Britse nurkse nar inspireert

De Nederlandse cabaretier Micha Wertheim reisde naar Londen om de nieuwe show van comedian Stewart Lee te zien. „Lee gedraagt zich nog steeds als miskende outsider, maar iedereen heeft hem inmiddels ontdekt.”

‘Alles wat ik vooraf heb gezegd, was onzin”, zegt Micha Wertheim. Het is in de pauze van de nieuwe voorstelling van de Britse comedian Stewart Lee in het Leicester Square Theatre in Londen en Lee heeft het publiek net verpletterd met een fenomenaal uur comedy.

Stewart Lee (46) is één van de meest eigenzinnige en vernieuwende comedians die er zijn en voor Wertheim, zelf de meest eigenzinnige en vernieuwende cabaretier van Nederland, een reis naar Londen meer dan waard. Toch vroeg hij zich van te voren af of de stijl van Lee niet sleets begon te worden. Het tegendeel blijkt waar. Enkele keren ijlt de hoge lach van Wertheim nog na als die in de zaal al is weggeëbd.

„Voor Stewart Lee is niets heilig”, zegt Wertheim voor de show. „Dat is wat ik het meest in hem bewonder. Hij geeft me het gevoel dat alles mogelijk is in stand-up comedy en cabaret. Een satiricus die bereid is alles belachelijk te maken en tegelijk heel cerebraal en elitair. Toen ik hem jaren geleden voor het eerst zag, vond ik het een verademing dat hij zich op geen enkele manier inhoudt, omdat hij niet bezig is met de vraag of het publiek het anders niet snapt of niet geïnteresseerd is.”

Sterker nog, Lee bespot onwetend publiek: „In de jaren dertig steunde The Daily Mail het naziregime. Wist je dat? Nee, wat weten jullie nou... Een boel grappen vanavond verwijzen naar feiten, historische momenten en dingen die bestaan.”

Lee speelt A Room with a Stew al een half jaar. Hij afficheert de shows als try-outs, omdat hij repeteert voor de tv-opnames van zijn BBC-serie Stewarts Lee’s Comedy Vehicle – zes keer een half uur. Op tv wordt de stand-up van Lee onderbroken door sketches, die doorgaan op het onderwerp. Wertheim: „Het is briljant. In Nederland kennen we alleen de droge registratie van cabaret, geen vermenging. Ik zou het idee zo over willen nemen, ware het niet dat het na-apen zou zijn.”

Dat hij het zou schoppen tot een eigen tv-show had Lee niet durven dromen toen hij in 2000 in stilte afscheid nam van het podium. Ruim tien jaar was het sappelen geweest, eerst als duo met Richard Herring, daarna solo. Lee, ook muziekrecensent, schreef vervolgens Jerry Springer, de opera, die buitengewoon goed liep, maar door acties van christelijke fundamentalisten moest sluiten. Vanaf zijn terugkeer op het podium als comedian in 2004 kreeg hij juichende kritieken en groeide zijn aanhang – ook onder Nederlandse comedians.

Outsider

Ondanks zijn nieuwe status bleef Lee zich opstellen als outsider en maakte hij wrange grappen over publiek, pers en succesvollere collega’s. Wertheim: „Zelf zegt Lee dat hij op het podium een personage creëert. Hij is het niet zelf. Dat personage is bitter en voelt zich miskend. Dat wringt nu, want iedereen heeft hem ontdekt en hij staat in Londen maandenlang in een uitverkochte zaal van 400 stoelen. Dat personage wordt ongeloofwaardig. Daarom plaatst hij op zijn poster een vernietigende quote van een rechtse tabloid. Hij laaft zich aan kritiek en onbegrip. Dat heeft hij nodig, als rechtvaardiging voor de woede en de verongelijktheid van zijn personage.”

De grap bij Lee zit in het ongemak dat hij veroorzaakt. Zijn ontevreden toon werkt de lach op, omdat die toon ongepast en gedurfd is, terwijl de onderliggende ironie voelbaar blijft. De mogelijkheid om weg te zinken in zijn verhalen saboteert hij door voortdurend tussendoor de lach en de reactiesnelheid van het publiek de maat te nemen. Het effect is dat je je als toeschouwer bewust wordt van elke lach, maar ook scherper oplet. Lee is een nurkse nar, die kleine incidenten uitbouwt tot surrealistische proporties, met religie, politici, comedians en populisme als favoriete doelwitten.

In zijn nieuwe show zoekt de treitercomedian al direct na het applaus bij zijn opkomst de confrontatie: „Het slapste applaus uit de serie tot nu toe.” Met zijn uitdrukkingsloos gezicht monstert Lee het publiek en zegt dan droog: „Geen avond om veel van te verwachten, maar we zetten door. Binnen drie seconden weet je of het een goede avond wordt. Vanavond wordt het… adequaat.”

Moslimsnacks

Zijn afgemeten intonatie is wel eens bekritiseerd als zeer geschikt voor het inspreken van ontspanningsbandjes voor meditatie. De rust in zijn toon en tempo bevalt Wertheim zeer. „De grap zit helemaal in de formulering van de tekst. Ik probeer in mijn voorstellingen ook wel of ik kan spreken zonder al te veel stembuigingen. Dat is eng om te doen, want je haalt alle signalen voor het publiek eruit die aankondigen: Dit is hem! Hier komt de grap!

