De kievit laten we nu even met rust

In Friesland mogen geen kievitseieren meer worden geraapt. Eerst moet duidelijk zijn hoeveel kieviten er zijn.

Een eierzoeker is verplicht stokken te plaatsen bij de nesten als ‘nazorg’. Dan kan de boer om de nesten heenrijden met landbouwvoertuigen.
Een eierzoeker is verplicht stokken te plaatsen bij de nesten als ‘nazorg’. Dan kan de boer om de nesten heenrijden met landbouwvoertuigen. Foto ANP

Veel eierzoekers in Friesland zijn teleurgesteld: dit voorjaar mogen ze vrijwel zeker geen kievitseieren zoeken. De Raad van State bepaalde gisteren dat de ontheffing die de provincie Fryslân aaisikers (eierzoekers) gaf, niet geldig is. Eerst moet de provincie aantonen dat het goed gaat met de kievit. De kans dat dit lukt voor het eierzoekseizoen begint, is klein. „Dit is een grote domper”, zegt voorzitter Rendert Algra van de Bond van Friese Vogelwachten (BFVW). GroenLinks in de Friese Staten vraagt een debat aan.

Elk jaar barst de discussie los: is het nog verantwoord eitjes te rapen terwijl de weidevogelstand onder druk staat? Dit jaar begon burgemeester Gerard van Klaveren van Weststellingwerf (VVD). In zijn nieuwjaarstoespraak kondigde hij vorige week aan het eerste kievitsei van de gemeente niet langer in ontvangst te nemen. „Ik heb flink wat rapporten bestudeerd en eierzoekers gesproken. Het is niet langer verantwoord de zwart-groen gespikkelde eitjes mee te nemen.” Hij haalde cijfers van Sovon Vogelonderzoek Nederland aan. „Tussen 1996 en 2013 is het aantal kieviten in Friesland jaarlijks met 3,5 procent afgenomen. Daar kun je je ogen niet voor sluiten.”

Algra vindt het besluit van de burgemeester „een klap in het gezicht van elke aaisiker”. Van Klaveren verkwanselt een traditie, foetert hij. Volgens Algra stabiliseert de kievitenstand zich en bleef hun aantal tussen 2007 en 2014 gelijk. Bovendien zijn „de eerste legsels vaak zwak. De kuikens redden het vaak niet, omdat het te koud is, begin maart.”

Ook burgemeester Tjeerd van der Zwan van Heerenveen (PvdA) is teleurgesteld over de uitspraak van de Raad van State. „Het is ontzettend jammer dat de eierzoekers dit voorjaar het land niet in kunnen.” Eierzoeker Durk van Wier van de Vogelwacht Leeuwarden is het daarmee eens. „Heel, heel jammer. De achteruitgang van het aantal kieviten komt echt niet door het kievitseierenzoeken.”

Maar niet alle Friese vogelwachten zijn voorstanders van eierrapen. De afdeling Grou van de BFVW plaatste vorig jaar vraagtekens bij de traditie en juicht de uitspraak van de Raad van State dan ook toe. Wiepke Hooghiemster van de Fûgelwacht Grou: „Wij zijn hier blij mee. Het rapen van kievitseitjes kun je niet verkopen in een tijd waarin het slecht gaat met de weidevogels. Met tradities houd je de weidevogels niet in stand.” Hij pleit voor kerngebieden waar de vogels met rust gelaten worden en die afgesloten blijven voor mensen.

Het eierzoeken is een 150 jaar oude traditie in Friesland, de enige provincie waar het nog mag. Aaisykjen is aan strenge regels gebonden. Elke eierzoeker moet lid zijn van de Bond en een pasje hebben. Er mag een beperkte periode worden gezocht, van 1 maart tot 1 april en er mogen in totaal niet meer dan 6.000 eieren van de ljip (kievit) worden meegenomen. Elk gevonden eitje moet bovendien per sms worden gemeld. Is het quotum vol, dan moet er, ook als de periode nog niet voorbij is, worden gestopt.

‘Nazorg’, zoals stokken plaatsen bij nesten zodat ze niet door landbouwvoertuigen worden vermorzeld, is verplicht voor de 5.000 geregistreerde eierrapers. De Friese gedeputeerde Johannes Kramer (FNP) roept de eierzoekers op om toch aan nazorg te doen, ook al mogen ze geen eitjes rapen. „Alsjeblieft, ga het land in om stokjes bij de nesten te plaatsen.”

Algra zegt dat als rapen niet meer mag, het aantal nazorgers afneemt. „Dat pakt negatief uit voor de ljip”, meent hij. Je kunt toch zoeken, maar het eitje laten liggen? Nee, zegt Algra: „Er zit een jachtinstinct bij. Vinden én meenemen. Als een soort trofee. En een kievitseitje is ook lekker.”