpunt gegeven, dat is mijn vertrekpunt. Maar we gaan kijken of er aanpassingen nodig zijn. Daarvoor ga ik in overleg en luister ik ook naar de bonden uiteraard. De politie krijgt de uitrusting die nodig is.”

Voorlopig een nee dus, tot teleurstelling van de VVD:

Twitter avatar lucasbenschop Lucas Benschop Liep Zijlstra nou een blauwtje bij Opstelten? Als ik de minister goed begrepen heb is zwaardere bewapening van politie niet aan de orde.

Lees hier ons liveblog terug over het Kamerdebat.