Weinig staken is goed, van het recht daarop afzien is slecht

Als concurrenten elkaar in de haren vliegen, is het altijd oppassen. Ook als het om vakbonden gaat, die wat meer opwinding vertonen over hun rol in de economie en de samenleving dan de meeste anderen. Blazen zij hun tegenstellingen op om zich te profileren en wat extra leden te winnen, bijvoorbeeld.

Maar na de verklaring van vakbond De Unie (ruim 50.000 leden, sterk in de financiële wereld en bij Schiphol) dat hij in principe afziet van stakingen, heeft voorzitter Ton Heerts van vakcentrale FNV (1,1 miljoen leden) gelijk met zijn reactie. Een vakbond die niet wil staken, is een tijger zonder tanden.

Daarmee moet zijn gezegd dat staken geen plicht is van een vakbond. De Nederlandse arbeidsverhoudingen zijn over langere periodes bezien een voorbeeld van rust en consensus. Vakbonden organiseren weinig stakingen. Dat draagt ontegenzeggelijk bij aan de aantrekkelijkheid van het Nederlandse investeringsklimaat voor buitenlandse beleggers en buitenlandse ondernemingen.

Maar staken is ook een recht, een sociaal recht dat de vakbonden bevochten hebben. Natuurlijk is het zo dat stakingsacties nogal eens tot gevolg hebben – én daarvoor gebruikt worden – dat juist anderen worden getroffen: reizigers in het ov, bankklanten die een lege geldautomaat aantreffen, andere consumenten. Gedupeerden kunnen een beroep op de rechter doen om aan de staking een eind te maken. Dat gebeurt ook met enige regelmaat. Dat hoeft De Unie dus niet bij voorbaat al te regelen met een ‘stakingsonthouding’.

Integendeel, het maakt een rare indruk dat een belangenbehartiger zich bij voorbaat het recht ontzegt om alle toegestane onderhandelingsmiddelen in te zetten. Ook het middenkader, dat goed vertegenwoordigd is onder de leden van De Unie, is niet immuun voor de ontregelende krachten van mondialisering, uitbesteding en robotisering. Het feit dat anderen wéten dat je het stakingswapen als drukmiddel kunt inzetten, is deel van de pressie, deel van je succes. Helemaal uitsluiten doet De Unie dat dan ook niet, maar de uitzonderingsclausule is wat het is: alleen als het echt niet anders kan de ‘barricade’ op. Hier geldt het credo: wie zijn praktische kennis en ervaring niet op peil houdt, verleert het spel. Use it, or lose it.

De uitspraak over de stakingsonthouding valt samen met het mislukken van fusiebesprekingen tussen De Unie en het CNV, de veel grotere (300.000 leden), op consensus gerichte vakcentrale met christelijke signatuur. Op de stagnerende markt van vakbondsleden liggen fusies voor de hand om relevant te blijven voor (potentiële) leden én voor werkgevers. De Unie zet zichzelf met deze gang van zaken tweemaal op achterstand.