Uit de kast

Achter één beeld kan een complete wereld schuilgaan. Ilona Verhoeven kijkt en ziet meer dan zij ziet.

Blijven zitten. BLIJF. Daar! DAAR, zitten! ZIT!! Tevergeefs. Laat die 2 euro voor de locker maar zitten. Het was niet duur geweest voor een privédierenpension, nee, echt een handige ijzeren cabine met luchtgaatjes. Helaas, de hond katapulteert zichzelf direct.

In minder dan één tel schiet de losjes om de hals gelegde band zo strak als een strop. De kast wankelt, maar dendert nog net niet om.

Naast de schoonloopmat blijft het dier zitten. Een strakgespannen rode lijn, bevestigd aan een deurscharnier, houdt hem op z’n plaats.

De hond heeft nekpijn.

Honden met nekpijn vormen een veelvoorkomend, maar veronachtzaamd verschijnsel. Gelukkig zijn er moedige dieren die uit de kast komen en openlijk het leed dragen. Ze vragen tevens eerherstel voor hun voorvaderen die als trekhonden zijn gebruikt.

Wat is er mis met een hondenleven? Precies, dat het een hondenleven is. Een groot deel ervan bestaat, net als een mensenleven, uit wachten.

Honden zijn traditiegetrouw wachters. Vroeger bij de poorten van de stad. Nu achter de voordeur. Bij het tuinhek. Bij de ingang van de supermarkt.

De supermarktwachthond. Eén homp statisch verlangen. Snuit naar voren, geen aandacht voor zijn omgeving. Schaamteloos gefixeerd op de plek waar hij zijn verlosser denkt te gaan zien.

Een mooi tafereel. Een modern hond-intermezzo voor Wachten op Godot – toen Samuel Beckett het stuk schreef, waren er geen supermarkten zoals nu. Laat staan schoonloopmatten met honden ernaast. De hond blijft voorlopig nog even zitten. Het wachten kan een kwestie van vijf minuten zijn, maar ook van een uur. Misschien duurt het eindeloos. Hij blaft niet. Heel af en toe piept hij zachtjes. Mogelijk verschijnt er een man met een bolhoed.