Draghi weer iets dichter bij geldpers

Het Europees Hof lijkt het OMT niet te gaan blokkeren. Dit geeft de ECB meer ruimte om de geldpers aan te zetten.

ECB-president Mario Draghi en de Duitse bondskanselierAngela Merkel in juni 2012, op het hoogtepunt van de eurocrisis.
ECB-president Mario Draghi en de Duitse bondskanselierAngela Merkel in juni 2012, op het hoogtepunt van de eurocrisis. Foto Reuters

Een potentiële noodmaatregel die nog nooit is toegepast en zijn urgentie allang heeft verloren. Zo kun je het in september 2012 gepresenteerde OMT-programma van de Europese Centrale Bank (ECB) best omschrijven. En toch is het juridische gevecht hierover relevant voor de grote stap die de ECB misschien volgende week al neemt.

Gisteren publiceerde advocaat-generaal Pedro Cruz Villalón van het Europees Hof van Justitie zijn zogeheten conclusie over de vraag of het OMT-programma strijdig is met het Europese verbod op staatssteun aan lidstaten. Dit programma is de technische uitwerking van de opmerking die ECB-president Mario Draghi in juli 2012 maakte. Toen zei hij dat de ECB „alles wat nodig is” zou doen om de euro te redden.

Met OMT zou de ECB ongelimiteerd staatsobligaties van een land in nood opkopen om zo de rente op die obligaties te drukken. Deze belofte overtuigde de markten ervan dat de muntunie niet uit elkaar zou vallen.

Veel Duitse partijen, onder wie politici en academici, maakten bezwaar. Zij vinden dat de ECB zo economisch beleid voert, in plaats van puur monetair beleid, gericht op het beperken van de inflatie. Ook vinden zij dat de ECB met het OMT monetaire financiering verleent aan individuele lidstaten, wat niet mag volgens het Europees Verdrag. Zij brachten hun zaak voor het Duitse Constitutionele Hof in Karlsruhe, dat vorig jaar besloot om het Europees Hof om zijn mening te vragen. Dit Hof volgt vaak het advies van de advocaat-generaal.

Uitzonderlijke situaties

Villalón concludeerde gisteren dat het OMT níet strijdig is met het verdrag. En dat geeft meer ruimte aan de ECB om, misschien volgende week donderdag al, over te gaan op een eveneens controversiële stap: het op grote schaal opkopen van staatsobligaties van eurolanden om met het zo gecreëerde geld de deflatie te bestrijden. Ook tegen dit middel (kwantitatieve verruiming, QE) gelden grote Duitse bezwaren, die overigens gedeeld worden door De Nederlandsche Bank (DNB), en – volgens internationale media – door een handvol andere leden van de 24-koppige bestuursraad.

De centrale banken van Duitsland en Nederland zijn bang dat deze stimulans de druk op overheden wegneemt om hervormingen door te voeren. Ook vrezen ze dat zo risicovol schuldpapier op de balans van de ECB terechtkomt en dus het probleem van iedereen wordt.

Volgens Villalón is OMT weliswaar een onconventioneel instrument dat risico’s met zich meebrengt, maar valt het wel binnen het mandaat van de ECB. Vorig jaar zei het Hof in Karlsruhe in zijn voorlopige oordeel nog dat de ECB wel degelijk te ver ging.

Een uitspraak van het Europees Hof van Justitie wordt over enkele maanden verwacht, daarna is Karlsruhe aan de beurt voor een definitief oordeel.

De bedenkingen uit Karlsruhe doen in meer algemene termen de vraag rijzen welke bevoegdheden de ECB heeft in uitzonderlijke situaties, schreef de advocaat-generaal gisteren. Villalón maakte in deze context enkele opmerkingen die van belang zijn in de discussie over QE.

De ECB is exclusief bevoegd met het plannen en uitvoeren van het monetair beleid. Om dat goed te kunnen doen, heeft zij „een ruime beoordelingsmarge” nodig, waarmee Villalón bedoelt dat anderen de ECB een beetje de ruimte moeten geven om te doen wat nodig is. Een QE-programma van 500 miljard euro (een bedrag dat circuleert) zal daar volgens de voorstanders vast bij horen.

Geheime bovengrens

En Villalón ging nog verder: rechterlijke instanties moeten „een aanzienlijke terughoudendheid betrachten” bij hun beoordeling van de ECB, zei hij, „aangezien zij de expertise en ervaring missen die de ECB op dit gebied heeft”.

Tegelijkertijd leek de advocaat-generaal ook grenzen aan te geven. Als de ECB ongelimiteerd staatsobligaties opkoopt, kan dat uiteindelijk de eigen stabiliteit in gevaar brengen. De ECB heeft Villalón verteld dat zij wel degelijk een bovengrens stelt aan het OMT-programma, maar die geheim houdt om het instrument niet te ontkrachten. De advocaat-generaal vindt dit wenselijk. Dat betekent wel dat een QE-programma met een open einde, zoals de Amerikaanse Fed dat heeft gedaan, niet kan. Tenzij de Fed destijds natuurlijk ook een geheim plafond had vastgesteld.