Wie is de man in het masker?

Wat is de meest droefkomische, poignante én vreemde film van deze editie van het IFFR? Het Ierse Frank gooit hoge ogen.

In Frank neemt de freakband The Soronprfbs een album op dat net iets te excentriek is om te marketen. De man in het masker is Michael Fassbender.
In Frank neemt de freakband The Soronprfbs een album op dat net iets te excentriek is om te marketen. De man in het masker is Michael Fassbender.

De sterren Maggie Gyllenhaal en Michael Fassbender (vorig jaar Oscarkandidaat voor 12 Years a Slave) waren direct verkocht toen ze het script van Frank lazen, vertelt regisseur Lenny Abrahamson over de telefoon. Fassbender in de wetenschap dat hij driekwart van de film onder een kunsthoofd van fiberglas moest acteren.

De film Frank doet sluwe en ontroerende observaties over populariteit en authenticiteit, genie en waanzin, talent en middelmaat. Fassbender speelt Frank, het charismatische, hypermuzikale middelpunt van freakband The Soronprfbs. Hij houdt bij het waken, slapen, douchen en eten – door een rietje – altijd zijn masker op. Frank is een wandelend vraagteken.

De talentloze keyboardspeler Jon (Domhnall Gleeson) mag een avond bij de band invallen; een week later zit hij opgewonden in een busje naar Ierland, waar de band in een afgelegen huisje knutselt aan een album. Wat de rest niet weet, is dat Jon hun strapatsen op het snijpunt van sektarisme, therapie, muziek en waanzin filmt en via Twitter en YouTube verspreidt. Zo weet Jon een optreden te regelen bij het hippe South by Southwest-festival in Austin, Texas.

Het masker, of kunsthoofd, van Frank is ontleend aan komiek Frank Sidebottom, alias Chris Sievey, die in de jaren tachtig een cultstatus verwierf in het noorden van Engeland. Kinderlijk enthousiast, met banjo en Casio, deed hij hoempapa-covers van Bohemian Rhapsody en anarchistische tv-sketches over het stadje Timperly. In de jaren negentig verdween Sidebottom uit beeld na een gedoemde poging zijn band te professionaliseren. Fans hielden juist van zijn chaotische geklungel.

Na Sidebottoms dood in 2010 schreef zijn voormalige keyboardspeler Jon Ronson een boek over de vergeten komiek: hij werd indertijd bandlid omdat hij de vraag „can you play C, F and G?” bevestigend kon beantwoorden. Dezelfde de vraag die keyboardspeler Jon in de film hoort. „Toen het scenario op mijn bureau landde, dacht ik dat het over Frank Sidebottom ging”, zegt regisseur Lenny Abrahamson. „Wie is de man achter het masker? Dat boeide me matig. Ik had als jongen van 8 een zwak voor hem, maar was nooit een echte fan.” Tot hij ontdekte dat het iets heel anders was. Frank lijkt eerder te gaan over de psychotische muzikant Daniel Johnston of de wijze waarop ‘Captain Beefheart’ Don van Vliet in 1969 zijn band uitwoonde tijdens de opnamesessie van Trout Mask Replica.

Meestal ontdekt een held tijdens de film zijn unieke talent, bij u komt hij juist in het reine met zijn middelmaat.

„Het leven is ook zo. Heel weinig mensen hebben als bejaarde een hogere dunk van zichzelf dan als kind. Tegen die tijd heb je wel door dat je helemaal niet zo geweldig bent als je vroeger dacht. Maar de gedachte dat in ons allen grootsheid schuilt, een waar artiest, zit heel diep in onze cultuur. Vergeet het maar. De meeste mensen hebben geen enkel talent of oorspronkelijk idee. Ik vind het leuk die zelfgenoegzame gedachte op zijn kop te zetten. De talentloze Jon zuigt zich als een teek aan Frank vast om hem naar zijn hand te zetten.”

Neemt u stelling tegen de romantische notie van het gekwelde genie?

„Ik speel met clichés over waanzin en genie. Veel creatieve mensen zijn gekweld, veel extreem saaie mensen zijn dat ook. Jon, die zich zijn eigen middelmatigheid realiseert, zoekt excuses in die grote clichés. Dat genie volgt uit waanzin, lijden, een beroerde jeugd, wat dan ook.”

Jon is een gefrustreerde kantoormuis die is opgevoed met de illusie dat hij creatief en uniek is en dus erkenning verdient...

„Uiteraard is iedereen uniek, dat geldt ook stenen en schoenen. Talentenshows op televisie danken hun hoge kijkcijfers aan al die misleide mensen die zichzelf voor paal zetten met hun overduidelijke gebrek aan talent. Het Amerikaanse idee dat iedereen zijn droom kan realiseren als hij maar hard genoeg werkt en graag genoeg wil, is manifeste bullshit.'

Frank gaat ook over authenticiteit. Iedereen is tegenwoordig ‘authentiek’?

„We doen niets liever dan authenticiteit verpakken en verkopen. Ik betwijfel of de sociale media goed zijn voor kunstenaars. Die eisen heel dwingend dat je je eigen reclameman wordt. Wie zichzelf niet verkoopt, schiet tekort als ‘cultureel ondernemer’. Iedereen is dus authenticiteit aan het faken. Maar zien wij iemand die echt authentiek is, dan lachen we hem uit.”

De band The Soronprfbs heeft iets monastisch: in isolement zoeken naar een muzikale essentie. Iets anders dan de copy/paste-mentaliteit van nu ...

Frank is geen aanklacht tegen de huidige muziek hoor! Hij steekt hooguit mild de draak met al die integere, oorspronkelijke Indiefolk met banjo of ukelele. De muziek luisterde heel nauw in Frank. Het mocht geen lachwekkende noise zijn waar geen zinnig mens naar luistert. Het moest een zekere betovering hebben, maar net iets te excentriek zijn om te marketen.”

Dat is aardig gelukt. Ik krijg dat liedje ‘I Love You All’ niet uit mijn hoofd

„Mooi zo. We hebben drie weken serieus gerepeteerd en gejamd voor de opnames. Carla Azar is een muzikante, Michael Fassbender droomde er als jochie van om in een band te spelen. Hij kwam nooit verder dan een duo op zolder, tot nu toe dan.”

Hoe kreeg u Fassbender zover met een kunsthoofd op te spelen?

„Hij vond het een uitdaging om alleen op stem en lichaamstaal te vertrouwen. Dat masker is trouwens niet neutraal, het drukt een zekere argeloosheid uit. Frank is een wit doek waar zowel de bandleden als kijkers hun hang-ups op projecteren. Maar ook een MacGuffin: pas aan het eind weten we een beetje wat zich erachter verschuilt. Franks persoonlijkheid verschuift tijdens de film subtiel, het is lastig hem vast te pinnen. Maar juist de wens om hem vast te pinnen, trekt ons naar hem toe.”