Alleen export kan Duitse auto niet redden

Duitse automakers melden record op record. Maar schijn bedriegt, want op hun thuismarkt stagneert de vraag en hun winsten boeken ze vooral in China en de Verenigde Staten.

Kleine Duitse auto’s doen het slecht
Kleine Duitse auto’s doen het slecht

Rondom de Duitse automobielbranche stijgen gemengde berichten op. Zes jaar geleden, in het Europese crisisjaar 2009, maakte de automobielindustrie in Duitsland de zwaarste periode door sinds 1945. Het goede nieuws is nu dat er weer winst gemaakt wordt.

Zo maakte BMW vorige week enthousiast bekend dat het concern, dat behalve BMW ook de merken Mini en Rolls Royce produceert, in 2014 voor het eerst meer dan 2 miljoen auto’s op jaarbasis heeft verkocht. Hierbij ging het om 1,8 miljoen BMW’s: een groei van 9,5 procent.

De automaker uit München stelt vast dat 2014 zelfs het beste jaar ooit was voor BMW, Rolls Royce en de verkoop van motoren. Voor de Mini, die sinds juli afgelopen jaar ook in het Nederlandse Born bij VDL NedCar wordt gemaakt, is het nog niet zo ver.

Voor het jaar 2015 verwachten de gezamenlijke Duitse autobouwers wederom groei: van 2 tot 4 procent, ofwel tussen de twaalf en vijftien miljoen verkochte nieuwe personenauto’s. Behalve BMW, maken ook Daimler en Volkswagen winst. VW maakte afgelopen week bekend voor het eerst in de geschiedenis meer dan tien miljoen auto’s te hebben verkocht, vooral van de merken Volkswagen en Audi.

Puur statistisch gezien boomt de automarkt, schreef autowetenschapper Wolfgang Schade, verbonden aan het Fraunhofer Institut, recent in een blog. Hij haalt een marktprognose van accountants- en advieskantoor PWC aan, dat verwacht dat wereldwijd de productie toeneemt tot 100 miljoen auto’s in 2017, 63 miljoen meer dan twee jaar terug.

Toch is het Verbond van de Duitse Automobielindustrie (VDA) bezorgd. Want achter de cijfers gaan bijvoorbeeld grote regionale verschillen schuil: sinds tien jaar is het al zo dat winsten voornamelijk worden gemaakt in China en de Verenigde Staten.

‘Slapende automarkt’

Oké, er werden in Duitsland in 2014 weer meer auto's verkocht. Drie miljoen in totaal, wat neerkomt op een groei van 3 procent. Voorzitter Martin Wissmann van de VDA: „Het resultaat van het autojaar 2014 is wat beter dan verwacht, maar dat is geen reden om te jubelen”. Want, zo redeneert hij, afgezet tegen de gunstige economische randvoorwaarden, bijvoorbeeld dat er nooit eerder zoveel mensen in Duitsland een baan hebben, valt het resultaat toch tegen.

De zakenkrant Handelsblatt schrijft over „de slapende automarkt”, alsof het om Doornroosje gaat. In Duitsland zal de verkoop van auto’s dit jaar naar verwachting met 1 procent dalen ten opzichte van 2014.

Hoe komt dat? Een groot probleem is het feit dat de verkoop aan particulieren afneemt. Dat heeft volgens sommigen onder meer te maken met de opkomst van de ‘generatie huurauto’, voor wie een auto alleen maar een vervoermiddel is.

Nieuwe auto’s worden in Europa meestal aan bedrijven verkocht, terwijl het aantal particuliere kopers al jaren slinkt. Duitse automakers kunnen in het segment van kleine auto’s nauwelijks rendement halen door opeenvolgende prijzenoorlogen. En van het lucratieve topsegment alleen kunnen ze volgens analisten niet overleven.

Ford maakte afgelopen week bekend dat de fabriek in Keulen vanaf februari de productie van de Fiësta met 300 auto’s opvoert tot 1.850 auto’s per dag, nadat eind vorig jaar werktijdverkorting was ingevoerd. Dat is hoopgevend, maar de trend is dat automakers in Europa inmiddels de tering naar de nering hebben gezet: fabrieken van Fiat, Ford en Opel zijn gesloten.