„Met die opmerking aan het begin zet hij de verwachtingen van het publiek meteen op zijn kop”, zegt Wertheim. Volgens Lee lacht de linkerhoek van de zaal veel én op tijd. Dat zijn mensen die hem begrijpen. „Ik denk dat ik me de rest van de show op deze hoek richt. In de rest van de zaal zitten waarschijnlijk mensen die vrienden hebben meegenomen om mij te zien. Vrienden die mij niet kennen. Die vragen: ‘Is dit het?’ Breng je vrienden niet mee. Breng je familie niet mee. Weet je, kom zelf liever ook niet. Verlos deze carrière uit zijn lijden.”

Het eerste half uur van het programma gaat over de druk die Lee voelt om islamofobische grappen te maken – het is twee dagen voor de aanval op Charlie Hebdo. Hij imiteert onze innerlijke stem, die na grappen over christenen commentaar geeft en zich afvraagt waar de grappen over de islam blijven. Is Lee soms bang? Hij bespot tabloid The Daily Mail, die zich afvraagt of de balans in de comedy niet scheef is: „Want bij The Daily Mail is balans een groot goed.” En hij leest ingezonden brieven voor. „Beste BBC, het was goed om Stewart Lee grappen te horen maken over chips gisteren, maar ik betwijfel of we hem ook zullen horen over moslimsnacks.”

Zorgvuldig manoeuvreert hij zichzelf naar een anekdote over een moslima die in de bus op een exemplaar van het tijdschrift van de Jehova Getuigen, de Wachttoren, gaat zitten. Eerst wat grappen over Jehova’s, want, zegt hij: „Je kan niet vanuit het niets tegen de islam tekeer gaan. Je moet eerst de andere religies belachelijk maken. Hun ontzielde lichamen gebruiken als traptreden en dan omhoog klimmen om te spuwen naar de hemel.”

Zijn tweede islamofobische grap gaat over de vrouw die hij de Koran ziet lezen. Althans, dat is zijn vooroordeel, zegt hij. „Ze kan alles aan het lezen zijn, ook een islamitische versie van Vijftig tinten grijs. Hoewel, van wat ik er van begrijp, zijn er in de islam geen tinten grijs.” Behalve een lach levert dat afkeurende ‘oewwhs’ op. Lee: „Het interessante is: de oewwh’s komen van het slimme deel van de zaal. Met hun grotere intelligentie komt de last van hun liberale geweten.”

Waarna hij de grap demonteert – ook een gewoonte van hem – en drie redenen geeft waarom het oké was om te lachen om die grap. Ook voor moslims. „Als je hier als moslim niet om lacht, dan geef je toe dat er geen grijs bestaat in de islam en dat ik gelijk heb. Dus je moet wel lachen.”

In het tweede half uur, een ingenieuze uitwerking van een anekdote over urineren, voert demagoog Lee de confrontatie met het publiek naar een climax. Als hij weer eens vaststelt dat een lach te zwak is, vraagt hij of we weten dat het aantal zelfmoorden onder comedians ongekend is. „Zo zwaar is dit vak. In feite hebben jullie Robin Williams vermoord.”

Van de zes comedians met wie hij eens optrad, is de helft niet meer in leven, zegt hij. Als dat een lach scoort, bijt hij ons toe: „Ik begrijp niet dat daar om gelachen wordt.” Een beschuldigende stilte. Dan: „Elke avond waad ik door een podium vol geesten van overleden comedians. Ze zijn allemaal hier en omringen me. Aan mijn linkerzijde fluisteren ze: ‘Hou vol, ga door.’ Aan de rechterkant: ‘Hou toch op, kom bij ons’.” Voor Wertheim is dat het hoogtepunt van het programma: „Hij maakt hele nare grappen en geeft ons vervolgens de schuld dat we er om lachen.”

Na de pauze volgen nog twee probeersels, onder meer een stuk over het besmeuren van de Britse vlag – een nummer dat doet denken aan een eerdere show waarin Lee zich verbeeldt Jezus te zien als hij dronken is en uiteindelijk op uitnodiging van de behulpzame Jezus hem in zijn mond en anus kotst. Dat was 2005, nog voordat er macho-elementen slopen in aanstootgevende comedy – schrijft Lee in zijn fascinerende boek How I escaped a certain fate, waarin hij de scripts van drie van zijn programma’s toelicht.

Lee heeft zijn vaste methodes, stelde Wertheim vooraf al vast. „De raamvertelling, herhalingen, het bruuskeren en opdelen van de zaal, het humorcollege.” Maar, zegt hij, en hier neemt de Nederlandse cabaretier die zo graag stoeit met de vorm van cabaret een verrassend wending: „Ik vind het toch het hoogste als iemand aan die metareflectie kan ontsnappen en gewoon een verhaal kan vertellen. De Amerikaanse comedian Doug Stanhope kan dat. Hans Teeuwen kan het. En Wim Helsen. Reageren op conventies lijkt progressief. Maar als je echt origineel bent, dan vertel je gewoon een verhaal, zonder trucjes.” Maar dat was vooraf, voordat Lee liet zien hoe goed zijn trucs zijn.