Drie redenen...

Waarom Philips juist nú geen slechte cijfers kan gebruiken

Foto Bloomberg

Er blijft voor Philips-topman Frans van Houten steeds minder ruimte over voor verdere tegenvallers.

In het vierde kwartaal was het bedrijfsresultaat (EBITA) 255 miljoen euro, zo’n 70 procent minder dan vorig jaar. Daarvoor waarschuwde Philips gisteren, waarop de beurskoers in eerste instantie 3 procent zakte. Wat de exacte gevolgen zijn voor de nettowinst, blijkt op 27 januari bij de jaarcijfers. Vorig kwartaal vielen de resultaten ook al tegen. De dompers zijn slecht getimed - om drie redenen.

1. De transformatie van het bedrijf is pas halverwege

Philips (omzet in 2013: 23,3 miljard euro, nettowinst: 1,2 miljard, 116.000 medewerkers) zit midden in een groot veranderprogramma: Accelerate. Daarmee wil Van Houten Philips ondernemender en sneller maken. Het leek te werken: na decennia van aftakeling groeiden winst en omzet weer.

Maar Philips is er nog lang niet: Van Houten zei in mei 2014: “Het is een marathon, en we zijn pas halverwege.” Een van de belangrijkste dingen bij dit soort reorganisaties is: direct zorgen voor tastbare groei, en die vasthouden. Anders kunnen medewerkers – die de laatste jaren al veel ontslagrondes te verduren kregen - zich afvragen of alle veranderingen wel zo verstandig en noodzakelijk zijn. Dat brengt Van Houtens plan in gevaar.

2. De lichttak zal minder opbrengen nu de beurskoers daalt

Het tweede risico is misschien nog groter. Philips kondigde in september aan dat het zich gaat opsplitsen in een verlichtingsbedrijf en een onderneming in gezondheidstechnologie. Die splitsing zal in dit jaar vorm krijgen en waarschijnlijk in 2016 klaar zijn.

Philips moet nu eerst snel beslissen hoe het zijn lichttak gaat slijten: verkopen op de beurs, verkopen aan grote investeerders, of misschien wel fuseren met een ander bedrijf. Nu het slechter gaat, daalt de verwachte opbrengst. Dat is al aan de gang: het afgelopen jaar daalde de beurskoers van Philips ruim 15 procent.

Ook de medische tak van Philips kent problemen: bij een fabriek voor medische apparatuur in het Amerikaanse Cleveland ontstonden twijfels over de betrouwbaarheid en veiligheid van het productieproces. Philips legde daarop de productie stil, en dat drukt zwaar op de resultaten. Maar die twijfels ondermijnen het vertrouwen dat de gezondheidsbranche heeft in Philips, en juist dat is van essentieel belang in een sector die zo streng gereguleerd is als de zorgtechnologie.

3. De concurrentie komt van alle kanten, de markt verandert

De concurrentie ontwikkelt zich snel. In gezondheidstechnologie zijn de laatste maanden grote investeringen gedaan door giganten als IBM, Google en Apple. Ook verrassende nieuwe partijen zoals de Amerikaanse supermarktketens CVS en Walmart, en veel startups zijn de laatste tijd actief geworden in deze markt.

Ook in de verlichtingsindustrie is veel aan het veranderen. Philips is wereldmarktleider, en groeit goed in LED-verlichting. Maar de kleinere Oostenrijkse concurrent Zumtobel kaapte eind vorig jaar een belangrijke lichttopman weg bij Philips: ontwerp- en marketingdirecteur Rogier van der Heide. Daarnaast heeft Philips te maken met concurrerende producten van allerlei startups op het gebied van slimme verlichting.

In deze omstandigheden heeft Philips meer aan het creëren van toekomstige groei dan aan het blussen van brandjes. Van Houten moet nu dan ook hard aan de slag om het vertrouwen bij beleggers, klanten en werknemers te herstellen.