Beursgang waar je als zakenbank bij moet zijn

Alle grote zakenbanken willen de beursgang van ABN Amro begeleiden. Tot vandaag konden zij zich melden.

Illustratie Roland Blokhuizen

Uiterlijk vanmiddag om twaalf uur moesten ze binnen zijn op de Lange Houtstraat 26 in Den Haag: de ‘geloofsbrieven’ (in viervoud) van alle zakenbanken die de mogelijke beursgang van ABN Amro willen begeleiden. Dikke verzegelde enveloppen, of pakketten waarschijnlijk eerder, waarin de zakenbanken laten weten welke rol zij graag willen spelen. En uitgebreid uitleggen waarom juist zíj daar het meest geschikt voor zijn.

Allemaal in stilte uiteraard, want zulke biedingsprocessen voltrekken zich altijd in het diepste geheim. Op de enveloppen of pakketten dus geen logo’s van zakenbanken. Zelfs de postzegel of stempel mag niets verraden. Wie zich daar niet aan houdt, wordt bij voorbaat uitgesloten. Dat is om te voorkomen dat concurrerende zakenbanken van elkaar te weten komen dat ze samen in de race zijn. Iets dat de zakenbanken zelf ook niet slecht uitkomt: zo komt ook nooit iemand erachter als ze straks niet worden uitverkoren.

Het verstrijken van de deadline is opnieuw een belangrijke stap op weg naar een mogelijke beursgang van ABN later dit jaar. Minister Dijsselbloem (Financiën, PvdA) besloot in 2013 dat de bank „in principe” moest terugkeren naar de beurs, nadat ABN in 2008 noodgedwongen werd genationaliseerd. „Op zijn vroegst” kon dat volgens hem vanaf „het tweede kwartaal van 2015” gebeuren. Dit voorjaar dus.

Maar daarvoor moet wel eerst een cruciale stap worden gezet: de selectie van de zakenbanken die de beursgang zullen begeleiden. Hun taak is genoeg aandelen van ABN Amro te verkopen aan investeerders – liefst voor een hoge prijs.

Dat proces nadert nu een ontknoping. De afgelopen weken konden zakenbanken hun biedingen uitbrengen bij NLFI, de stichting die de aandelen ABN namens de staat beheert. Achter de schermen selecteert NLFI komende weken welke banken kans maken op een rol bij de beursgang. De shortlist die daaruit volgt is cruciaal: daaruit worden de banken verkozen die het mogen gaan doen als ABN echt naar de beurs gaat.

Kopjes koffie

Alle grote zakenbanken – Nederlandse en internationale – willen dolgraag meedoen, vertellen zakenbankiers op voorwaarde van anonimiteit. Ze willen niet het risico lopen dat ze iets zeggen dat NLFI niet zint. ABN Amro wordt nu al gezien als dé Nederlandse beursgang van het jaar – misschien zelfs wel dé Europese.

Hoeveel banken zich hebben aangemeld, is nog niet bekend. Maar volgens een woordvoerder van het NLFI is er de afgelopen weken „voldoende belangstelling” geweest.

Al jaren hebben zakenbankiers ABN Amro in het vizier en geïnvesteerd in relaties. Allemaal hebben ze een hoop kopjes koffie gedronken met de mensen van NFLI, maar ook bij ABN Amro en op het ministerie van Financiën. Soms op uitnodiging. Maar veel vaker nodigden ze zichzelf uit. Om te praten over ontwikkelingen in de industry. Of over ABN Amro, als de bank weer eens nieuwe kwartaalcijfers had gepubliceerd.

ABN Amro naar de beurs brengen, dat is prestigieus, vinden de bankiers. Dat betekent: groot, zichtbaar, zelfs eervol. Al zijn er natuurlijk ook meer praktische argumenten. Met een grote opdracht als ABN Amro schuiven ze omhoog in de league tables, lijstjes van banken die de meeste en grootste deals doen. En ze doen specifieke ervaring op met een beursgang van een staatsbank. Dat geeft ze weer credentials, kortweg creds, die de kans op nieuwe vergelijkbare klussen vergroot.

