Tussen wakker zijn en slapen

Tijdens het programma ‘24/7’ op het IFFR kun je naar films kijken op een hotelkamer. Over slapen, dromen en het vergeten van de tijd.

Nederlanders zijn de afgelopen jaren steeds minder en steeds slechter gaan slapen. Mobiele telefoons en e-readers naast het bed verstoren de nachtrust. Zomaar een greep uit het nieuws van de afgelopen weken. Tijdens de donkerste dagen van het jaar stond onze slaap, en vooral onze slapeloosheid hoog in de belangstelling. Vullen we de nachten niet teveel met het hypnotiserend blauwe licht van onze schermen? Verliezen we onszelf aan de sjieke tirannie van het altijd maar bereikbaar moeten zijn? Is slaap in onze 24-uurs economie een luxeproduct aan het worden?

Dat zijn in ieder geval een paar van de gedachten achter Signals: 24/7, het grote themaprogramma van het komende filmfestival in Rotterdam. Het is een programma dat uit de muren van de bioscoopzalen breekt met locatievertoningen, installaties, performances en zelfs een slaapconcert van Steven Stapleton van de industriële tranceband Nurse with Wound.

Programmeur Edwin Carels liet zich inspireren door de Amerikaanse mediafilosoof Jonathan Crary die vorig jaar het boek 24/7: Late Capitalism and the Ends of Sleep publiceerde. Crary gruwt niet alleen van de gedachte dat slaap een luxeproduct zou zijn, maar ook van het feit dat we überhaupt over slaap en dromen in economische termen praten. Of zoals in de film Inception van Christopher Nolan: als iets dat op dezelfde manier kan worden gebruikt en gemanipuleerd als andere digitale content.

Crary beschrijft in zijn boek onder andere proeven van het Amerikaanse leger met de witkruingors, een vogeltje dat tijdens de vogeltrek wel zeven dagen achter elkaar wakker kan blijven. Zou het niet handig zijn om soldaten te hebben die weken achter elkaar zonder slaap kunnen? En daarna natuurlijk werknemers? En consumenten? Slaap is het laatste obstakel van het kapitalisme. Maar ook de final frontier van onze tijd.

Kijk maar naar de meest succesvolle martelmethode van datzelfde leger: slaapdeprivatie en het verstoren van het dag- en nachtritme van de gevangenen. Geen snellere manier om mensen te dehumaniseren. En gek genoeg is dat een kwelling die we onszelf vrijwillig aandoen: met de smartphone in de ene hand en de creditcard in de andere vervagen de grenzen tussen werk en vrije tijd, privé en publiek, dag en nacht, en uiteindelijk slapen en waken we, tot we een soort ‘prosuming’ slaapwandelaars worden; consumeren wat we produceren. Slangen die in onze eigen staart bijten.

Bij slapen hoort natuurlijk dromen, en film en dromen hebben sowieso een lange duistere liefdesgeschiedenis samen. De eerste filmtheoretici beschreven het filmkijken als een ‘droomstaat’ en het droomachtige inspireerde op zijn beurt weer talloze filmmakers, van de surrealisten tot David Lynch en Wes Anderson.

Je zou het 24/7-programma van curator Edwin Carels een grootscheepse undercoveroperatie kunnen noemen. Een infiltratiepoging in zowel de 24-uurs economie als in de droomstaat: de meeste filmvertoningen vinden namelijk in hotelkamers in Rotterdam plaats, de transitzones van de tijdeloze mens.

Wie verwacht daar in slaap gesust te worden komt echter bedrogen uit. Veel van de korte films die hij selecteerde zijn weliswaar droomachtig, en bovendien van een droomachtige schoonheid, maar het zijn allemaal films die reflecteren op de manier waarop ons besef van historische tijd en de tijd van chronometers, tijdszones en geografische grenzen verstoord is. Er is bij het in slaap vallen een moment waarop de zintuigen los van elkaar lijken te functioneren. Diezelfde dissociatie, dat unheimliche moment, zit ook in films als The Visitor waarin Rachel Monosov haar camera door de woestijnen van het Midden-Oosten laat dwalen in een poging de vraag te beantwoorden of god misschien een ruimtereiziger was. Of in Unmanned Distances van Bertrand Flanet, waarin twee vriendinnen een telefoongesprek met elkaar voeren, en de illusie van hun nabijheid wordt verstoord door een splitscreen waaruit blijkt dat de een dronepiloot is en de ander verdwaald is in het labyrint van rondwegen om een naamloze Aziatische stad.

De enige film uit het programma die wel in een bioscoopzaal wordt vertoond, bestrijkt precies een werkdag. Park Lanes van Kevin Jerome Evertson duurt 8 uur en neemt ons mee naar een fabriek voor bowlingonderdelen. De rustige aandacht voor het fabrieksleven werkt ontspannend. Het is een beetje zoals de Filippijnse filmmaker Lav Diaz, bekend van zijn urenlange films, zei toen hij in december in Nederland was voor de uitreiking van de Prins Claus Awards: „Je kunt tijdens het kijken van mijn films naar buiten lopen, de liefde met je vrouw bedrijven en terugkomen met de zekerheid dat de film nog steeds bezig is.”

Als reactie op de 24-uurs economie zijn er momenteel twee belangrijke bewegingen zichtbaar. De ene is die van het ‘slow’, van de detox, de pas op de plaats, het even lekker relaxen. De andere is de acceleratiefilosofie die stelt dat we de op hol geslagen dynamiek van onze tijd nog verder moeten versnellen, in plaats van vertragen, om door de beperkingen van onze huidige politieke en economische systemen heen te breken. Het 24/7-programma op het IFFR vertraagt en versnelt tegelijkertijd, als toeschouwer raak je euforisch en gedesoriënteerd, stil en geconcentreerd op hetzelfde moment. Het blijkt een beproefde methode om je wakker te schudden. Zodat je daarna in een van die hotelkamers echt in slaap kunt vallen, naast een vreemdeling, om samen hetzelfde te dromen. Want was het niet Einstein die zei: ‘Hij die op de grens van twee tijden leeft moet niet op de tijd letten’?