Rotterdamse rouw

Peter Hoogendoorn had afgelopen herfst geen geluk in Venetië. Zijn speelfilmdebuut draaide dan wel in het prestigieuze Venice Days, tussen grootheden als Kim Ki-duk en Laurent Cantet. Maar hij kon pas diep in de nacht vragen uit het publiek beantwoorden, na een schier eindeloze prijsuitreiking met Italiaanse sterren.

Tussen 10 en 12 is Hoogendoorns bijna in real time gefilmde verwerking van de dag in 2005 dat hij hoorde dat zijn zus was omgekomen bij een ongeluk in België. Hij maakte in 2009 indruk met de eveneens autobiografisch getinte afstudeerfilm Wes, waarin een jochie op voetbalkamp hoort dat zijn moeder is overleden. In Tussen 10 tot 12 bevestigt hij zijn talent voor extreem realisme. Hoogedoorns perfectionisme dreef zijn cast soms tot waanzin, zo bleek in Venetië. „Denk je na de twintigste take: goh, dit was goed. Hoor je: ‘jullie acteren nog steeds’.” Het resultaat is wel dat alles levensecht voelt. De agent die na het slechte nieuws zijn collega toefluistert: „Deed ik het goed?” De lange, drukkende stiltes in de patrouillewagen. Een familie in de eerste, lamgeslagen fase van de rouwverwerking; pas aan het eind, als niemand kijkt, rolt een traan. Het maakt Tussen 10 en 12 tot een sterk geobserveerde, nauwgezette reconstructie, maar ook nogal vermoeiend. De realiteit moet je niet overschatten.