En natuurlijk: het is ook goed verdienen. Al is de staat niet van plan veel te betalen. Althans, niet naar de standaarden van zakenbankiers. Zij weten: werken voor een overheid levert traditioneel minder op dan voor bedrijven. Voor een ‘gewone’ beursgang verdienen zakenbankiers naar eigen zeggen tussen de 1,5 en 2 procent van het totale bedrag dat naar ze naar de beurs brengen. Bij ABN Amro rekenen ze op een fee tussen de 0,75 en 1,5 procent – al wordt ook rekening gehouden met minder.

Zakenbankiers zijn er maar druk mee, maar voor ABN Amro en met name de staat is de selectieprocedure minstens zo belangrijk. De juiste zakenbanken kunnen het verschil maken tussen een succesvolle beursgang of een mislukking. Een succes is voor de staat belangrijk. ABN Amro ‘kostte’ Nederland destijds 21,7 miljard euro. Dat bedrag zal zeer waarschijnlijk nooit helemaal terugkomen. Maar het verlies moet natuurlijk wel zo klein mogelijk zijn.

Begeerde hoofdrol

Voor een succes heb je distributiekracht nodig, vuurkracht. Want als ABN naar de beurs gaat, moet er voor miljarden euro’s aan aandelen verkocht worden. Grote zakenbanken hebben die kracht. Zij hebben ingangen bij de grootste investeerders: vermogensbeheerders als BlackRock of Fidelity, pensioenfondsen en verzekeraars.

Vaak kennen zakenbankiers de fondsenmanagers die over miljarden gaan al jaren. Ze hangen regelmatig met elkaar aan de lijn, ook als er geen zaken te doen zijn. De grote investeerders, bij een beursgang soms goed voor een investering van een paar honderd miljoen euro, zijn onmisbaar. Met een paar ben je al een heel eind. Dan volgt de rest vanzelf.

Voor de zakenbanken is het belangrijkste dat ze terechtkomen op het meest prestigieuze lijstje van NFLI: het lijstje banken dat in de race is om een hoofdrol, die van global coordinator. Als ze daar niet op staan is dat een teleurstelling, maar staan ze misschien wel op een van de lijstjes voor minder prominente rollen: die van bookrunner en die van co-lead manager. Minder leuk, maar beter dan niks.

Een plek op de lijst hangt onder meer af van de ervaring met beursgangen van banken en in Nederland. Hoeveel plekken er te vergeven zijn, is onbekend.

Over wie de begeerde hoofdrollen krijgt – naar verwachting worden er drie of vier vergeven – wordt al driftig gespeculeerd. Zakenbankiers zijn ervan overtuigd dat in ieder geval één grote Europese bank zo’n rol binnensleept en ook, hoewel bijna allemaal omstreden sinds de crisis, één van de grote vier Amerikaanse banken (Goldman Sachs, JPMorgan, Merrill Lynch of Morgan Stanley). Aan die banken, is de redenering, ontkomt ook Dijsselbloem niet – als hij dat al zou willen. Zij zijn nodig om genoeg aandelen kwijt te raken aan grote en dus belangrijke Amerikaanse investeerders.

Verder wordt ABN Amro zélf beschouwd als grote kanshebber voor een hoofdrol. Dat klinkt misschien raar, maar is best gebruikelijk als een bank(onderdeel) naar de beurs gaat. Zo was ING vorig jaar ook global coordinator bij de beursgang van verzekeringstak NN. Ook NLFI houdt die mogelijkheid expliciet open: de stichting kan besluiten dat ABN Amro zichzelf mag benoemen als hoofdrolspeler. Het voordeel: zo wordt de zakenbanktak van ABN Amro automatisch meer waard, want die stijgt op de ranglijstjes. Bovendien verdient ABN zo nog wat aan zo’n dure beursgang.

Theorieën genoeg, maar nu is het aan NLFI om de selectie te maken. En wat daar precies uitkomt, weet niemand. Begin volgende maand horen alle banken die zich hebben gemeld of het genoeg was – hun uitgebreide postpakket van vandaag en al die kopjes koffie.