Opinie

De onbegrepene

Zelfs Geert Wilders was bewonderenswaardig terughoudend in zijn commentaar na de aanslagen in Parijs, hoorde ik de afgelopen dagen zeggen; hij zweeg als een wijs staatsman. Wacht maar af, dacht ik, het is de stilte voor de storm, Wilders beleeft zijn finest hours – en die zal hij zich door niemand laten afnemen.

Die storm stak gisteravond al snel op toen het Kamerdebat over de aanslagen eenmaal was begonnen. Ik heb hem vaak horen en zien optreden, maar nog niet met zoveel grimmigheid – en dat wil wat zeggen. Hij zei het al meteen in het begin: hij was ‘ontzettend boos’, sterker nog: ‘ontzettend kwaad’, en zijn fractie was ‘woedend’.

En waarom? Precies: omdat er nooit naar hem geluisterd was. Want hij had het al tien jaar geleden – hij herhaalde het minstens tien keer – gezegd: „De oorzaak is de islam.” Als er wél naar hem geluisterd was, zou het heel anders zijn gelopen. Dan zouden alle jihadisten allang uit Nederland zijn gegooid en waren alle passende maatregelen genomen om hun terugkeer te voorkomen.

Hoe vaker hij dit thema herhaalde, hoe meer de merkwaardige indruk ontstond dat de aanslagen niet in Parijs, maar in Amsterdam hadden plaatsgevonden. Waarom anders het steeds weer benadrukken van al die waarschuwingen die al die jaren in de wind waren geslagen? Of wilde hij zich over het hoofd van Rutte vooral richten tot Hollande en diens voorgangers? Hadden zij ook beter naar hem moeten luisteren?

Het is ook mogelijk dat hem per ongeluk ontgaan is dat de afgelopen tien jaar, na de moord op Van Gogh, geen dodelijke aanslagen meer gepleegd zijn door moslimextremisten in Nederland. Hij bleef maar jeremiëren („Het is om gek van te worden”) over de onbenulligheid van de anti-terreurmaatregelen. Daar zal ongetwijfeld veel aan mankeren, maar nul aanslagen in tien jaar lijkt toch geen slechte score. Dat is jammer voor hem, maar hij hoeft nog niet bij de pakken neer te zitten: ook Rutte zei in het debat dat hij niet uitsluit dat wat in Parijs is gebeurd ook ik in Nederland zal gebeuren.

Rutte kreeg van Wilders meteen te horen wat hem dán te wachten staat: het verwijt dat er „bloed aan de handen van dit kabinet zit”. Daar komt Rutte niet meer onderuit, of zo’n aanslag nu morgen of over tien jaar gebeurt: het is zíjn schuld en van al die ‘liegende’ knoeiers in het kabinet.

Zo toonde Wilders zich vooral ‘de onbegrepene’, de profeet die roept in een woestijn waar hij omringd wordt door halvegaren. De ergste is uiteraard een PvdA’er, Diederik Samsom, ‘een abjecte, zieke geest’. Dat is nog even andere koek dan ‘de bedrijfspoedel van Rutte I’ die Job Cohen voor Wilders was; je kunt merken dat de PvdA steeds verder afglijdt.

Wat stelden de Kamerleden tegenover dit verbale geweld van hun woedende collega? Ze bleven opmerkelijk kalm, dat moet gezegd.

Samsom zei: „Je moet duisternis niet bestrijden met duisternis, maar met licht.” Van der Staay wees Wilders slim op het door hem vergeten feit, dat er in 2010 wel degelijk in de wet een mogelijkheid was opgenomen om het Nederlanderschap te ontnemen aan leden van een terroristische organisatie. Pechtold zwaaide met een papier waarop stond dat 98 procent van de aanslagen in Europa géén islamitische oorsprong heeft.

Wilders deed er toen allang het zwijgen toe. Hij was uitgewoed en uitgewoedend. Tot de volgende aanslag.