Fervente filmkijkers

Volgende week begint het International Film Festival Rotterdam. En daar kun je ze tegenkomen: de filmfanaten. Ze slijten hun dagen in de donkere bioscoopzalen en zijn perfect op de hoogte van de festivaletiquette (eet geen popcorn).

Urenlang in een donkere zaal zitten. Niet mogen praten, nauwelijks kunnen bewegen, omringd door onbekenden – eigenlijk klinkt filmbezoek niet bepaald aanlokkelijk. Toch doen we het. Massaal. In 2014 gingen er in Nederland 30,8 miljoen mensen naar de bioscoop.

De één gaat nu en dan een avondje. De ander – in het bezit van een Cinevillepas of Pathe Unlimited Card – wellicht wekelijks.

Frequenties die in het niet vallen bij die van de filmfestivalfanaat.

Ook op International Film Festival Rotterdam (IFFR) kom je ze tegen: de fervente kijkers voor wie zes festivalfilms per dag geen uitzondering is. Trouwe bezoekers, die hun dagschema’s tot op de minuut nauwkeurig volplannen, al dan niet tijdens de programma-puzzeldag die IFFR dit jaar speciaal voor hen organiseert. Liefhebbers die niet alleen talloze filmdialogen uit hun hoofd kennen, maar ook thuis zijn in de festivaletiquette: welk voedsel not done is in de bioscoopzaal, hoe je zonder geluid je neus kunt snuiten tijdens een emotionele film.

„In de bioscoop zelf heb ik boterhammen mee, in afsluitbare plastic zakjes – die maken het minste lawaai”, zegt Frederike Schaeffer (45, IFFR-gemiddelde: 30 films). „En paracetamol, en pakjes met drinken. Als je het gat voor het rietje groot genoeg maakt, kun je ze vrij geruisloos leegdrinken.” In het weekend is er meer ruis in de bioscoop. Dan komt er volgens Schaeffer een ander publiek op het festival af – met een enorme bak popcorn. „Dat kraakt enorm. Rauwe worteltjes zijn ook erg, door dat geknaag.” Jan van Hoek (66, IFFR-gemiddelde: 50 films) neemt naast wat te eten ook altijd een zaklamp mee. „Voor het zeldzame geval dat ik de zaal voortijdig wil verlaten.”

Ook belangrijk voor de ultieme filmervaring: de beste plek in de bioscoopzaal. Die is rechtsvooraan, op de eerste rij, zegt Schaeffer. „Daar zit nooit iemand, dus heb ik altijd plek. Bovendien is het koeler dan achterin, en ruik je je medebezoekers daardoor wat minder.”

Geen escapisme maar reflectie

Wat drijft die festivalfanatici? Is film kijken voor hen een verslaving, een vlucht uit de realiteit? „Integendeel”, zegt Dan Hassler-Forest, filmwetenschapper en ‘assistant professor of popular culture, cultural theory, and zombies’ aan de Universiteit van Amsterdam. Voor de meeste bezoekers is het kijken naar die films volgens hem niet bedoeld als escapisme, maar als moment van reflectie. „Een mogelijkheid om de wijze waarop de wereld is georganiseerd te spiegelen aan je eigen belevingswereld. In die zin maken films je eerder bewust van je omgeving dan dat ze je ervan afleiden.”

Juist zo’n divers festival als IFFR kan verdieping brengen, meent Hassler-Forest. „Als je eerst een tragikomedie uit Zuid-Korea kijkt en dan een documentaire uit Hongarije, heb je niet eens de kans om te blijven hangen in een schijnwereld.”

Zo is Schaeffer een paar jaar geleden naar Mongolië geweest – na het zien van een Mongoolse film op het IFFR. „Anders was ik er nooit gekomen.”

Ook de grote hoeveelheid indrukken die je als frequent kijker meekrijgt, ziet filmwetenschapper Hassler-Forest niet als probleem. „Tegenwoordig hebben we de hele dag door beeldschermen om ons heen. We checken internet op onze smartphone, kijken tussendoor naar Game of Thrones op een tablet en hebben dan ook nog de computer aanstaan. We zijn eraan gewend om veel beelden te kunnen verwerken.” Toch benadrukt hij dat er bij het kijken van zo’n vier films achter elkaar wel „iets geks” met je hersenen kan gebeuren. „Een beetje alsof je verdovende middelen hebt gebruikt. Maar zolang je het niet te vaak doet, is het geen ramp.”

Of veel films achter elkaar kijken een probleem is, hangt af van de reden waarom je kijkt, zegt psychologe Esther Hemelrijk. „Als je het voor de lol doet, en niet om een leegte op te vullen of om problemen te vergeten, is het prima. Maar het kan natuurlijk dwangmatig worden. Soms kunnen mensen niet meer stoppen met kijken – dat zie je bij tv-series bijvoorbeeld vaak. Dan spreken we van binge watching, en kan het kijken echt een probleem worden.”

Thuis kijken is eenzamer

Zes films per dag is het maximum, zegt Tobias Bijl (33, IFFR-gemiddelde: 40 films). Niet omdat hij niet meer kan kijken, maar omdat het tijdtechnisch niet mogelijk is. „Maar na zo’n dag zitten, voelen de bioscoopstoelen wel wat hard aan. Verder is het vooral mentaal heftig. Emotioneel. In mijn eerste jaar IFFR spookten de filmbeelden na zo’n festivaldag continu door mijn hoofd. Nu zorg ik ervoor dat ik niet twee zware films achter elkaar bezoek.”

Helemaal ongeschonden komen sommige filmfanaten niet van het festival thuis. Schaeffer is docent biologie en waarschuwt haar leerlingen altijd dat het IFFR eraan komt. „Dat ik misschien iets vermoeider en daardoor chagrijniger ben dan normaal.”

Een sociaal isolement? De kracht van festivals is volgens Hassler-Forest juist de sociale kant. „Mensen spreken met elkaar af om erheen te gaan, discussiëren tussendoor ook over de films – het gonst van de menselijke activiteit. Wat dat betreft is thuis televisie kijken eenzamer.”