Westerse sancties

Men richt zich op export en productie op winstgevender afzetmarkten buiten Europa. Maar die export verliest snel vaart door de ingestorte winsten op de door westerse sancties getroffen Russische markt. En zelfs de Chinese afzet gaat minder hard: brancheorganisatie VDA verwacht in het Verre Oosten dit jaar nog maar een winst van 6 procent op negentien miljoen verkochte auto’s.

Behalve de afvlakkende export gaat het volgens auto-expert Schade ook in Duitsland niet goed. „Terwijl Daimler, VW en BMW de ene na de andere recordwinst noteren, stagneert de Duitse automarkt sinds bijna tien jaar, en krimpt zelfs”, schrijft hij.

En dat terwijl een gezonde automobielindustrie door velen van wezenlijk belang wordt gevonden voor de Duitse economie – en voor de economie van Europa. De totale omzet beliep over het jaar 2013 ruim 360 miljard euro. Sinds eind van de jaren negentig levert de productie van auto’s direct werk aan ongeveer 750.000 mensen.

Brancheorganisatie VDA becijferde dat als ook alle indirecte werkgelegenheid (onderhoud, reparatie, banden, wegenbouw) wordt meegerekend, in Duitsland ongeveer elke zevende arbeidsplaats afhankelijk is van dit ‘mobiliteitsconcept’. Geen wonder dat zich in Duitsland een klein leger van onderzoekers bezighoudt met de toekomst van de auto en de auto-industrie.

De jaarlijkse autoshow in Detroit deze week, een van de graadmeters van wat er in de branche aan de hand is, levert een wat bedrieglijk beeld. Onder invloed van de gedaalde brandstofprijs wordt onder het motto ‘hoger, dorstiger en sneller’ alles gekocht wat groot en krachtig is.

Dat betekent benzineslurpende SUV’s (sports utility vehicles): Volkswagen wil bijvoorbeeld met de extra grote ‘terreinlimousine’ Crossblue marktaandeel terugwinnen in de VS, dat verloren ging omdat het concern zich de afgelopen jaren, met succes, vooral richtte op China: 45 procent van de hele verkoop van VW is in het Verre Oosten. Met de lang verwachte Crossblue streeft VW ernaar komende drie jaar 800.000 auto’s in de VS te verkopen. Daarmee speelt de Amerikaanse markt een sleutelrol in de strategie van VW om in 2018 Toyota in te halen als grootste autobouwer van de wereld.

Maar eigenlijk wordt de toekomst door de lage benzineprijs alleen maar uitgesteld, menen analisten. Topman Elon Musk van Tesla, producent van elektrische auto’s, zei deze week in Detroit niet bang te zijn voor goedkope benzine. Hij zegt dat hij naar de langere termijn kijkt en dat „benzineauto’s niet duurzamer worden, alleen omdat brandstof wat goedkoper is”.

Instabiele thuismarkt

Auto-onderzoeker Wolfgang Schade schrijft dat de toestand van de auto-industrie in Duitsland, achter de glanzende façade van de verkooprecords, in werkelijkheid instabiel is. „Om maar helemaal te zwijgen over de miserabele toestand waarin de gezamenlijke West-Europese autoproducenten verkeren.”

Volgens zijn analyse ondermijnen de miljardeninvesteringen van de Duitse automakers in China en de VS de rentabiliteit van hun vestigingen in het thuisland.

Schade was afgelopen jaar een van de vier opstellers van het discussiepaper ‘Als een phoenix uit de as?’ van de Friedrich Ebert Stiftung – een aan de Duitse sociaal-democratische SPD gelieerde denktank. Een van de conclusies van deze studie over de toekomst van de Duitse auto-industrie is dat de Duitse automakers het hoofd moeten bieden aan de problemen van de markt en dat ze niet naar oplossingen te zoeken in het buitenland.

De aanbevelingen van de denktank lopen uiteen van het bevorderen van innovatie op het gebied van personenauto’s tot het steunen van het onderzoek naar batterijtechniek die nodig is voor elektromobiliteit. Maar ook: een doelgerichte industriepolitiek tot behoud of compensatie van autoproductie die naar het buitenland is verdwenen of nog zal verdwijnen.