Te vroeg

Dinsdagochtend, 10.00 uur. Het Persmuseum is net open, het is rustig. „Maar het is hier meestal wel rustig”, meldt de dame bij de kassa. Toch rinkelt vandaag de telefoon voortdurend en even later rijdt de cameraploeg van RTV Noord-Holland voor. Zondagmiddag zette het Persmuseum spontaan een kleine tentoonstelling over Charlie Hebdo op. Aan provisorische eikenhouten schotten hangen de kranten van de dag na de aanslag in Parijs. Een overzicht van vierentwintig uur.

In een open vitrine liggen verschillende Charlie Hebdo’s: dan weet je ook voor het eerst hoe die eruit zien. In Nederland kon je het weekblad namelijk nergens krijgen. Directeur Niels Beugeling drukt een schijfvormig handvat op een glasplaat. Hij zuigt de lucht tussen het rubber en het glas vandaan. Zo tilt hij het glas samen met een collega op de vitrine vol Charlies, alsof ze een deksel op een doodskist leggen.

„Wanneer dacht je: oh jeej, hier moet ik wat mee?” vraagt de verslaggever van RTV aan Beugeling. Dat „oh jeej”: blijkbaar legt de actualiteit ons een ergerlijke eis op.

Beugeling antwoordt: „Eigenlijk meteen.”

Vreemd toevallig opende het Persmuseum dit jaar met de tentoonstelling Stripjournalistiek: de tekenaar als verslaggever – begeleid door een iconisch beeld van een geheven potlood, gedragen door een strijdlustig gespierde arm. De kracht van tekeningen wordt benadrukt: bij tekeningen – meer dan bij geschreven journalistiek en fotografie – is het direct duidelijk dat het beeld een interpretatie van de werkelijkheid betreft. Er is meer oog voor detail en bovenal: meer tijd. Het duurt lang om de actualiteit streep voor streep na te trekken en dat is vruchtbaar: met zijn vingers doorleeft de tekenaar wat hij portretteert. Zijn persoonlijke stijl bepaalt.

Hoe anders kiezen de anoniemere krantenredacties: bijna alle tentoongestelde voorpagina’s tonen het moment dat politieagent Ahmed Merabet werd doodgeschoten. Blijkbaar was dat beeld het scherpst.

Diverse kranten spraken met smartphone-eigenaar Jordi Mir, die de fatale schoten filmde. Hij heeft inmiddels spijt dat hij zijn eerste rij materiaal onmiddellijk op Facebook plaatste. Mir verklaart dat hij alleen thuis was. De vijftigjarige moest het kwijt, wilde delen. „Ik neem foto’s – bijvoorbeeld van een kat – en deel die op Facebook. Dit was dezelfde, stomme reflex.”

Dit weekend zag ik The Imitation Game, een film over het werk van Alan Turing gedurende de Tweede Wereldoorlog. Met zijn nadenkende machine (we noemen dat nu een computer) ontcijferde hij de geheimtaal van de nazi’s. Hij kon directe aanvallen voorkomen, maar besloot zijn mond te houden en te wachten, zodat de Duitsers niet doorhadden dat de Engelsen hun code kenden. Zijn daadkracht bestond uit geduld. Zijn durf om uit te stellen, redde waarschijnlijk meer dan veertien miljoen levens.

Het is nog te vroeg om te zeggen wat we van Turings geduld kunnen leren. Behalve dat het misschien vaak te vroeg is.